zondag 13 december 2015

Weet wat je eet

We leven in een tijd waarin kook- en dieetboeken beter verkopen dan de beste romans. Maar weten we wel wat we eten?

Weinig mensen weten nog wat wel en wat niet gezond is. Bijgevolg grijpen we nogal rap naar gemaksvoedsel, de bereide maaltijden.

Dus eten we veel te veel suiker, vet en koolhydraten. In de loop der eeuwen hebben we geleerd om vet en suikerrijk voedsel vliegensvlug op te eten, want dat was vroeger schaars. Suiker en vet zijn nog steeds de beste energiebronnen en dus is het niet zo gek dat we nog steeds instinctief naar zoet en vet voedsel grijpen.

Hoe kan je dat veranderen?

Een dieet rijk aan groenten, volkoren granen, fruit, magere zuivelproducten, noten, peulvruchten, vis en schaaldieren is al een goede start. Beperk vervolgens het alcoholverbruik, rood vlees, suikerrijk voedsel en geraffineerde granen, dan gaat het helemaal de goed kant op.
Eet zo vaak mogelijk vers. Respecteer de seizoenen en richt je voornamelijk op lokale groenten en fruit. Een da's ook nog goed voor je ecologische voetafdruk.
Neem de tijd om een degelijke maaltijd te bereiden en nuttig die maaltijd bij voorkeur in gezelschap.
Vergeet wat de reclame je vertelt. Reclame wordt immers gemaakt om je zo veel mogelijk te doen kopen, niet om je een gezond voedingspatroon te bezorgen.

zondag 6 december 2015

Glutenvrij - lactosevrij

Enige tijd geleden was het mijn beurt om te trakteren met koeken op vrijdagmorgen. Bij de bakker zal ik een blaadje liggen met allerlei glutenvrije en/of lactosevrije producten die je kon bestellen. Zeer interessant want mijn kleindochter moet glutenvrij en lactosevrij eten. Dus ben ik eens gaan kijken op hun website. Ik schrok een beetje van het uitgebreide aanbod. Zoveel broden, koeken en taarten had ik niet verwacht.

Nu heb ik het natuurlijk eens geprobeerd. Op dinsdagavond een bestelling geplaatst via internet (bestellen moet uiterlijk op woensdagavond, afhalen gebeurd op zaterdag) in de hoop dat ik er zaterdagvoormiddag zou kunnen omgaan.

Ramp, o ramp, de bestelling was nergens te vinden. Ik zat dus met gasten en zonder taart. Ze zaten er in de bakkerij even verveelt mee als ik. Tja, het is natuurlijk geen goede reclame voor de zaak.
Eerlijk gezegd, ze hebben er alles aan gedaan om mij toch nog 2 taarten te kunnen bezorgen. Weliswaar niet de appeltaart en rijsttaart die ik besteld had, maar een bavarois (gluten- en lactosevrij) en een biscuit (enkel glutenvrij). En eerlijk: ze waren heerlijk.

In de toekomst ga ik zeker nog bestellen. Maar dan ga ik mijn bestelling doorgeven in de bakkerij en niet meer via internet.
Voor de geïnteresseerden: het betreft de winkelketen Van Hecke met winkels rondom Gent.
Website: http://www.bakkerijvanhecke.be/

Nog een interessant weetje:
Koeien-, geiten- en schapenmelk zijn rijk aan lactose.
Het gros van de kaassoorten en boter daarentegen bevatten weinig lactose.
Harde kazen zoals Gouda bevatten heel weinig lactose die verdwijnt naarmate de kaas ouder wordt. Jonge Gouda bevat dus een klein beetje lactose, oude Gouda bevat geen lactose.
Yoghurt bevat er wel maar ontketent weinig symptomen bij mensen die lactosegevoelig zijn.

20.12.2015: deze week zag ik een reportage op tv over mensen met een glutenintollerantie (of coeliakie) die op reis gingen. Ze hadden hun B&B gevonden via www.glutenvrijopreis.be. Heel interessant voor wie met dat probleem zit.

zondag 15 november 2015

Naar Mons

Terug van weg geweest. Deze keer zijn we naar Mons geweest. Gezien Mons in 2015 culturele hoofdstad van Europa is, moesten we daar toch even naar toe.

Mons is niet al te groot en alles ligt daar dus dicht bij elkaar. Je kan er mooie wandelingen maken en deze combineren met een bezoek aan één van de talrijke musea. Al zijn die wandelingen best vermoeiend want Mons ligt op een heuvel (vandaar de naam).

Op de grote markt stond een kermis opgesteld. Dit betekent dat we enkel al wandelend konden genieten van de mooie gebouwen. Op een terrasje had je enkel zicht op de kermis.

Wat hebben we zoal gezien op onze wandelingen?

"Le Singe du Grand Garde":
Het beroemde aapje staat links van de ingang van het stadhuis (voltooid in 1477). Naar verluidt zou het geluk brengen aan wie zijn kopje aait met de linker hand.
Ik heb het alvast geaaid. Je weet maar nooit ...

Fontaine du Ropieur:
Ga door de poort van het stadhuis en zoek het beeld van de Bergense kwajongen die op de voorbijgangers "spuwde". Dit beeld staat in het kleine maar mooie tuintje van de burgemeester, Le jardin du Maïeur.

"The Passenger" van Arne Quinze:
De fameuze houten stelling die in elkaar is gezakt en nu opnieuw opgezet is. Het is grootser dan ik dacht en heeft wel iets. Misschien kan dit nog doorgaan voor "kunst". Al zou ik in zit geval kunst wel met een kleine "k" schrijven.

Wat hebben we zoal bezocht?

Het Belfort:
Deze toren van 87m hoog is het enige belfort in barokstijl in België (erkend als Unesco Werelderfgoed).
Victor Hugo vond het echter niet zo'n mooie toren. Hij noemde het een toren met een grote koffiepot en 4 kleinere theepotten. En eigenlijk, met heel wat fantasie ...
Een beetje geschiedenis: deze toren werd in de 17de eeuw gebouwd na de instorting van de klokkentoren in 1661. Hij ligt naast het park van het Gravenkasteel op slechts 200 m van de Grand Place.
Binnenin het belfort is een museum ingericht.
Vanop de bovenste verdieping heb je een mooi zicht op Mons en haar monumenten.

De collegiale Sint-Waltrudiskerk:
Deze kerk werd gebouwd tussen 1450 en 1686.
In de kerk staat de beroemde "Car d'or", een rijkelijk versierde praalwagen uit 1780 die ieder jaar het reliekschrijn van de heilige Waltrudis in processie door de stad rijdt.
Bij nader inzien bezoek je beter eerst het museum van de Doudou en pas daarna de St. Waltrudiskerk.

Sint Elisabethkerk:
Dit is de tweede belangrijkste kerk van Mons en zeker een bezoekje waard.
In de 16de eeuw werd de kapel ter ere van de H. Elisabeth vervangen door een kerk die verschillende malen werd verbouwd na vernieling of brand. De huidige kerk dateert van begin 18de eeuw.
Voor de kerk staat het fameuze kunstwerk "The Passenger".

Het Museum van de Doudou:
Dit is een museum dat je zeker moet gezien hebben. Het is gevestigd in het oude pandjeshuis.
Het museum is gewijd aan de Ducasse van Mons, een eeuwenoud folkloristisch feest, sinds 2005 door de Unesco erkend als immaterieel erfgoed. Deze feesten gaan door de eerste zondag na Pinksteren.
Op zondagvoormiddag wordt het reliekschrijn van de H. Waldetrudis op de gouden koets door de stad gevoerd. Hoogtepunt van deze tocht is de beklimming van de steile helling naast de kerk. Het dolenthousiaste volk duwt de koets dan naar boven. Als dit niet in één ruk gebeurt, staat de stad een jaar van onheil te wachten.
Net na de middag wordt de strijd aangegaan met de "Lumeçon", het gevecht tussen St. Joris, symbool van het goede, en de draak, symbool van het kwade. Ook hier spelen de toeschouwers een rol: zij proberen enkele gelukbrengende haren uit de staart van de draak te trekken.
In het museum krijg je alle uitleg in woord en beeld over het legendarische gevecht tussen Sint-Joris en de Draak. En ook het leven van de Heilige Waldetrudis wordt hier vertelt.

Het Mundaneum:
Het Mundaneum vindt zijn oorsprong in de 19de eeuw wanneer het plan wordt opgevat om alle kennis van de wereld te verzamelen en te indexeren.
Vandaag de dag wordt het Mundaneum als de eerste zoekmachine van de geschiedenis beschouwd, de papieren google als het ware.
Dit museum geeft uitleg over het ontstaan, de opbouw en de evolutie van deze papieren "zoekmachine" naar de digitale versie.

Gastronomisch:
Op de grote markt kan je allerlei eet- en drinkgelegenheden vinden. Koffie zou ik niet direct aanraden, die vond ik echt niet lekker. Dus ben ik overgeschakeld op thee.
Vooraleer te vertrekken wou ik toch een streekgerecht proeven: "filet pur de porcelet sauce berdouille". Het varkensvlees wordt eerst gebakken en krijgt daarna zijn typische behandeling: koken met o.m. witte wijn en room, dan o.m. augurken en mosterd toevoegen, om vervolgens af te werken met dragon en kervel. Het geheel wordt geserveerd met frietjes en een schoteltje rauwkost. Het was zeer lekker. Ik kan iedereen aanraden om het eens te proeven.

Het weer viel best mee. Alleen op vrijdag in de late namiddag hebben we een beetje regen gehad. En natuurlijk op zaterdag, dan is het kort na de middag beginnen regenen. Dus zijn we maar naar huis teruggekeerd.

zondag 1 november 2015

Allerheiligen

Vandaag, op Allerheiligen, gaan veel mensen naar het kerkhof om de overleden te herdenken. Veel graven hebben bloemen en bloemstukjes zodat het een kleurrijk plaatje is. En met het zonnetje erbij wordt het extra gezellig.
Na het bezoek aan het kerkhof staat er over het algemeen nog een familiebezoek op het programma. In sommige families worden dan wafels gebakken.

Het bakken en eten van wafels op Allerheiligen is een relatief recent gebruik en vervangt eigenlijk een veel oudere traditie: het bakken, eten en wegschenken van allerzielenkoeken. Deze traditie kwam voor in de katholieke delen van Nederland, België en Duitsland.

Eeuwenlang is Allerheiligen geen officiële feestdag geweest en bestond er in het kerkelijk jaar een scherp onderscheid tussen Allerheiligen (1 november) en Allerzielen (2 november). Allerheiligen was een vreugdevol feest ter ere van alle stervelingen die ooit door de katholieke kerk heilig waren verklaard. Met Allerzielen werd iedereen eraan herinnerd dat hij tot stof en as zou vergaan. De gelovigen werd gevraagd te bidden voor het zielenheil van de overlevenden, met name voor de verlossing van diegenen die nog in het vagevuur verbleven. Na de mis ging men, vaak in processie, naar het kerkhof om er te bidden op de graven van overleden familieleden en om de graven te versieren met een gewijde kaars of met bloemen, (meestal chrysanten).

De gewijde kaars en de herfstbloemen vervingen het eten en drinken dat men ooit op of zelfs in de graven deponeerde. Dit "heidense" gebruik gaat heel ver terug, tot voor Christus. Het eten en drinken waren nodig om de geliefde overledenen te helpen op hun weg naar het hiernamaals, of om de honger en dorst te stillen van rusteloze zielen of kwade geesten die nog rond het graf zweefden.

Naarmate de kerk steeds meer invloed kreeg op het dagelijkse leven van onze verre voorouders, werd dit heidense gebruik verboden en vervangen door het bakken van koeken op Allerzielen.
Vóór de koeken in de oven gingen, zei men een kort gebed en werd er een kruisje in het deeg geprent.
Wie een koek of een stuk ervan at, dacht dat hij beschermd werd tegen besmettelijke ziekten of kwade geesten.
Tegelijk schonk men koeken weg aan arme dorpsgenoten om de christelijke naastenliefde te beoefenen.

Toen Allerheiligen een officiële feestdag en dus een vrije dag werd, verschoven alle allerzielentradities naar Allerheiligen. Ook het bakken. De harde allerzielenkoeken van vroeger werden vervangen door meer verfijnde kost zoals wafels. De naastenliefde is in zekere zin gebleven want je bakt ze nooit alleen voor jezelf.

De heidense oorsprong werd dus omgezet in een christelijk gebruik (zoals met meer tradities is gebeurd).
Zo is er ook een onmiskenbaar verband tussen het heidense Halloween en het christelijke Allerzielen en tussen de heidense winterzonnewenderitus en Kerstmis.

zondag 18 oktober 2015

Toch verkouden ...

Ben je ondanks alles toch verkouden, raak dan vooral niemand aan.
In een T-shirtje dansen in de koude regen bezorgt je geen verkoudheid. Iemands pen lenen of iemand de hand schudden die snipverkouden is, kan je wel een snotneus opleveren.

Om een verkoudheid te krijgen is er altijd een virus nodig. Het vervelende is dat er honderden virussen bestaan die een snotneus kunnen veroorzaken. Het is dus moeilijk om immuun te zijn voor alle verkoudheidsvirussen. Bovendien is het zeer besmettelijk. Je wordt ziek als niet de juiste antistoffen in je lichaam hebt.

Wanneer je verkouden wordt, maakt je lichaam antistoffen aan waardoor je geneest.
Je kan dus ook 2 of meer verkoudheden na elkaar krijgen want het gaat telkens om een ander virus.

Opgelet: griep is geen verkoudheid!
Bij een verkoudheid zwelt het neusslijmvlies op en krijg je een loopneus. Door die opzwelling in je neus kan je hoofdpijn, keelpijn en hoestbuien krijgen.
Een griep kenmerkt zich door hoge koorts, spierpijn en slap op je benen staan.

Wanneer je verkouden bent, laat dan geen zakdoeken rondslingeren, was regelmatig je handen, nies niet in iemands gezicht ... Zo kan je proberen te vermijden dat de microben zich verspreiden.

Wat kan je wel doen?
- waterdamp inhaleren op de neus vrij te maken. Eventueel met enkele druppeltje etherische olie van tijm, eucalyptus of munt.
- neusdruppels helpen de neus ontzwellen.
- kamillethee met honing werkt rustgevend en ontstekingswerend. Honing en citroen werken immuunversterkend.
- neem extra vitamine C dat helpt de genezing.
- gemberthee verwarmt en bevordert het ophoesten van slijm.
- uien werken hoestdempend en ontsmettend. (Zet 's nachts een bordje met grof gesneden ui op je nachtkastje. Je slaapt gegarandeerd de ganse nacht)

Nog enkele tips om je lichaam te helpen:
- drink extra veel water. Zo hydrateer je je lichaam en kan het overtollig slijm gemakkelijker afgevoerd worden. Opgelet: koffie en alcohol drogen het lichaam uit en hebben dus een omgekeerd effect.
- rust zoveel je kunt. Stress is moordend voor het immuunsysteem. Dus hoe meer je rust, hoe meer je lichaam zich kan bezig houden met het hertel.
- eet extra veel groenten en vermijd suikerbommen. Suikers maken je extra vatbaar voor een verkoudheid, terwijl gezonde voeding het afweersysteem een extra duwtje in de rug geeft.
- was je handen nog vaker dan anders. Hygiëne is altijd belangrijk, maar wie een verkoudheid voelt opkomen doet er goed aan zijn handen extra vaak met zeep te wassen.

zondag 11 oktober 2015

Weerstandsvitamines

De herfst is de ideale periode om je goed te beschermen tegen typische winterklachten. Het is dan verstandig om extra weerstand op te bouwen. Maar hoe kan je daarvoor zorgen?

Als je gezond en gevarieerd eet, krijg je dagelijks voldoende vitamines en mineralen binnen. Elk voedingsmiddel levert immers een uniek aanbod. Alleen veel groenten en fruit eten is niet voldoende, andere voedingsmiddelen zijn minstens even belangrijk want één voedingsmiddel bevat slechts enkele maar niet alle voedingsstoffen.

Vijf vitamines ondersteunen de weerstand en beschermen het lichaam tegen winterkwaaltjes: vitamine A, B6, C, D en E. Een tekort of een teveel aan een welbepaalde vitamine kan ernstige gevolgen hebben en zelfs ons lichaam in gevaar brengen. Overdrijf dus nooit met de hoeveelheid vitaminesupplementen die je inneemt.

In welke voedingsmiddelen kan je nu deze 5 vitaminen terugvinden?
A zit vooral in melk, boter, kaas, eieren, lever, vis(olie).
B6 zit vooral in vlees, vis, granen, noten en aardappelen.
C zit vooral in citrusvruchten en ander fruit en groenten.
D zit vooral in eieren, zuivelproducten en vis(olie).
E zit vooral in plantaardige oliën.

Ook handig om te weten;
Vitaminen kan je in 2 groepen indelen: de wateroplosbare (C, B-complex en H) en de vetoplosbare (A, D, E en K).
Neem je te veel wateroplosbare vitaminen in, dan verlaat de overmaat het lichaam via de urine. Vetoplosbare vitaminen stapelen zich op in het vetweefsel. Een overdosis met deze vitaminen kan gevaarlijk zijn.


zondag 27 september 2015

Unesco Werelderfgoed

De werelderfgoedlijst bevat zo veel mogelijk onroerend en roerend erfgoed dat een zeker cultuurhistorisch of sociaalculturele waarde bezit. Deze lijst wordt samengesteld door de Commissie voor het Werelderfgoed van de UNESCO op voordracht van de aangesloten landen.
Het Cultuurgoederenverdrag van Den Haag (opgesteld in 1954), dat aan de basis ligt van UNESCO en de taken omtrent cultureel erfgoed, beschrijft de verantwoordelijkheden van UNESCO en de verdragstaten ten aanzien van culturele objecten.
Het Werelderfgoedverdrag bestaat sinds 1972.

Maar wat is erfgoed nu eigenlijk? Het staat voor alles wat we overerven van vorige generaties en wat we het bewaren waard vinden. Zo bestaan er lijsten met gebouwen en monumenten (= onroerend erfgoed), met archeologische vondsten, kunstwerken, gebruiksvoorwerpen, historische voorwerpen, eeuwenoude manuscripten, foto's (= roerend erfgoed) maar ook met minder tastbare dingen zoals verhalen, tradities, feesten, liederen, dialecten (= immaterieel erfgoed)

Voor België staan volgende gebouwen op de Cultuurerfgoedlijst:
- de Vlaamse begijnhoven (sinds 1998)
- de Grote Markt in Brussel (sinds 1998)
- de 4 liften van Canal du Centre, La Louvière en Le Roeulx in Henegouwen (sinds 1998)
- Belforten van België en Frankrijk (sinds 1999 en uitgebreid in 2005)
- het historisch centrum van Brugge (sinds 2000)
- de Herenhuizen van de architect Victor Horta in Brussel (sinds 2000)
- de Neolithische vuursteenmijnen in Spiennes, Bergen (sinds 2000)
- de Onze-Lieve-Vrouwkathedraal in Doornik (sinds 2000)
- het Plantin-Moretuscomplex (sinds 2005)
- het Stocletpaleis (sinds 2009)
- de belangrijkste mijnsites van Wallonië: Grand-Hornu, Bois-du-Luc, Bois du Cazier en Blegny-Mine (sinds 2012)

Onlangs kwam ik tot de ontdekking dat er ook een lijst bestaat met documenten, de "Memory of the World".
Uitgeverij Lannoo heeft er zelfs een boek over gepubliceerd: "Documenten die de wereld veranderden, het Unesco-erfgoed van boeken, handschriften, kaarten, partituren en beeldarchieven". Ik heb het alvast aangeschaft uit nieuwsgierigheid. het ziet er veelbelovend uit. Echt iets om tijdens de donkere wintermaanden eens door te nemen.

Vlaanderen richtte in 2004 een Vlaamse Unesco Commissie op om de duurzame werking tussen Vlaanderen en Unesco verder uit te bouwen.
In Vlaanderen wordt het roerend erfgoed beheerd door een erfgoedcel (www.erfgoedcellen.be).
Deze erfgoedcellen maken het erfgoed uit de eigen stad en regio toegankelijk voor een zo breed mogelijk publiek.

zondag 30 augustus 2015

zin en onzin van kaas

Kaas is een ideale smaakmaker bij verschillende soorten brood, maar ook in slaatjes en bereidingen. Kaas gaat ook goed samen met vijgen, olijven, noten, druiven en stukjes peer en appel.
Persoonlijk vind ik een broodje met brie, honing, noten en rozijnen heel lekker.

Kaas is een goede bron van eiwitten, calcium en verschillende vitaminen. Dit zijn belangrijke voedingsstoffen voor onder andere de opbouw en het onderhoud van de botten en het gebit. De voedingsdriehoek beveelt gemiddeld één tot twee sneetjes kaas per dag aan.

Het vetgehalte en zoutgehalte kan sterk variëren tussen verschillende soorten kaas. Raadpleeg het etiket.
Het vetgehalte van kaas wordt meestal aangeduid met een cijfer en een plusteken (vb: 48+, 30+). Dat betekent dat het percentage vet aangeduid wordt per 100 gr droge stof en niet per 100 gr kaas. Deel je het cijfer voor het plusteken door twee, dan bekom je voor de meeste kazen bij benadering de hoeveelheid vet voor 100 gr kaas.

Kaas bevat gemiddeld 40 tot 50% water. Uitzonderingen zijn cottage cheese, plattekaas en smeerkaas, deze bevatten meer vocht.

Een sneetje kaas van 20 gr levert ongeveer evenveel calcium als een glas melk. Maar ook meer vet. Vandaar het belang om calciumbronnen te variëren.

Kaas eten beschermt de tanden tegen cariës. Een stukje kaas na de maaltijd is dus nog niet zo slecht bedacht door de Fransen. Maar kaas eten kan het dagelijkse poetsen van de tanden zeker niet vervangen.

Kaas met gaten ontstaat door gasvorming in de kaas onder invloed van specifieke melkzuurbacteriën die ook voor de lekkere smaak en het typische aroma zorgen.

maandag 24 augustus 2015

Tandarts

Zopas heb ik mijn jaarlijkse afspraak met de tandarts gemaakt. Zeer belangrijk om problemen te vermijden. Want als je tandpijn krijgt en je moet dan nog een afspraak maken, kan het gebeuren dat je een tijdje met pijn moet rondlopen voor je kunt geholpen worden.

Een jaarlijks bezoek aan de tandarts is van essentieel belang, ook al heb je helemaal geen symptomen. Zelfs de beste tandenpoetser kan de tandplaque (een plakkerige laag die bestaat uit speeksel, etensresten en bacteriën) niet helemaal verwijderen. Mettertijd verkalkt tandplaque tot tandsteen. En dit tandsteen wordt door de tandarts verwijderd. Indien dit niet gebeurt krijg je tandvleesontstekingen (gingivitis) en paradontitis.

Het paradontium zijn de weefsels die de tanden aan het bot hechten. Dit aanhechtingssysteem vormt de kern van een gezonde mond en gebit. Als het tandvlees aangetast is, veroorzaakt het pijn, abcessen, migratie van tanden en kiezen en een slechte adem. Dit veroorzaakt ook andere ziekten zoals gingivitis, een oppervlakkige aantasting van het tandvlees en paradontitis, een chronische ontsteking van de weefsels die vaak hun geleidelijke vernietiging tot gevolg heeft. Onze voeding is niet verantwoordelijk voor deze ziekten (wat wel het geval is bij cariës), maar wel een slechte of onvoldoende mond- en gebitshygiëne.
De tandarts controleert dus niet alleen je tanden maar ook je tandvlees.

Wanneer de tandarts een gaatje in je tanden ontdekt, moet hij dit opvullen. Vroeger werd hiervoor vooral een mengsel gebruikt van kwik, zilver, zink en koper (alles in kleine hoeveelheden en perfect veilig). Nu stapt men geleidelijk over op composietharsen. Deze zijn wit van kleur en dus mooier dan de oude grijze vullingen.

Een slechte adem is heel vaak te wijten aan een terugkerend tandvleesprobleem. Naast regelmatig en zorgvuldig poetsen, kan je ook een antibacterieel mondbad gebruiken.
Een trucje voor een gezonde adem: spoel je mond met lauw water waaraan een snuifje grof zout werd toegevoegd.

Speeksel is ook heel belangrijk, het beschermt onze mond. Het maakt onze mond vochtig, heelt kleine wondjes, neutraliseert zuren en draagt bij tot de remineralisering van het tandglazuur ... op voorwaarde dat je niet voortdurend zit te knabbelen. Als het speeksel te veel belast wordt, kan het zijn beschermende rol niet meer spelen.

Moeten we tandpasta gebruiken met of zonder fluor? Een teveel aan fluor veroorzaakt een verstoring van de tandstructuur. Hierdoor worden de tanden doordringbaarder en worden ze dus blootgesteld aan cariës. Daarom moeten vooral kinderen tandpasta gebruiken met een heel lichte dosis fluor.
Ik gebruik afwisselend een tandpasta met fluor en een tandpasta zonder fluor.

Nog een woordje uitleg over parodontitis:
Dit is een ernstige ontsteking van het tandvlees en het kaakbeen. Parodontitis ontstaat meestal uit een reeds bestaande tandvleesontsteking. Wanneer deze onbehandeld wordt gelaten, laat het tandvlees los van de tanden waardoor er een ruimte ontstaat tussen het tandvlees en de wortel. In deze ruimte vormt zich tandplak en tandsteen met bacteriën waardoor de ontsteking zich langzamerhand in de diepte verplaatst.
Wanneer parodontitis niet wordt behandeld en het botverlies rond de wortels van de tanden en kiezen steeds verder gaat, zal dit tot verlies van het gebit leiden.
In het eerste stadium van chronisch parodontitis zijn er geen of nauwelijks klachten. Mogelijke symptomen zijn: rood en gezwollen tandvlees, bloedend tandvlees, terugtrekkend tandvlees, een nare smaak in de mond en een slechte adem, pijn bij het nuttigen van hete, koude of zoete etenswaren of dranken.
In een later stadium kunnen de tanden los gaan zitten.

Conclusie: Een stralende glimlach bestaat niet alleen uit mooie tanden, maar ook uit mooi tandvlees. Een jaarlijks bezoek aan de tandarts is dus zeker geen overbodige luxe.

22.11.2015: tip van de tandarts:
Drink een paar slokjes water na het eten van fruit. Fruit heeft namelijk een zuur dat het glazuur van je tanden aantast. Een paar slokjes water zijn al genoeg om dit zuur te verwijderen.
Opgelet: ook tomaten hebben een zuur dat het glazuur aantast.
Het is mij nog altijd niet duidelijk of een tomaat nu eigenlijk een groente is of fruit. We eten het als groente, maar het groeit als een vrucht aan een struik en is dus fruit !!! 

maandag 17 augustus 2015

zin en onzin van bier

Is bier nu eigenlijk gezond of ongezond? Is het een dikmaker of niet? Iedereen zal daar wel zijn mening over hebben. Al denk ik dat ook hier de regel geldt: drink met mate.

Natuurlijk weten we dat alcohol af te raden is voor zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, jongeren en risicopatiënten. Door zijn hoog purinegehalte verhoogt het ook het risico op jicht (voor wie daaraan gevoelig is). En het is een feit dat alcohol via het bloed in de hersenen terechtkomt waar het de zenuwsignalen verstoort en het geheugen zowel als de concentratie negatief beïnvloed.

Verantwoord biergebruik zou voor vrouwen maximum 1 tot 2 glazen per dag zijn, voor mannen maximum 2 tot 3 glazen. Maar drinken met mate is een rekbaar begrip. Niet alleen het geslacht is van belang, er zijn tal van factoren die een rol spelen: het alcoholvolume van het bier (een pilsje van 5% of een degustatiebier van 10%), je lichaamsgewicht, je leeftijd. En ook de omstandigheden waarin het drinken gebeurt: volle of lege maag, medicijngebruik, vermoeidheid, ...

Toch is matig bier drinken gezond. Bij verstandig gebruik halen de heilzame effecten en voordelen het overwicht op de negatieve bijwerkingen of risico's.
Bier bevat namelijk veel vitaminen en mineralen (o.a. magnesium, silicium en kalium). Het is een natuurlijk product zonder bewaarmiddelen, zout en vet. De hoofdbestanddelen van bier zijn mout (= gekiemde gerst), water, hop en gist.

Enkele heilzame effecten op een rij:
- De gerst zorgt voor vitamine B en oplosbare vezels die de darmtransit bevorderen, het cholesterolgehalte verminderen en het risico op hart- en vaatziekten reduceren.
- De gist levert ook vitamine B, vooral B1, B6 en foliumzuur die allen het risico op hart- en vaatziekten helpen verminderen. Vitamine B houdt ook je huid en haar gezond. Het gistbezinksel van bieren met nagisting in de fles is een goede bron van vitamine B12.
- De hop bevat een stof die een kalmerende werking heeft en zodoende stress en depressie kan counteren. Hop bezit ook ontstekingswerende eigenschappen en het heeft een oestrogene werking omdat het een kleine dosis vrouwelijke hormonen bevat. Misschien kan een bestanddeel van hop zelfs de ziekte van Alzheimer en Parkinson afremmen, maar dat moet eerst nog verder worden onderzocht.
- Qua mineralen bevat bier veel magnesium, wat goed is voor hart en bloedvaten, en weinig calcium: een ideale match ter bescherming tegen gal- en nierstenen. Het heeft een hoog kaliumgehalte maar weinig calcium: een combinatie die positief werkt bij een te hoge bloeddruk.
- Bier beschermt tegen osteoporose omdat het silicium bevat.
- Alcohol verdunt het bloed en werkt zodoende preventief tegen een beroerte.
- Bier is ook een goede bron van antioxidanten die aanwezig zijn in de hop en de mout.

De negatieve effecten:
- Drink je op een nuchtere maag, dan wordt de alcohol meteen opgenomen in je bloedsomloop en circuleert dus sneller door gans je lichaam.
- Alcohol zet je bloedvaten open, wat leidt tot een tijdelijke stijging van je lichaamstemperatuur.
- Enkele glazen doen je hartslag en bloeddruk tijdelijk dalen. Meer zorgt voor een verhoging.
- Bier, evenals andere alcoholische dranken, werkt vochtafdrijvend omdat het de productie van het hormoon dat vocht in het lichaam vasthoudt afremt. Hierdoor worden de nieren en de blaas gestimuleerd. Te veel vochtafdrijving zorgt voor uitdroging van het lichaam en veroorzaakt een kater.
- Zodra alcohol je hersenen bereikt, vermindert je vermogen om je gedrag en je lichaamsfuncties te controleren (roesgevoel). Ongeveer 20% van wat je drinkt bereikt na één minuut al je brein.
- Je lever kan één alcoholische drank per uur verwerken. Aanhoudend alcoholmisbruik kan leiden tot leververvetting. je slaagt er dan niet meer in om vetten af te breken.

Nog 1 tip: eet geen vette snacks bij bier want je lichaam concentreert zich eerst op het verwijderen van de alcohol en neemt pas daarna de tijd om het vet te verbranden.

Conclusie:
Geniet van je glaasje bier, maar drink met mate.

zondag 26 juli 2015

En ze leefden nog gezond en gelukkig

Regen, regen en nog eens regen.
Al kan de natuur de regen heel goed gebruiken, ik blijf liever binnen.
Dus ben ik nog eens in mijn knipsels gedoken.
Wat kan er dan opbeurender werken dan een artikel met de titel: En ze leefden nog gezond en gelukkig". Een artikel met tips voor een gelukkiger leven.

Hoe gelukkig en gezond je bent, heb je niet helemaal zelf in de hand. Belangrijk is de manier waarop je met de dingen die je overkomen omgaat. Je levenshouding bepaalt namelijk voor een groot deel je geluk en je gezondheid.

Vergeef je naaste.
In je leven kom je altijd mensen tegen die je kwetsen of onrecht aandoen. Soms lost dat zich vanzelf op. Soms blijf je zitten met een heleboel boosheid of wrok. Uit onderzoek blijkt dat, als je niet kunt vergeven, je dagelijks minder plezier ervaart en een hogere bloeddruk hebt. Met vergeven doe je dan ook niet zozeer de ander een plezier als wel jezelf. Besluit simpelweg de ander te vergeven, ook al is dat een puur rationele beslissing.
Enige tijd geleden werd ik ook heel erg diep gekwetst. Op het ogenblik zelf was ik er absoluut onderste boven van. Na een paar dagen besloot ik dat die persoon mij niet meer kon kwetsen, wat ze ook deed of zei. Ze was mijn aandacht (op welke manier dan ook) niet waard. Het feit dat ik kon afstand nemen van de situatie heeft mij veel geholpen (terwijl zij lang met de situatie verveelt zat).

Accepteer wat je niet kunt veranderen.
Het leven is niet altijd even leuk. Iedereen krijgt te maken met tegenslagen. Soms heb je het gevoel dat dergelijke tegenslag niet hebt verdiend. En dat zorgt niet alleen voor frustraties maar ook dat je veel energie verspilt aan je verzetten tegen de realiteit.
Kan je de realiteit accepteren, dan kan je je bezighouden met mogelijke oplossingen en het ontdekken van je mogelijkheden. Je kan op 2 manieren reageren:
Ofwel probeer je iets aan de situatie te veranderen zodat je je wel weer goed voelt.
Ofwel accepteer je de situatie en maakt je er het beste van.

Wees mild.
Niemand is perfect. Toch ergeren veel mensen zich aan hun eigen en andermans negatieve eigenschappen of fouten. Dit werkt enorm veel stress in de hand. Milder zijn doe je door niet langer perfectie van jezelf en anderen te eisen.

Heb geduld.
Eet je snel, word je boos om niks en heb je voortdurend het gevoel dat je onder tijdsdruk staat, dan heb je een grotere kans om de komende jaren een hoge bloeddruk en hartproblemen te ontwikkelen.
Geduldig zijn leer je door bewust om te gaan met momenten van ongeduld. Moet je wachten, zoek dan afleiding of doe een ontspanningsoefening.
Als ik ergens naartoe moet en ik weet dat ik moet wachten (vb naar de dokter), dan neem ik altijd een boek mee.

Omarm het ouder worden.
In onze maatschappij is jeugdigheid het ideaal. Rimpels en grijs haar worden gezien als tekenen van verval die je moet zien te verbergen. Uit onderzoek blijkt echter dat mensen die het ouder worden niet veroordelen maar als iets positiefs beschouwen, gemiddeld 7,5 jaar langer leven. Daarmee is het effect van positief denken op de gezondheid groter dan een lage bloeddruk of cholesterol.
Positief denken over ouder worden betekent niet dat je geen oog mag hebben voor de nadelen ervan. Het gaat erom dat je minstens evenveel oog hebt voor de voordelen.

Er is altijd een voordeel.
In tijden van tegenspoed piekeren veel mensen zich suf over hoe erg het is en hoe slechts ze zich voelen. Maar hoe ontzettend beroerd een bepaalde gebeurtenis ook is, toch heeft elke situatie voordelen. Uit onderzoek blijkt dat, als je oog hebt voor deze voordelen, je minder last hebt van angstgevoelens en stress en je optimistischer bent over de toekomst. De voordelen zien van stressvolle gebeurtenissen heeft tijd nodig en lukt vaak niet meteen. Denk bij voorbeeld aan de kans om je te ontwikkelen, je opnieuw te oriënteren of iets voor anderen te betekenen.
Kan je de voordelen zien van een negatieve gebeurtenis, dan betekent dat dat je er een stukje "zin" aan weet te geven. Je weet: dit is niet voor niks gebeurd.

Blijf lachen.
Vrolijk zijn als je je goed voelt is niet zo moeilijk. Maar ook als je niet lekker in je vel zit, is het raadzaam te lachen. Lachen als je je niet goed voelt, is gewoon een kwestie van mondhoeken en wenkbrauwen omhoog doen. Lach je, dan denken je hersenen dat je blij en ontspannen bent, waardoor je je ook daadwerkelijk beter zult gaan voelen.
Onbewust staan mensen meer open voor positieve contacten dan voor negatieve. Voelen mensen zich beter als ze bij jou zijn, dan zullen ze je vaker opzoeken en worden je relaties met anderen hechter.

Wees niet bang.
Veel mensen blijven liever bij het oude vertrouwde omdat ze, onbewust, bang zijn voor verandering. Het gevaar is dat je de kansen die zich voordoen niet grijpt. Om die kansen te grijpen is het niet nodig dat je grote risico's neemt. Met voldoende vertrouwen in de toekomst en in jezelf en een goede voorbereiding van je plannen kan je de kans op falen zo klein mogelijk maken.
Durf dus te vertrouwen op je vermogen om te herstellen van mislukkingen en grijp je kansen.

Pluk de dag.
Veel mensen hebben het druk en voelen zich gestrest. In plaats van te genieten van het moment zijn ze in hun hoofd bezig met wat er straks nog moet gebeuren. Toch is het wel belangrijk om in het moment te leven. Alleen dit moment telt en het leven is goed zoals het is.
Maar je kunt ook te veel in het nu leven. Want dan denk je niet aan de langetermijngevolgen van je gedrag. Je doet simpelweg dat wat nu lekker voelt. Je rookt, eet te vet of te zoet, ook al is dat op de lange termijn ongezond.
Bijgevolg is het aan te raden om regelmatig even stil te staan bij het nu en te genieten van de eerste zonnestralen, een mooie bloem of vlinder, een leuk gebaar, een lachend kind, enz.

Ziezo, weer heel wat stof om over na te denken. En toe te passen zou ik zeggen. Het lijkt mij allemaal niet zo moeilijk.

zondag 12 juli 2015

Kubb

Gisteren was mijn eerste echte kennismaking met het spel "Kubb". Al heb ik het niet gespeeld, ik heb een zee van tijd gehad om de spelers gade te slaan tijdens hun tornooi. 




Kubb is een Zweeds buitenspel waarbij je elkaars houten blokken (= kubbs) moet omgooien. Dit spel zou al in de middeleeuwen op het Zweedse eiland Gotland gespeeld zijn, bij het verzamelen van brandhout. Het is over de hele wereld populair. Je hebt zelfs al een Belgisch en een wereldkampioenschap.

Het doel van het spel is de koning om te gooien, nadat alle kubbs op de speelhelft van de tegenstander zijn omgegooid. 
De spelregels kan je nalezen op http://www.kubbspel.be/inhoud/spelregels-kubb

Klinkt gemakkelijk, maar toch is er een grote portie handigheid vereist en wat geluk.
De volgende keer probeer ik het zelf, indien iemand de spelregels kan uitleggen.








zondag 31 mei 2015

Meimaand Molenmaand

De maand mei werd uitgeroepen tot Europese Molenmaand. De bedoeling is om jaarlijks initiatieven te nemen om de oude historische wind- en watermolens in de schijnwerpers te zetten. Vandaag stellen een groot deel van de molens in Vlaanderen hun deuren weer open. De ideale gelegenheid om kennis te maken met ons eeuwen oud erfgoed.
Welke molens je kan bezoeken kan je terugvinden op www.molenforumvlaanderen.be

Ook interessant is het Provinciaal Molenmuseum in domein "Puyenbroeck" te Wachtebeke. Daar komen alle aspecten van de molen aan bod: geschiedenis, techniek, diverse toepassingen. Je vindt er ook een overzicht van het molenpatrimonium. Het museum beschikt ook over een molenbibliotheek, een molenfototheek en een molenarchief.

Even in het kort:
We onderscheiden 3 molensoorten:
De standaardmolen: een houten molen die op één punt steunt en waarvan de molenkast 360° kan gedraaid worden. Dit is de oudste molenvorm en werd voor het eerst in Vlaanderen gebouwd rond 1100. Vanuit Vlaanderen verspreidde dit molentype zich later over heel Europa.
De bovenkruier: een stenen of houten molen waarvan enkel de kap kan gedraaid worden over 360°.
De watermolen: is een molen die zijn kracht haalt uit de energie van stromend water. Bij een onderslagmolen duwt het water onderaan op het waterrad zodat dit gaat draaien. Bij een bovenslagmolen valt het water boven op het rad en dit draait door het gewicht van het water.

Eeuwen hebben wind- en watermolens ervoor gezorgd dat de mensen hun dagelijks brood op tafel kregen. Door de opkomst van andere energiebronnen dan wind en water, begon vanaf 1900 de teloorgang van de molens. Nu zijn er nog slechts een 200-tal wind- en watermolens in Vlaanderen.

Molens liggen veelal in een schitterend landschap, ideaal om te wandelen en te fietsen. In elke molen in de Vlaamse Ardennen ligt een toeristische molenkaart waarop alle molens uit de streek staan aangeduid, met extra toeristische info.

Ook Evergem heeft zijn molens: Gerardsmolen en in Ertvelde de stenenmolen en rosmolen

Vanwaar nu mijn interesse in molens? Wel, mijn grootvader (langs moeders zijde) was molenaarsknecht bij zijn broer. Deze molen is jammergenoeg afgebroken.
Wil je meer weten over deze molen? Ga dan naar http://www.molenechos.org/verdwenen/molen.php?AdvSearch=3141. Want op www.molenechos.org kan je de verdwenen molens terugvinden.





maandag 18 mei 2015

Naar Boulogne-sur-Mer

Opnieuw thuis na een mooi weekendje naar Boulogne-sur-Mer, één van de bestemmingen op mijn lijstje.

Op vrijdag zijn we vertrokken met een echt vakantiegevoel waarbij we eerst nog iets verder zijn gereden, naar Ault om precies te zijn.
Ault ligt zo'n kleine 100 km ten zuiden van Boulogne-sur-Mer en bezit een heel mooie krijtrots die stijl oprijst uit zee.
Ook de kerk is heel bijzonder. Van buitenaf gezien dan want ze was gesloten.
Verder is er niet zoveel te zien in Ault zelf, al zijn de mooie hoge klippen zeker de moeite waard.
Wat mij zeker zal bijblijven is het geluid van de golven wanneer die de rotsstranden overspoelen. Dat klinkt heel anders dan wanneer de zee een zandstrand raakt.

Ondertussen was het middag en dus tijd voor een kleine maaltijd. Onze keuze viel op boekweitpannenkoeken gevuld met iets hartigs, vis in dit geval. Die worden ginder helemaal anders geserveerd. In Gent maken ze een soort nestje van waarbij de ham, eieren, enz duidelijk te zien zijn. In Ault vouwen ze de pannenkoek dicht en zit alles dus vanbinnen. Het is anders maar daarom niet minder lekker.
Na de maaltijd reden we een eindje terug om in de late namiddag in Boulogne-sur-Mer aan te komen.

's Avonds wil je natuurlijk rustig ergens iets eten, van de plaatselijke keuken genieten. Maar hoe maak je je keuze. Eerst zoeken we een cafeetje dat door de plaatselijke bevolking opgezocht wordt. Dat vonden we op enkele meters van het hotel. In "Le Zinc" zaten allerlei mensen met en zonder kinderen rustig te keuvelen. Het zag er gezellig uit. Dus dronken we daar een aperitiefje. Terloops vragen we de barman of hij ons een restaurant kan aanbevelen. Zijn tip was "Chez Jules", slechts enkele meters verder op het plein voor de Sint Niklaaskerk (uit de 12de eeuw). En of we er goed gegeten hebben! Aan een deftige prijs, mooie goedgevulde borden vol zeer lekker eten. Het was een gouden tip. Zo goed zelfs dat we 's anderendaags niet verder gezocht hebben maar onmiddellijk gereserveerd hebben voor 's avonds.

Op zaterdag gingen we op verkenning. Ons hotel lag in een autovrije straat midden in het winkelcentrum van Boulogne-sur-Mer. Dus gingen we "windowshoppen". Althans dat was de bedoeling ... tot we een "Armand Thiery" vonden. Die winkel moet ik binnen. Hun kledinglijn ligt mij en in het Gentse is er geen winkel meer. Dus wil ik zien of er niets tussenzit om mijn garderobe wat aan te vullen. En ... jazeker ... alweer vond ik iets leuks.
Wat me tijdens die wandeling ook is opgevallen is dat er heel wat honden rondlopen en dat hun baasjes het niet altijd even nauw nemen met de hygiëne. Het is opletten waar je je voeten zet.

In de namiddag stond een bezoek aan de mooie oude stadskern op het programma. De oude ommuurde binnenstad, die ook "La Haute Ville" wordt genoemd ligt bovenop een heuvel (de eerste nederzetting op deze plaats was een Romeins legerkamp in de 2de eeuw). Deze bovenstad van 325 meter op 400 is nog steeds door een versterkte stadsmuur omringd waarin 4 stadspoorten de verbinding vormen met de rest van de stad. Op deze stadsmuur kan je een mooie wandeling maken waarbij je al een blik kunt werpen op de voornaamste gebouwen: het belfort (in de 12de eeuw onderdeel van het kasteel - werd in 2005 opgenomen op de lijst van Unesco werelderfgoed), het kasteelmuseum, het stadhuis, de basiliek Notre-Dame (in 1827 gebouwd op de ruïnes van de middeleeuwse kathedraal).

De basiliek is zeker een bezoek waard. Eigenlijk is het een dubbele kerk. Er is de klassieke kerk waar je eerst binnenstapt en dan is er nog de kapel onder de koepel. In deze kapel vind je het houten beeld van O.L.Vrouw van Boulogne. Overal zie je reclame voor de crypte, maar die was nog altijd gesloten voor restauratie. Jammer, want ze is blijkbaar een bezoekje meer dan waard.

Op de "Place Godefroid de Bouillon" zijn verschillende terrasjes zodat je rustig kunt genieten van het zicht op het mooie stadhuis met daarachter het belfort en het bloemenpleintje ervoor.

In dit stadsgedeelte ligt ook het oudste huis van Boulogne, The Vole Hole. Nu is er een Britse pub in gevestigd.

Op zondag stond Nausicaa op het programma, een grote overdekte aquarium dat zijn deuren voor de eerste maal opende in 1991.
In de 27 reuze aquariums in tal van unieke vormen kan je meer dan 4000 vissen bewonderen.
In Blankenberge staat er ook zo één, al is Nausicaã heel wat groter en ze gaan nog uitbreiden. Vanaf 2017 zou het de grootste aquarium van Europa moeten worden.

Op het einde van de namiddag hebben we nog een ritje gemaakt met het toeristentreintje. Ik hoopte om nog enkele dingen te ontdekken die wat verder van de stadskern gelegen waren. Niet dus. Eigenlijk was het een teleurstelling. Je wordt door elkaar geschud waardoor je bijna niets hoort van de uitleg die gegeven wordt (in het Frans en het Engels via kleine luidsprekers in het plafond) en het treintje rijdt gewoon van de haven naar de oude binnenstad en terug (een weg die we meermaals te voet hebben afgelegd). Niet echt een aanrader.

Onze vakantie hebben we afgesloten op een terrasje in het oude stadsgedeelte: Les Remparts op de Place G. Bouillon. Overal op de menukaarten stonden "welsh" met hesp, met ei, ... Enige uitleg maakte mij niet zo veel wijzer. Het zou iets zijn met gesmolten cheddar. Dus wou ik dat toch eens proeven. Het is dus inderdaad een toast met een sneetje hesp, daarop heel veel cheddar en dat wordt onder de grill geschoven. Daar serveren ze dan frietjes bij. Je eet dus eigenlijk heel veel gesmolten kaas met frietjes ... Ik ben blij dat ik het eens heb geproefd, maar voor mij is het niet voor herhaling vatbaar. 

Het leuke aan het ganse verblijf was dat ik de auto kon laten staan. Het hotel was gelegen op wandelafstand van de oude stadskern en Nausicaã.
Wat ons ook is opgevallen is het grote aantal auto's met een Belgische nummerplaat. Zeker een vierde van de geparkeerde auto's waren Belgen, daarnaast had je ook heel af en toe een Nederlander en een Duitser

Thuis had ik tussen mijn knipsels ook een klein papiertje gevonden met een klein beetje reclame voor Wissant. Gezien dat dorpje op de weg lag naar huis, zijn we er ook eens gestopt.
Wissant ligt midden tussen Cap Gris-Nez en Cap Blanc-Nez aan een heel mooi en groot zandstrand. Vandaar ook de naam die oorspronkelijk "wit zand" betekende. Inderdaad, Nederlands want we zitten hier dicht bij Frans-Vlaanderen.
Het is een rustig kustdorpje met talrijke vakantiehuizen. Het deed mij een beetje denken aan onze kust, maar dan zonder de hoogbouw op de zeedijken.
Jammer van de regen en de grote werken aan wat later een mooie promenade zal worden, anders hadden we hier zeker een mooie wandeling gemaakt.

Nog even stoppen in Nieuwpoort achter verse vis en dan naar huis.

zondag 3 mei 2015

Ieper

Gisteren ben ik nog eens naar Ieper gereden. Dat was jaren geleden. Mijn grootouders woonden in Ieper en als kind heb ik daar veel rondgelopen. We gingen dan steevast naar de bambietjes kijken op de vesten. Die zijn er nu niet meer. Er is nu een weide met zwarte kippen en een paar geitjes. En dat is niet het enige dat veranderd is. Vroeger konden we als kind zonder gevaar van de rand van de stad naar het centrum wandelen. Nu zou ik mijn kinderen niet meer alleen op pad durven sturen. Het is er heel wat drukker geworden.

Mijn auto heb ik geparkeerd aan het station. En gezien de parking zelf afgesloten was, ze waren er nog aan het werken, heb ik eventjes moeten zoeken.

Dan de vesten op. Met het foldertje van de vestingroute in de hand ging het langzaam richting Menenpoort.

De oorsprong van de vesten gaat terug tot de 14de eeuw, toen de stad voorzien werd van een nieuwe verdedigingsgordel met 10 poorten. Het huidige uitzicht wordt vooral bepaald door de Franse versterkingen gebouwd in opdracht van Vauban in de periode 1678-1684.

Mijn wandeling start aan het Kruitmagazijn. Dit werd in 1817 door het Nederlandse leger gebouwd op de fundamenten van een Frans kruitmagazijn. Er kon 75.000 kilo buskruit in worden opgeslagen. De muren van het bomvrije gebouw zijn 2,5 tot 3 meter dik.

We wandelen o.a. over de Majoorgracht. Majoorgracht is eigenlijk een wat ongelukkige vertaling van de Franse 18de eeuwse naam "Fossé majeur", hoofdgracht. Zo passeren we o.a. langs de Predikherentoren en de Leeuwentoren. Zij maken deel uit van de 14de eeuwse Bourgondische vestingsmuur. In de Franse tijd werden de torens verlaagd en omgebouwd tot geschutplatformen.

Een eindje verder ligt een militaire begraafplaats: Ramparts War Cemetery. Het is een kleine begraafplaats met o.a. enkele grafstenen voor Maori. Alle grafstenen kijken uit over het water. Het is er bijzonder vredig, ook al rijden de auto's zeer dichtbij door de Rijselpoort naar het stadscentrum.

De Rijselpoort, een van de belangrijkste doorgangen naar het front, werd verschillende keren verbouwd. Vauban liet de torens verlagen en de wal verbreden. Niet ver hiervandaan staat een oud gebouw dat vroeger dienst deed als rusthuis. Hier verbleef mij grootvader de laatste jaren van zijn leven. Nu zijn ze het volop aan het omvormen tot sociale appartementen.

Hier zie je het "Houten Huis", een reconstructie van een huis uit de 16de eeuw. In het begin van de 19e eeuw had Ieper meer dan 90 houten huizen, dit is het enige dat nog over blijft.

De ijskelder was een soort publieke diepvriezer. De 6 meter diep ingegraven cirkelvormige kelder is geïsoleerd met een dubbele baksteenmuur en een met aarde en bomen afgedekte bovenzijde. De toegang, met 2 deuren als warmtesluis, is naar het noorden gericht. De kelder werd 's winters gevuld met ijsblokken uit de vestinggracht. Bovenop het ijs werd stro gelegd. De ijskelder was toegankelijk voor rijke burgers, godshuizen, gasthuizen en hospitalen.

Na ongeveer anderhalf uur, aan de Menenpoort aangekomen, was het tijd voor het middagmaal.

De Menenpoort is een herdenkingsmonument voor 54.896 militairen van het Gemenebest die vóór 15 augustus 1917 gesneuveld zijn aan het Ieperse front maar geen gekend graf hebben. Zij die sneuvelden na die datum kan te terugvinden op het Tynecot Cemetery. De namen van deze mannen zijn in het monument gegrift in gouden letters. Het zijn er zoveel, zo oneindig veel, dat al die letters decoratie worden.
De poort is gebouwd op de plaats van waaruit Britse troepen vier jaar lang naar het front trokken. De 18de eeuwse Antwerpenpoort op deze plaats verdween rond 1853.
Op 24 juli 1927 werd de Menenpoort, zoals ze er nu uitziet, ingehuldigd door maarschalk Herbert Plumer. Aan de voorkant, de vijand bespiedend, bevindt zich een marmeren leeuw, zijn klauwen geplaatst als op een prooi die hij niet wil loslaten. An de achterzijde, naar de stad toe, staat een sarcofaag, glinsterend en streng. Dit monument is opgericht voor al diegenen die, in tegenstelling tot vele anderen, geen blinkende witte grafsteen hebben.
Iedere avond, jaar in jaar uit sinds 1929, wordt hier om 20u de Last Post geblazen om de duizenden gesneuvelden te herdenken.

Op de Grote Markt zijn er restaurants, bistro's en tea-rooms genoeg. Mijn keuze viel op de Cyper. De bediening was vlot, eigenlijk een beetje te vlot want ik was nog aan mijn aperitief bezig toen ze de hoofdschotel al serveerden. Dus in de toekomst bestel ik als aperitief een wijntje dat ik ook bij de maaltijd kan drinken.

Na de koffie werd het tijd om de binnenstad te verkennen.

Je mag zeker het Saint George's Memorial Church niet vergeten.
Deze Anglikaanse kerk, gebouwd tussen 1928 en 1929, is eigenlijk één groot aandenken aan de gesneuvelden, een verzamelplaats voor bezoekende familieleden. Deze kerk werd ontworpen door Sir Reginald Blomfield, die ook de architect was van de Menenpoort. Elk item in de kerk, de gedenkplaten aan de muren en op de stoelen, de vensters, de vlaggen en het meubilair zijn er allemaal ter herinnering aan diegenen die hun leven gegeven hebben voor de vrede.

De Sint-Maartenskathedraal werd na de verwoesting tijdens WOI heropgebouwd precies zoals de oorspronkelijke kerk. Ze is ook een bezoekje meer dan waard. Achter het koor zie je de grafsteen van Robrecht van Bethune, Graaf van Vlaanderen, bijgenaamd De Leeuw van Vlaanderen.

Het Flanders Fields Museum wilde ik zeker niet missen want ik had het nog nooit gezien. Dit museum over WOI in Ieper en de rest van  Vlaanderen is gevestigd op de bovenverdieping van de Lakenhallen. Het was zeer de moeite waard.
De bouwwerken aan de oorspronkelijke Lakenhallen begonnen in 1260 en waren voltooid in 1304. Eeuwenlang weerstond het gebouw met zijn 125m lange voorgevel oorlogen, maar tijdens WOI werd het volledig vernietigd op een paar fragmenten na. Na de oorlog werd het opnieuw opgebouwd in de oorspronkelijke stijl, ook nu weer met het belfort in het midden.
De Lakenhallen deden, vanaf de bouw in 1304, dienst als een overdekte markt en magazijn. De uit Engeland ingevoerde wol werd hier opgeslagen tot de verkoop ervan aan ambachtslieden. Nadat de wol was verwerkt tot laken, kwam het terug in de Halle terecht waar het bleef liggen tot het tijd was voor de jaarmarkt. Het laken trok echter muizen aan, die er zich tegoed aan deden en zich nestelden en voortplantten in de stof. Als oplossing voor dit probleem besloten de inwoners van Ieper om een aantal katten los te laten in de Lakenhalle. In het begin ging alles goed. De katten aten de muizen op en het laken was gered. Maar het plannetje werkte te goed. In plaats van met een overschot aan muizen en ratten, zal Ieper na een tijd met een overschot aan katten. Er werd niets beters op gevonden dan de dieren van de belforttoren te gooien als middel ter verdeling. Er werden levende katten uit de belforttoren gegooid tot 1817.
Vandaar het gebruik om de pluchen katjes van de belforttoren te smijten.

Nog eventjes een kleine omweg naar de vismarkt en het schattige kleine tolhuisje uit 1899.
Na nog een wandelingetje naar het grootouderlijk huis (ik was nieuwsgierig of het was zoals in mijn herinneringen) werd het tijd om naar huis te gaan.


zondag 26 april 2015

Leuven

Een dagje naar Leuven, de universiteitsstad. Met de trein ben je, vanuit Gent-Sint-Pieters, een klein uurtje onderweg. Vertrek je met de tram vanuit Evergem, dan moet je algauw drie kwartier tram rekenen.

Ik was nog nooit in Leuven geweest en de eerste kennismaking is zeker niet tegen gevallen. Voor mij is het een gezellig klein stadje vol leuke hoekjes en terrassen.

Op onze wandeling konden we vele bezienswaardigheden bezoeken en/of bewonderen.




Aan het Ladeuzeplein wordt één zijde volledig in beslag genomen door de universiteitsbibliotheek. Een mooi gebouw waar ik jammer genoeg geen deftige foto van kon nemen door de zon (die scheen recht in de lens). Op het plein zelf zie je een kunstwerk van Jan Fabre, een reuzevlieg op een reuzenaald.


Tijd voor een aperitiefje in Bar Louis op de Grote Markt. Je kunt er niet naast kijken want alle vensters van de gevel bevatten afbeeldingen van beroemde Louis. Het interieur is smaakvol ingericht. Echt een gezellige bar. Het is er niet goedkoop, maar ook niet overdreven duur. Nog net betaalbaar zou ik zeggen. En dat vinden heel wat mensen want zonder reservatie kan je hier niets nuttigen.

Ons middagmaal genoten we in De Troubadour in de Tiensestraat. Voor een schappelijke prijs krijg je een verzorgde schotel. Na de koffie werd het tijd om onze wandeling verder te zetten.

Aan het Damiaanplein staat de St-Antoniuskapel waar Pater Damiaan begraven ligt. Zijn stoffelijk overschot werd door de Mercator vanuit Molokaï terug naar België gebracht.
De kapel lijkt op een eenvoudig dorpskerkje dat volledig gewijd is aan Pater Damiaan. In de crypte staat zijn eenvoudige grafsteen. Let op het naar beneden gaan even op het schilderij dat boven de trap hangt. De kapel zelf is volledig gewijd aan het leven en werk van Pater Damiaan.

Het Groot Begijnhof ligt iets verder van het centrum maar is zeker het bezoeken waard. Zoals alle begijnhoven straalt het ook een kalmte uit. Iets wat de vele studenten en universiteitsmedewerkers die er wonen waarschijnlijk wel kunnen waarderen.
Het Groot Begijnhof stamt van rond 1230 en werd in 1998 erkend als Unesco Werelderfgoed.

Om 3 uur hadden we een afspraak met de gids van het stadhuis. Dit mooie imposante gebouw is zeker een bezoek waard.
Het stadhuis, gebouwd rond het midden van de 15de eeuw, staat op de Grote Markt.
Tegenover het stadhuis staat de Sint-Pieterskerk, die nog niet iets ouder is.
Wat opvalt is dat er geen hoge torens te zien zijn. Volgens de gids ligt dat aan de ondergrond, die zou hoogbouw niet toelaten. Daarom ook zijn aan beide zijden van het stadhuis 3 kleinere torentjes ipv 1 grote belforttoren.
Het stadhuis bestaat eigenlijk uit een volledig blok tussen de Grote Markt, de Naamsestraat, de Muntstraat en de Boekhandelsstraat. Maar het is het rijkversierde voorhuis dat alle aandacht trekt. Het duurde zo'n 400 jaar voor de 236 beelden werden bijgevoegd. Op de sokkels zijn voorstellingen van Bijbelverhalen te zien.

Nog op het laatste nippertje kunnen we een blik werpen in de Kruidtuin van de universiteit. Het is de oudste in zijn soort in Vlaanderen en werd aangelegd op het einde van de 18de eeuw. Het is nu een beschermd landschap. Het serregebouw was jammergenoeg al gesloten. Toch is de tuin echt de moeite waard met zijn vele bloemen. Zeker de blauweregens, die er al heel wat jaren staan gezien de dikte van de stam, zijn het bewonderen waard.

Nu nog een laatste dronk op de Oude markt, aan de langste toog ter wereld. Het plein kreeg die naam omdat er meer dan 40 cafés zijn. In de zomer is dit plein één groot terras.

zondag 19 april 2015

Weekendje Fraiture

Opnieuw thuis na een weekendje weg met de familie. Jammer dat er dit jaar zoveel zieken waren. Dat heeft er wel voor gezorgd dat het een "rustig" weekendje werd, zonder gezamenlijke activiteit en nachtelijke uitspattingen. Maar toch doet het altijd weer deugd om iedereen bij elkaar te hebben.

Zaterdagvoormiddag: 
Een kleine wandeling door Vielsalm. Veel is er niet te zien. Alleen enkele herinneringen aan de oorlog. Hier werd, zoals op andere plaatsen, hevig gevochten.
Jammer dat het weer wat tegen viel, anders kon je hier wellicht heel mooie wandelingen maken in het park, langs het water, door de bossen, ...
Het kerkje is wel de moeite waard. Zeker het originele uurwerk. Ik ben niet binnen geweest, dus van het interieur weet ik niks.

Zaterdagnamiddag:
Een kleine uitstap naar de watervallen van Coo. Die had ik als 7-jarige eens gezien, maar daar herinner ik mij niets meer van. Dat wou ik nu dus overdoen.
De watervallen van Coo, in de rivier de Amblève, zijn waarschijnlijk de oudste toeristische attractie in de Ardennen.
Met zijn 15 meter hoogte is het niet de hoogste maar wel de bekendste waterval van België.
De waterval van Reinshardstein in de vallei van de Warche is met zijn 60 meter de hoogste waterval van België.
Midden op de brug vind je de trap die tussen de grote en de kleine waterval loopt. Op deze trap moet je voorzichtig zijn want de treden zijn bijna altijd nat en kunnen hierdoor erg glad zijn.
Hier vind je ook het attractiepark Plopsa Coo. En de toegang is niet gratis (zoals op sommige sites te lezen valt). Je kan wel tot aan de ingang afdalen om vandaaruit de watervallen te bewonderen.

Zondagvoormiddag:
Opnieuw een stralende zon. Dus werd het tijd om de omgeving een beetje te verkennen.
Eerst op zoek naar Baraque Fraiture, het hoogste punt van België ... dacht ik. Nu blijkt dat Baraque Michel, op 675 meter, het hoogste punt is. Baraque Fraiture is met zijn 652 meter het derde hoogste punt. Dat is dus ook de reden waarom ik nergens een aanduiding vond van dat hoogste punt.
De oude betekenis van de naam Baraque de Fraiture is "Taveerne in het verlaten gebied". en op het kruispunt staat wel degelijk een "taveerne" of herberg.
Op de weg naar Fraiture zelf waar je een uiterst charmant kapelletje ziet staan, heb je overal adembenemend mooie vergezichten.

Maandag:
Op ons gemak ontbijten en opruimen. De woning was niet opnieuw verhuurd, dus waren we niet gehaast om te vertrekken. Da's nog zo leuk. Als je niet onder tijdsdruk staat, gaat alles veel vlotter.
Op de terugweg wilden we nog een grot bezoeken. Daarvan zijn er redelijk wat in de omgeving. Onze keuze viel op de Grotten van Hotton. Volgens internet is dit de enige monumentale grot van Wallonië en een belangrijk cultureel erfgoed. Veel meer dan dat is er ook niet terug te vinden.
Afdalen doe je in stadia met in totaal meer dan 500 traptreden (ben vergeten hoeveel exact en heb ook geen foto genomen van die info. Ik dacht dat ik dat wel zou terugvinden op internet. Niet dus)
Gedurende de meer dan 1 uur durende rondleiding krijg je heel wat informatie. Ik zal proberen neer te schrijven wat ik mij nog herinner, want veel heb is er niet te vinden op hun site (www.grottesdehotton.be).
In de grotten heerst een temperatuur van 12°C.
Op een diepte van 65 meter zie je ook een riviertje stromen.
Terug naar buiten ga je eerst met een aantal trappen en het laatste stukje neem je de lift.
Adres: Chemin du Spéléoclub 1 - 6990 Hotton sur Ourthe

Na nog een laatste gezamenlijke maaltijd in Le Jacquemart ging ieder zijn eigen weg. Op naar de volgende ontmoeting, bezienswaardigheid, evenement, ...

zaterdag 4 april 2015

Mini Europa & Atomium

Reeds jaren wil ik naar Mini-Europa en het Atomium. Het was er nog altijd niet van gekomen, tot gisteren. Mijn zoon wou met de Eurostar naar Londen en hij had gevraagd of ik hem wou afzetten aan het station van Brussel Zuid. Dus heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om Mini-Europa en het Atomium te bezoeken.

Het eerste probleem was: waar kan ik de auto parkeren? Aan een deftige prijs?
Langs de Eeuwfeestlaan kan je hem overal kwijt. (Wat in het hoogseizoen waarschijnlijk niet het zal geval zijn) Maar dan moet je wel €7,50 betalen voor amper 3 uurtjes.
Volgens internet kon je je auto ook parkeren op de parking van Bruparck. Na nog een rondje Eeuwfeestlaan vond ik eindelijk de ingang. Hier kon ik de auto voor de rest van de dag parkeren voor €5,00. Dat vond ik al een redelijker prijs. En ik hoefde tenminste mijn uurwerk niet constant in de gaten te houden.

Volgende probleem: ik wou eerst Mini-Europa bezoeken. Het weer was niet zo schitterend en ik bezocht liever het Atomium in de regen dan Mini-Europa. Maar waar ligt dat nu eigenlijk. Nergens kon ik een aanduiding vinden. Onder het Atomium vond ik een infokantoor waar ze tickets verkochten. Gezien ik toch ook het Atomium wilde bezoeken, sloot ik mij aan in de rij. Ze zullen mij daar wel kunnen vertellen waar Mini-Europa ligt, dacht ik bij mezelf. En inderdaad, de ingang van Mini-Europa ligt naast de ingang voor Kinepolis en Bruparck.

Mini-Europa, Europa in het klein.
Het is werkelijk de moeite waard. Alle landen van de Europese unie worden via enkele bijzondere gebouwen weergegeven in een schaal van 1/25ste. Ieder monument is weergegeven tot in het kleinste detail. Neem dus zeker de tijd om alles goed te bekijken.
Telkens kan je ook een aanduiding vinden van het land, zijn hoofdstad, het aantal inwoners en het jaar van toetreding tot de Europese Unie. Druk je op de blauwe knop, dan hoor je hun volkslied.

Op andere plaatsen vind je ook van die blauwe knoppen. Als je erop drukt zet je iets in beweging (bv de uitbarsting van de vulkaan, de stier loopt een rondje in de arena, je breekt een stukje van de Berlijnse muur af, ...).

Leuk vond ik ook de voorstelling van de Chunnel, de tunnel onder de zee die Frankrijk verbindt met Groot Brittannië. Twee grote plexibuizen onder een "kanaal" met op de ene oever de Eifeltoren en op de andere oever de witte kliffen van Dover.

Hier had ik heel veel geluk met het weer. Af en toe viel er wel een druppeltje, maar meer ook niet.

Nu had ik de keuze: eerst een rustpauze met een kop koffie, of eerst naar het Atomium.
Gezien ik mijn twijfels had over de koffie uit zo'n automaat, ben ik gaan aanschuiven om het Atomium te bezoeken.
Toen ik vertrok om Mini-Europa te bezoeken stonden ze voor het Atomium meters aan te schuiven. Nu niet meer. Ik kon redelijk vlug aan mijn bezoek beginnen.

Het Atomium:
Dit monument was eigenlijk bestemd om maar enkele maanden te schitteren op Expo '58, maar dit reuzegroot ijzeratoom (vandaar ook zijn naam) trotseert al meer dan 50 jaar weer en wind.
Zoals gezegd is het Atomium een weergave van een ijzerkristal, maar dan 165 miljard keer vergroot. Het geheel bestaat uit 9 bollen, met een diameter van 18m, die onderling verbonden zijn door buizen, met een diameter van 3m30. In sommige buizen zitten roltrappen, in andere gewone trappen. Het geheel heeft een hoogte van 102m.

























Normaal ga je eerst met de lift naar boven (deel 1 van het parcours) en doe je daarna het andere stukje te voet (deel 2 van het parcours). Ik heb eerst het stukje te voet gedaan en ben daarna gaan aanschuiven om met de lift naar boven te gaan.

Op niveau 1 en 2 (in de onderste bol) wordt meer uitleg gegeven over het Atomium en zijn geschiedenis aan de hand van reproducties van affiches en prospectussen  die de onthaal-, hoffelijkheids- en promotiecampagnes rond Expo 58 weerspiegelen.
Een Wereldtentoonstelling is een grote wereldwijde samenkomst die om de vier jaar plaatsvindt en waarin alle landen een paviljoen opbouwen om er hun gebruiken en vakkennis te tonen. Zo was Expo 58 een echte promotiecampagne voor België.

Met een roltrap gingen we dan naar niveau 3 en 4. Hier werd getoond hoe ons leven toen werd gedomineerd door plastiek, het materiaal van de toekomst (dacht men toen). In een fel oranje worden allerlei gebruiksvoorwerpen tentoongesteld. Potten, dozen, stoelen, een bed, elektrische apparaten, tot zelfs kledij werd uit plastiek vervaardigd.

Met de trap ging het dan naar niveau 5. Hier gingen enkele foto's over de technische kant van het Atomium.

Afdalen naar niveau 6 ging opnieuw met de trap. Deze bol is voorbehouden voor scholen. Kinderen kunnen hier overnachten in, jawel, een bol binnenin een bol.

Ondertussen kon je door de raampjes een blik werpen op de stad rondom en op een andere bol.

Het laatste stukje ging opnieuw met een roltrap. Maar deze buis was voorzien van blauwe en rode lampen die om beurten aan en uit gingen. Echt spectaculair en moeilijk in woorden uit te leggen. Het deed me een beetje denken aan het lichtfestival in Gent.

Nu nog deel 2 van het bezoek. Na zo'n dik half uurtje aanschuiven kon ik met de lift naar boven. Aan een snelheid van 5 meter per seconde (of 18 km per uur) konden we in geen tijd van het mooie uitzicht genieten.
Maar ondertussen stonden de anderen al aan te schuiven om terug naar beneden te gaan en belemmerden zo het uitzicht door de ramen. Foto's nemen zat er dus niet in.
Gezien ik nog geen koffie-pauze had genomen besloot ik om naar het restaurant te gaan in de hoop daar toch ten minst een kop koffie te kunnen bemachtigen (desnoods met een stukje taart erbij). En jawel, enkel koffie kon. De ene helft van de bol was restaurant met tafeltjes en stoelen, aan de andere helft was een lange tafel tegen de buitenrand gevestigd waaraan je kunnen zitten op hoge barkrukken.
Daar kon je koffie krijgen, heel lekkere koffie. Ondertussen kon je genieten van het uitzicht (en ook even uitrusten want die vele uren slenteren en wachten kruipen in je benen). Door de lage bewolking en de regen was het uitzicht enigszins beperkt, maar toch nog spectaculair genoeg om even bij stil te staan.

zondag 29 maart 2015

Zin en onzin van eieren

Een ei is voedzaam en past prima in een gezonde voeding. Het is ideaal ter afwisseling van een portie vlees of vis. Een eitje brengt niet minder dan 9 essentiële voedingsstoffen aan (eiwitten, ijzer, zink, selenium, fosfor en de vitaminen A, D, B2 en B12) en dit voor amper 90 kcal. Dat is nog geen 5% van de totaal aanbevolen hoeveelheid calorieën per dag.
Eiwitten zijn belangrijke bouw- en onderhoudsmaterialen voor de spieren van jong en oud.
Een ei is één van de weinige voedingsmiddelen die van nature rijk zijn aan vit. D.
Soms kan je in een ei een heel klein bloedklontertje vinden. Dat wil niet zeggen dat er sprake is van bevruchting. Het is wat bloed dat door het scheuren van een klein bloedvaatje in de eierstokken van de kip in het ei is terecht gekomen.

Eieren en cholesterol:
Een eierdooier bevat wel wat cholesterol maar voedingsmiddelen die veel verzadigde vetten bevatten (vb vette vleeswaren en kazen) zijn grotere boosdoeners. Het is daarom niet nodig om eierdooiers van het menu te schrappen want de eierdooier bevat eveneens de broodnodige vitaminen en mineralen. Maar overdrijf er ook niet mee. Eens een ei ter afwisseling van een stukje vlees of vis kan prima in een hartvriendelijke voeding.
Het eiwit is vrij van vetten en cholesterol.
Hoe je het eitje klaarmaakt heeft ook geen invloed op het cholesterolgehalte. Let er wel op om niet te veel vet en zout toe te voegen. Breng een omelet bijvoorbeeld op smaak met verse kruiden.

Hoe eieren bewaren:
Eieren bewaar je best koel en droog, bij voorkeur in hun kartonverpakking in de koelkast en met de punt naar beneden (zo blijft de dooier mooi centraal).
Bewaar ze uit de buurt van sterk geurende producten zoals vis of prei. Eieren hebben een poreuze schaal waardoor ze gemakkelijke andere geuren opnemen.
Een ei is ongeveer 4 weken houdbaar, gerekend vanaf de legdatum.

Conclusie:
Een eitje is gezond, lekker, je kan het op veel manieren klaarmaken en vooral ... het is goedkoop.

zondag 22 maart 2015

Flessenwater of kraantjeswater?

Kraantjeswater is gezond en tot 200 keer goedkoper dan flessenwater. En bovendien wordt het op een milieuvriendelijke manier thuis geleverd, zonder verpakking of transport.
Op het vlak van gezondheid is er geen verschil tussen kraantjeswater en flessenwater. Het wordt even streng of strenger gecontroleerd op alle mogelijke schadelijke stoffen.
Op het vlak van smaak kan de herkomst van het water wel zorgen voor lokale verschillen, net zoals het ene flessenwater ook anders smaakt dan het andere.

Hard water, met een hoog gehalte aan calcium en magnesium, is niet ongezonder dan zacht water. Calcium is zelfs goed voor de beenderen en magnesium is goed voor het hart. Zowel bij flessenwater als bij kraantjeswater vind je hard water. Het is een kwestie van persoonlijke smaak wat je lekkerder vindt.

Natuurlijk zacht regenwater neemt hardheid op wanneer het in de ondergrond over kalk(krijt)rotsen stroomt. Hard water is kalkrijk water.
In koud water lost kalk goed op. Wanneer je dit water opwarmt, komt de opgeloste kalk uit het water en veroorzaakt de schadelijke kalkaanslag. Deze aanslag kan zichtbaar zijn (op kranen, douchewand, tegelwerk, ...) of onzichtbaar (in de leidingen, boiler, was- en afwasmachine, ...)

Voor je gezondheid maakt het weinig uit of je nu leidingwater of flessenwater drinkt. Wat wel een impact heeft, is of je genoeg water drinkt. Iedereen zou 1,5 liter water per dag moeten drinken.

Hou je van afwisseling? Geef dan je water elke dag een ander smaakje.
Voeg een schijfje citroen of limoen toe aan je water. Makkelijk, verfrissend en zeer dorstlessend.
Leng je water eens aan met een beetje vruchtensap. Je krijgt een heerlijk subtiele fruitsmaak in alle mogelijke variaties.
Experimenteer met theezakjes. Heel wat theesoorten zijn ook koud heel lekker, zoals munt- of rozenbottelthee.

Nog enkele voordelen van water:

Tijdens een feestje drinken we graag een glaasje extra. Maar alcohol werkt vochtafdrijvend. Dus je lichaam droogt uit, met de bekende verschijnselen als hoofdpijn, een droge mond en vermoeidheid als gevolg.
Onze nieren hebben voldoende water nodig om de afvalstoffen af te voeren. Zo wordt een liter bier met meer dan één liter water weggespoeld. De beste manier om katerleed te verzachten is dus veel water drinken.
Cafeïnehoudende dranken als koffie en thee bevorderen eveneens het vochtverlies. Dus beperken is hier de boodschap.

Tijdens het afvallen breekt je lichaam vetstoffen af. Daarbij komen afvalstoffen vrij die in het vetweefsel zitten opgeslagen. Om die stoffen weg te spoelen, heeft je lichaam extra water nodig. Maar water verwijdert niet alleen afvalstoffen, het regelt eveneens de lichaamstemperatuur en transporteert vitaminen, voedingsstoffen en mineralen.

Water drinken op bepaalde tijdstippen maximaliseert de efficiëntie ervan op het lichaam:
2 glazen na het opstaan activeert de interne organen
1 glas 30 minuten voor elke maaltijd verbetert de spijsvertering
1 glas voor een bad verlaagt de bloeddruk
1 glas voor het slapengaan vermijdt een beroerte of een hartaanval en vermijdt beenkrampen tijdend de nacht

Conclusie:
Het menselijk lichaam bestaat voor 70% uit water. Het overgrote deel daarvan is nodig voor de werking van onze organen. Het is dus belangrijk dat het lichaamsvocht dat we verliezen dagelijks wordt aangevuld.

zondag 15 maart 2015

Lieveheersbeestjes

Gisteren heb ik het eerste exemplaar gezien na de winter. Ze worden dus wakker, deze nuttige beestjes.

Hun reputatie als bladluiseters heeft ervoor gezorgd dat onze voorvaderen hen zelfs een "goddelijke" naam gaven. Dat was al zo bij de Germanen die de beestjes "freyafugle" (vogel van Freya, de Germaanse godin van de vruchtbaarheid) noemden. Later veranderden de christenen zijn heidense naam in het christelijke "lieveheersbeestje" of "Onze-Lieve-Vrouwbeestje".

De Fransen kennen het onder de naam "Bêtes du Bon Dieu".
In Duitsland heet het "Hergotts Käferchen" of "Marien Käferchen".
Onze Engelse buren noemen ze "Ladybirds" of "Ladybeetles" en soms ook "Marybeetle".
In Amerika zegt men "Ladybug".
In Nederland heeft men het over "Hemelkoetjes" of "Hemelbeestjes".
In West-Vlaanderen heten ze "pimpampoentjes".
Hoe ze hier in Oost-Vlaanderen heten, weet ik niet. Misschien kan iemand mij wijzer maken.

Er bestaan heel wat verschillende varianten. Van het 2-stippelig lieveheersbeestje alleen al bestaan er meer dan 20 varianten. Alles hangt af van het vlekkenpatroon op de dekschilden en het halsschild, alsook van de kleur.

In het voorjaar komen de volwassen beestjes te voorschijn. Ze gaan onmiddellijk op zoek naar voedsel (voornamelijk stuifmeel van bomen) om aan te sterken.
In april-mei paren ze en de eitjes worden in groepjes afgezet in de onmiddellijke nabijheid van een voedselbron voor de larven. Gemiddeld duurt het 4 dagen vooraleer de eitjes uitkomen. De larven die als eerste uitkomen eten vaak hun broertjes en zusjes op.
Het larvenstadium duurt gemiddeld 3 maanden, maar is afhankelijk van het beschikbare voedsel. De larve van het 7-stippelig lieveheersbeestje eet zo'n 300 bladluizen vooraleer te verpoppen.
In juli of augustus kruipt het volwassen lieveheersbeestje uit de pop. De eerste uren, en soms de eerste dagen, zijn de dekschilden nog niet volledig uitgekleurd (bleekoranje bij de soorten met rode dekschilden.
Jonge lieveheersbeestjes moeten veel eten zodat ze voldoende reserves hebben voor de winter. De oude kevers sterven meestal voor de winter. Ze overwinteren als volwassen kever in groepjes, in een toestand waarbij ze bestand zijn tegen de vrieskou. Sommige soorten kruipen dan weg achter schors, onder bladeren, in holle stengels, in bolsters van beukennootjes en kastanjes en vaak ook in huizen.

Niet alle soorten eten bladluizen. Het citroengele 22-stippelig lieveheersbeestje en het meeldauwlieveheersbeestje leven uitsluitend van meeldauwschimmels. Dus ook zij zijn nuttig.

zondag 8 maart 2015

Politieprimeurs

Nog zo'n blaadje vol weetjes dat ik heb teruggevonden tussen de artikels en knipsels van mijn vader. Ik heb mijn verzamelgen dus van mijn vader geërfd.

De eerste politieauto:
Dat was geen auto van de politie maar een gevorderde Benz waarmee sergeant McLeod van de Northamptonshire politie in 1899 een oplichter achtervolgde. De man verkocht vervalste kaartjes voor een voorstelling van het Barnum & Bailey Circus. De jacht had succes, hoewel de auto niet harder kon dan 18 km per uur.
De eerste echte politie-auto was een Stanley Steamer, in gebruik genomen door de politie van Boston in 1903. Hij kwam in de plaats van vier paarden. Londen had de Europese primeur in 1919; ze schaften toen 16 Fords aan.

De eerste gemotoriseerde bankoverval:
Deze vond plaats in Parijs, vlak voor Kerstdag 1912. De bank Société Génerale in de Rue Ordener was het doelwit. De daders waren vlug gepakt.

De eerste rechercheur:
Eugène Vidocq, in zijn jeugd een geducht delinquent, werd de eerste rechercheur. Hij kende de Parijse onderwereld op zijn duimpje en na zijn zoveelste arrestatie dreigde zijn deportatie naar Duivelseiland. Hij deed toen de politie het voorstel om voor hen te werken. Dat werd zo'n succes dat hij de kans kreeg een eigen afdeling op te richten. Zo ontstond in 1812 de vermaarde Sûreté, waaraan Vidocq 21 jaar leiding heeft gegeven.

Het eerste detectiveverhaal:
"The murders in the Rue Morgue" van Edgar Allen Poe, met speurder Auguste Dupin als hoofdpersonage, was het eerste detectiveverhaal. Het verscheen in 1841 in Graham's Magazine dat in Philadelphia werd uitgegeven.

Het eerste zelfstandige politiekorps:
In Parijs werd in 1667 een koninklijk decreet uitgevaardigd waarin de politie en rechterlijke macht van elkaar werden gescheiden.

De eerste geüniformeerde agente:
Alice Wells trad in 1910 bij de politie van Los Angeles in dienst. Zij was niet de eerste agente, want die waren er al in 1850. Alice kreeg een politiefluit en een legitimatieschild waarmee ze gratis van het openbaar vervoer gebruik mocht maken. Geen conducteur geloofde echter dat de in burger geklede vrouw bij de politie was, ze dachten dat ze de "badge" van haar man had geleend. Na overleg met haar chef werd de oplossing gevonden: een uniform.
Alice Wells werd een beroemdheid en al gauw had ze nog maar weinig tijd voor het gewone politiewerk. Als propagandiste reisde ze stad en land af om politiecommissarissen over te halen geüniformeerde vrouwen in dienst te nemen. In recordtijd slaagde zij daarin.
Tussen haakjes: de literatuur noemt vaak een zekere Mary Owen als de eerste vrouw in uniform, die door een commissaris Morgan Collins zou zijn aangeteld in Detroit. Daar noch elders komen deze namen echter in de archieven voor.

De eerste handafdruk:
De handafdruk als identificatie werd voor het eerst gebruikt in 1858. Op 28 juli 1858 sloot de Engelse ambtenaar William Herschel in Jungipur (India) een contract met een lokale wegenbouwer en drukte op de achterkant van het document diens hand ter bezegeling af. Dit beviel hem zo goed dat hij er een gewoonte van maakte (die door vele anderen werd overgenomen). Het doel was te voorkomen dat de contracten door anderen zouden worden geclaimd.

De eerste vingerafdruk:
De Schotse arts Henry Faulds gebruikt voor het eerst vingerafdrukken om misdaden op te lossen. In 1880 deed hij in Tokio de ontdekking dat de vingerafdruk als hoogst betrouwbaar middel voor herkenning van de dader kan fungeren.
De eerste veroordeling op basis van vingerafdrukken vond plaats in 1892 in Buenos Aires (Argentinië) waar een vrouw de buurman beschuldigde haar beide kinderen te hebben vermoord. Maar er kwam onomstotelijk vast te staan dat zijzelf de dader was.

De eerste alcoholtest:
Het eerste blaaspijpje voor het meten van alcoholgebruik door automobilisten werd in 1938 door de politie van Indianapolis (USA) gebruikt. Het was een uitvinding van R.N. Harger die het apparaat heel toepasselijk "drunkometer" noemde.

Het eerste elektrische inbraakalarm:
Dit werd op 21 februari 1858 door Edwin T. Holmes in Boston (USA) geïnstalleerd. Twee nachten later bewees het zijn waarde: drie inbrekers konden worden opgepakt.
In dezelfde stad was twee jaar eerder 's werelds eerste elektrische brandalarm in werking geteld.