Vandaag, op Allerheiligen, gaan veel mensen naar het kerkhof om de overleden te herdenken. Veel graven hebben bloemen en bloemstukjes zodat het een kleurrijk plaatje is. En met het zonnetje erbij wordt het extra gezellig.
Na het bezoek aan het kerkhof staat er over het algemeen nog een familiebezoek op het programma. In sommige families worden dan wafels gebakken.
Het bakken en eten van wafels op Allerheiligen is een relatief recent gebruik en vervangt eigenlijk een veel oudere traditie: het bakken, eten en wegschenken van allerzielenkoeken. Deze traditie kwam voor in de katholieke delen van Nederland, België en Duitsland.
Eeuwenlang is Allerheiligen geen officiële feestdag geweest en bestond er in het kerkelijk jaar een scherp onderscheid tussen Allerheiligen (1 november) en Allerzielen (2 november). Allerheiligen was een vreugdevol feest ter ere van alle stervelingen die ooit door de katholieke kerk heilig waren verklaard. Met Allerzielen werd iedereen eraan herinnerd dat hij tot stof en as zou vergaan. De gelovigen werd gevraagd te bidden voor het zielenheil van de overlevenden, met name voor de verlossing van diegenen die nog in het vagevuur verbleven. Na de mis ging men, vaak in processie, naar het kerkhof om er te bidden op de graven van overleden familieleden en om de graven te versieren met een gewijde kaars of met bloemen, (meestal chrysanten).
De gewijde kaars en de herfstbloemen vervingen het eten en drinken dat men ooit op of zelfs in de graven deponeerde. Dit "heidense" gebruik gaat heel ver terug, tot voor Christus. Het eten en drinken waren nodig om de geliefde overledenen te helpen op hun weg naar het hiernamaals, of om de honger en dorst te stillen van rusteloze zielen of kwade geesten die nog rond het graf zweefden.
Naarmate de kerk steeds meer invloed kreeg op het dagelijkse leven van onze verre voorouders, werd dit heidense gebruik verboden en vervangen door het bakken van koeken op Allerzielen.
Vóór de koeken in de oven gingen, zei men een kort gebed en werd er een kruisje in het deeg geprent.
Wie een koek of een stuk ervan at, dacht dat hij beschermd werd tegen besmettelijke ziekten of kwade geesten.
Tegelijk schonk men koeken weg aan arme dorpsgenoten om de christelijke naastenliefde te beoefenen.
Toen Allerheiligen een officiële feestdag en dus een vrije dag werd, verschoven alle allerzielentradities naar Allerheiligen. Ook het bakken. De harde allerzielenkoeken van vroeger werden vervangen door meer verfijnde kost zoals wafels. De naastenliefde is in zekere zin gebleven want je bakt ze nooit alleen voor jezelf.
De heidense oorsprong werd dus omgezet in een christelijk gebruik (zoals met meer tradities is gebeurd).
Zo is er ook een onmiskenbaar verband tussen het heidense Halloween en het christelijke Allerzielen en tussen de heidense winterzonnewenderitus en Kerstmis.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten