Terug van weg geweest. Deze keer zijn we naar Mons geweest. Gezien Mons in 2015 culturele hoofdstad van Europa is, moesten we daar toch even naar toe.
Mons is niet al te groot en alles ligt daar dus dicht bij elkaar. Je kan er mooie wandelingen maken en deze combineren met een bezoek aan één van de talrijke musea. Al zijn die wandelingen best vermoeiend want Mons ligt op een heuvel (vandaar de naam).
Op de grote markt stond een kermis opgesteld. Dit betekent dat we enkel al wandelend konden genieten van de mooie gebouwen. Op een terrasje had je enkel zicht op de kermis.
Wat hebben we zoal gezien op onze wandelingen?
"Le Singe du Grand Garde":
Het beroemde aapje staat links van de ingang van het stadhuis (voltooid in 1477). Naar verluidt zou het geluk brengen aan wie zijn kopje aait met de linker hand.
Ik heb het alvast geaaid. Je weet maar nooit ...
Fontaine du Ropieur:
Ga door de poort van het stadhuis en zoek het beeld van de Bergense kwajongen die op de voorbijgangers "spuwde". Dit beeld staat in het kleine maar mooie tuintje van de burgemeester, Le jardin du Maïeur.
"The Passenger" van Arne Quinze:
De fameuze houten stelling die in elkaar is gezakt en nu opnieuw opgezet is. Het is grootser dan ik dacht en heeft wel iets. Misschien kan dit nog doorgaan voor "kunst". Al zou ik in zit geval kunst wel met een kleine "k" schrijven.
Wat hebben we zoal bezocht?
Het Belfort:
Deze toren van 87m hoog is het enige belfort in barokstijl in België (erkend als Unesco Werelderfgoed).
Victor Hugo vond het echter niet zo'n mooie toren. Hij noemde het een toren met een grote koffiepot en 4 kleinere theepotten. En eigenlijk, met heel wat fantasie ...
Een beetje geschiedenis: deze toren werd in de 17de eeuw gebouwd na de instorting van de klokkentoren in 1661. Hij ligt naast het park van het Gravenkasteel op slechts 200 m van de Grand Place.
Binnenin het belfort is een museum ingericht.
Vanop de bovenste verdieping heb je een mooi zicht op Mons en haar monumenten.
De collegiale Sint-Waltrudiskerk:
Deze kerk werd gebouwd tussen 1450 en 1686.
In de kerk staat de beroemde "Car d'or", een rijkelijk versierde praalwagen uit 1780 die ieder jaar het reliekschrijn van de heilige Waltrudis in processie door de stad rijdt.
Bij nader inzien bezoek je beter eerst het museum van de Doudou en pas daarna de St. Waltrudiskerk.
Sint Elisabethkerk:
Dit is de tweede belangrijkste kerk van Mons en zeker een bezoekje waard.
In de 16de eeuw werd de kapel ter ere van de H. Elisabeth vervangen door een kerk die verschillende malen werd verbouwd na vernieling of brand. De huidige kerk dateert van begin 18de eeuw.
Voor de kerk staat het fameuze kunstwerk "The Passenger".
Het Museum van de Doudou:
Dit is een museum dat je zeker moet gezien hebben. Het is gevestigd in het oude pandjeshuis.
Het museum is gewijd aan de Ducasse van Mons, een eeuwenoud folkloristisch feest, sinds 2005 door de Unesco erkend als immaterieel erfgoed. Deze feesten gaan door de eerste zondag na Pinksteren.
Op zondagvoormiddag wordt het reliekschrijn van de H. Waldetrudis op de gouden koets door de stad gevoerd. Hoogtepunt van deze tocht is de beklimming van de steile helling naast de kerk. Het dolenthousiaste volk duwt de koets dan naar boven. Als dit niet in één ruk gebeurt, staat de stad een jaar van onheil te wachten.
Net na de middag wordt de strijd aangegaan met de "Lumeçon", het gevecht tussen St. Joris, symbool van het goede, en de draak, symbool van het kwade. Ook hier spelen de toeschouwers een rol: zij proberen enkele gelukbrengende haren uit de staart van de draak te trekken.
In het museum krijg je alle uitleg in woord en beeld over het legendarische gevecht tussen Sint-Joris en de Draak. En ook het leven van de Heilige Waldetrudis wordt hier vertelt.
Het Mundaneum:
Het Mundaneum vindt zijn oorsprong in de 19de eeuw wanneer het plan wordt opgevat om alle kennis van de wereld te verzamelen en te indexeren.
Vandaag de dag wordt het Mundaneum als de eerste zoekmachine van de geschiedenis beschouwd, de papieren google als het ware.
Dit museum geeft uitleg over het ontstaan, de opbouw en de evolutie van deze papieren "zoekmachine" naar de digitale versie.
Gastronomisch:
Op de grote markt kan je allerlei eet- en drinkgelegenheden vinden. Koffie zou ik niet direct aanraden, die vond ik echt niet lekker. Dus ben ik overgeschakeld op thee.
Vooraleer te vertrekken wou ik toch een streekgerecht proeven: "filet pur de porcelet sauce berdouille". Het varkensvlees wordt eerst gebakken en krijgt daarna zijn typische behandeling: koken met o.m. witte wijn en room, dan o.m. augurken en mosterd toevoegen, om vervolgens af te werken met dragon en kervel. Het geheel wordt geserveerd met frietjes en een schoteltje rauwkost. Het was zeer lekker. Ik kan iedereen aanraden om het eens te proeven.
Het weer viel best mee. Alleen op vrijdag in de late namiddag hebben we een beetje regen gehad. En natuurlijk op zaterdag, dan is het kort na de middag beginnen regenen. Dus zijn we maar naar huis teruggekeerd.
zondag 15 november 2015
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten