Normaal heb ik er weinig last van. Ik heb een gevarieerd aantal hobby's zodat ik altijd wel iets kan doen waar ik mij terug goed bij voel. Maar vandaag ging het niet. Wat ik ook deed, die melancholische bui ging maar niet over.
Misschien heeft het te maken met de zon. We zien ze de laatste tijd zo weinig.
Misschien heeft het te maken met het feit dat ik vorige week regelmatig te laat ben gaan slapen. Een lichte onbewuste vermoeidheid die zorgt dat je nergens zin in hebt.
Zo ben ik met een kop thee in mijn documenten gaan neuzen. Daar heb ik een artikeltje teruggevonden over winterblues en wat kan helpen om je beter te voelen. Dat ben ik beginnen lezen.
Er staan wel enkele zeer interessante dingen in. Interessant genoeg om ze hier te vermelden.
Lavendel en munt blijken geschikte kruidenthees voor wie komaf wil maken met een winterdipje. Beide kruiden hebben een kalmerend effect en lenen zich ook uitstekend als slaapmutsje.
Daar kan ik mij in vinden. Muntthee vind ik lekker en op mijn nachtkastje staat zo'n puimsteentje met lavendelolie. Hier zit ik dus alvast goed.
Maar ook andere theesoorten hebben hun heilzame werking.
Kamillethee is goed bij maag- en darmklachten. Het is een echt kalmeermiddel voor opspelende darmen zoals bij buikgriep of ander virussen. En bovendien zorgt deze thee ook voor extra vocht, wat belangrijk is in geval van diarree.
Gember heeft de reputatie dat het helpt bij de bestrijding van infecties, veroorzaakt door virussen. Snij ongeveer 1 cm gember in dunnen reepjes, laat 5 minuten trekken in heet water en filter deze pittige thee.
Tijm kan verlichting bieden bij een verkoudheid. Laat enkele takjes trekken in kokendheet water. Maar opgelet: tijm heeft een behoorlijk krachtige smaak. (ik vind die zelf niet zo lekker)
zondag 7 december 2014
zondag 30 november 2014
Belgetariër
Deze week gehoord op de radio: belgetariër.
Wat is dat nu voor iets?
Wel, in navolging van een vegetariër die geen vlees eet, eet een belgetariër voornamelijk Belgische voedingsmiddelen. En daar sta ik volledig achter. Waarom buitenlandse economieën steunen als onze economie onze steun hard nodig heeft en eigenlijk dubbel en dik verdient. Want eerlijk gezegd, de Belgische producten vind ik persoonlijk best lekker, voedzaam en gemakkelijk om klaar te maken.
Ik zoek alvast voor de feestdagen een menu met Belgische producten bij elkaar. En dergelijke menu's zijn ook op internet te vinden (of in de kookboeken van Jeroen Meus)
Wat is dat nu voor iets?
Wel, in navolging van een vegetariër die geen vlees eet, eet een belgetariër voornamelijk Belgische voedingsmiddelen. En daar sta ik volledig achter. Waarom buitenlandse economieën steunen als onze economie onze steun hard nodig heeft en eigenlijk dubbel en dik verdient. Want eerlijk gezegd, de Belgische producten vind ik persoonlijk best lekker, voedzaam en gemakkelijk om klaar te maken.
Ik zoek alvast voor de feestdagen een menu met Belgische producten bij elkaar. En dergelijke menu's zijn ook op internet te vinden (of in de kookboeken van Jeroen Meus)
zondag 23 november 2014
Menopauze
De menopauze, iedereen krijgt er vroeg of laat mee te maken. En niet iedereen heeft er in gelijke mate last van.
Het eerste waar je aan denkt zijn de "opvliegers". Je krijgt het ontzettend warm en je kunt er niks aan doen. Gewoon afwachten tot het overgaat.
Zelf heb ik daar weinig of geen last meer van sinds ik hormonen kreeg van de gynaecoloog. Daar was ik eerst tegen maar nu ben ik toch blij dat ik ze heb. Het maakt mijn leven veel aangenamer.
Ook ben je vlugger vermoeid. Tja, je bent nu eenmaal geen 3 x 7 meer. Maar iedere leeftijd heeft zijn charme. En wie zegt dat alles nog moet gebeuren op hetzelfde ritme als vroeger? Doe het gewoon op je nieuwe ritme en plan regelmatig een "koffiepauze". Over het algemeen zijn de kinderen het huis uit (of toch bijna) en heb je meer tijd voor jezelf. Nu kan je eindelijk die cursus volgen, eens een weekendje weg met een vriend(in), een citytrip in binnen- of buitenland, enz. Eindelijk tijd voor jezelf dus.
Ook je slaapritme wordt verstoord. De veranderende hormonale balans maakt zowel in- als doorslapen moeilijk. Soms kan het helpen als je je voedingspatroon aanpast. verder kan je ook enkele natuurlijke middeltjes gebruiken.
Valeriaan heeft een sterk kalmerende werking. Maar er kan gewenning optreden waardoor je telkens een hogere dosis nodig hebt om hetzelfde effect te bereiken.
Passiebloem helpt vooral om rustig te worden. Het heeft een stress- en angstwerend effect.
Haver heeft een positieve invloed op de slaap en de stemming. je vindt het o.a. in muesli, haverkoeken en meergranenbrood.
Zelf heb ik veel baat bij Menophytia Slaap, verkrijgbaar bij de apotheker. Sinds ik dit neem heb ik weinig problemen met inslapen en met doorslapen.
Een ander nadeel is het verdwijnen van je taille.
Op korte tijd kan je er helemaal anders uitzien. En minder gaan eten helpt niet echt. Je lichaam is nu eenmaal aan het veranderen, daar moet je je bij neerleggen. Dus waarom je druk maken, geniet gewoon van de leuke dingen. Hou je gewicht onder controle maar vergeet niet te "leven".
Iedereen wordt ouder en moet zich bij dat proces neerleggen. En dat betekent niet bij de pakken gaan zitten en gelaten je lot ondergaan. Breng een kleurtje aan op je nagels en je gezicht, trek iets mooi aan, doe een lekker parfum op en ga op een terrasje zitten met een cava. En doe het alleen om jezelf even te verwennen.
Blijkbaar verandert ook de vochtbalans in ons lichaam en worden de slijmvliezen wat droger.
Dus die droge mond en neus komen niet alleen van de airco op kantoor, ook onze hormonen hebben ermee te maken.
Je kunt je neus spoelen met een fysiologische zoutwateroplossing (te koop bij de apotheker).
Je kunt de vochtigheidsgraad van je woning verhogen door waterbakjes aan of op de radiatoren te zetten.
Je kunt wat meer water drinken zodat je mond minder uitdroogt.
Een pintje bier kan ook helpen maar mijd koolzuurhoudende dranken (die drogen de mond uit)
Mijd rode wijn (tannine heeft een uitdrogend effect), witte wijn is beter.
Chocolade is te mijden want die maakt de mond plakkerig.
Pepermunt geeft eerst een fris gevoel maar droogt nadien snel uit.
Heb je er heel veel last van, probeer dan eens Membrasin, een natuurproduct uit Finland op basis van duindoornolie. (moet ik nog uitproberen)
Voeding die kan helpen:
Peulvruchten, soja en noten. Deze bevatten isoflavonen (= plantaardige oestrogenen die zich in het lichaam bijna net zo gedragen al het eigen oestrogeen) die de hormonenhuishouding beter in balans brengen.
Vis. Vooral vette vis bevat veel omega 3 vetzuren die goed zijn voor de botten, gewrichten, hart en bloedvaten.
Fruit en groenten. Deze bevatten een rijke variatie aan vitaminen en mineralen die vooral de algemene weerstand verbeteren. Fruit met vitamine C kan het dunner en slapper worden van de huid vertragen. Neem ook af en toe een eitje voor de vitamine D.
Zuivel. In de meest zuivel zit calcium dat goed is om botontkalking tegen te gaan.
Brandnetel. Bevordert de opname van calcium.
Valeriaan. Heeft een rustgevende invloed op het totale zenuwstelsel waardoor het heerlijk ontspannend werkt en klachten als prikkelbaarheid en een opgejaagd gevoel verminderd.
Hop. Helpt om sombere gevoelens te verdrijven, te ontspannen en beter te slapen. En hop zit in bier, dus af en toe een biertje helpt.
Zilverkaars. Bevat bestanddelen die sterk lijken op oestrogeen.
Salie. Regelt de interne thermostaat waardoor de opvliegers en het nachtelijk zweten verminderen.
Duindoornolie. Bevat maar liefst 4 verschillende omega vetzuren en helpt daarmee effectief een droge huid en droge slijmvliezen bestrijden. Verder helpt het om het cholesterolgehalte en de bloedvaten gezond te houden.
Teunisbloemolie. Verbetert de hormonenbalans en gaat een opgeblazen gevoel, vochtophoping en somberheid tegen.
Maretak. Zou de emotionele stabiliteit vergroten.
Sint-Janskruid. Helpt tegen een depressie. Maar opgelet: in combinatie met bepaalde medicijnen kan het ongewenste bijverschijnselen geven en zelf de werking van medicatie verminderen.
Het eerste waar je aan denkt zijn de "opvliegers". Je krijgt het ontzettend warm en je kunt er niks aan doen. Gewoon afwachten tot het overgaat.
Zelf heb ik daar weinig of geen last meer van sinds ik hormonen kreeg van de gynaecoloog. Daar was ik eerst tegen maar nu ben ik toch blij dat ik ze heb. Het maakt mijn leven veel aangenamer.
Ook ben je vlugger vermoeid. Tja, je bent nu eenmaal geen 3 x 7 meer. Maar iedere leeftijd heeft zijn charme. En wie zegt dat alles nog moet gebeuren op hetzelfde ritme als vroeger? Doe het gewoon op je nieuwe ritme en plan regelmatig een "koffiepauze". Over het algemeen zijn de kinderen het huis uit (of toch bijna) en heb je meer tijd voor jezelf. Nu kan je eindelijk die cursus volgen, eens een weekendje weg met een vriend(in), een citytrip in binnen- of buitenland, enz. Eindelijk tijd voor jezelf dus.
Ook je slaapritme wordt verstoord. De veranderende hormonale balans maakt zowel in- als doorslapen moeilijk. Soms kan het helpen als je je voedingspatroon aanpast. verder kan je ook enkele natuurlijke middeltjes gebruiken.
Valeriaan heeft een sterk kalmerende werking. Maar er kan gewenning optreden waardoor je telkens een hogere dosis nodig hebt om hetzelfde effect te bereiken.
Passiebloem helpt vooral om rustig te worden. Het heeft een stress- en angstwerend effect.
Haver heeft een positieve invloed op de slaap en de stemming. je vindt het o.a. in muesli, haverkoeken en meergranenbrood.
Zelf heb ik veel baat bij Menophytia Slaap, verkrijgbaar bij de apotheker. Sinds ik dit neem heb ik weinig problemen met inslapen en met doorslapen.
Een ander nadeel is het verdwijnen van je taille.
Op korte tijd kan je er helemaal anders uitzien. En minder gaan eten helpt niet echt. Je lichaam is nu eenmaal aan het veranderen, daar moet je je bij neerleggen. Dus waarom je druk maken, geniet gewoon van de leuke dingen. Hou je gewicht onder controle maar vergeet niet te "leven".
Iedereen wordt ouder en moet zich bij dat proces neerleggen. En dat betekent niet bij de pakken gaan zitten en gelaten je lot ondergaan. Breng een kleurtje aan op je nagels en je gezicht, trek iets mooi aan, doe een lekker parfum op en ga op een terrasje zitten met een cava. En doe het alleen om jezelf even te verwennen.
Blijkbaar verandert ook de vochtbalans in ons lichaam en worden de slijmvliezen wat droger.
Dus die droge mond en neus komen niet alleen van de airco op kantoor, ook onze hormonen hebben ermee te maken.
Je kunt je neus spoelen met een fysiologische zoutwateroplossing (te koop bij de apotheker).
Je kunt de vochtigheidsgraad van je woning verhogen door waterbakjes aan of op de radiatoren te zetten.
Je kunt wat meer water drinken zodat je mond minder uitdroogt.
Een pintje bier kan ook helpen maar mijd koolzuurhoudende dranken (die drogen de mond uit)
Mijd rode wijn (tannine heeft een uitdrogend effect), witte wijn is beter.
Chocolade is te mijden want die maakt de mond plakkerig.
Pepermunt geeft eerst een fris gevoel maar droogt nadien snel uit.
Heb je er heel veel last van, probeer dan eens Membrasin, een natuurproduct uit Finland op basis van duindoornolie. (moet ik nog uitproberen)
Voeding die kan helpen:
Peulvruchten, soja en noten. Deze bevatten isoflavonen (= plantaardige oestrogenen die zich in het lichaam bijna net zo gedragen al het eigen oestrogeen) die de hormonenhuishouding beter in balans brengen.
Vis. Vooral vette vis bevat veel omega 3 vetzuren die goed zijn voor de botten, gewrichten, hart en bloedvaten.
Fruit en groenten. Deze bevatten een rijke variatie aan vitaminen en mineralen die vooral de algemene weerstand verbeteren. Fruit met vitamine C kan het dunner en slapper worden van de huid vertragen. Neem ook af en toe een eitje voor de vitamine D.
Zuivel. In de meest zuivel zit calcium dat goed is om botontkalking tegen te gaan.
Brandnetel. Bevordert de opname van calcium.
Valeriaan. Heeft een rustgevende invloed op het totale zenuwstelsel waardoor het heerlijk ontspannend werkt en klachten als prikkelbaarheid en een opgejaagd gevoel verminderd.
Hop. Helpt om sombere gevoelens te verdrijven, te ontspannen en beter te slapen. En hop zit in bier, dus af en toe een biertje helpt.
Zilverkaars. Bevat bestanddelen die sterk lijken op oestrogeen.
Salie. Regelt de interne thermostaat waardoor de opvliegers en het nachtelijk zweten verminderen.
Duindoornolie. Bevat maar liefst 4 verschillende omega vetzuren en helpt daarmee effectief een droge huid en droge slijmvliezen bestrijden. Verder helpt het om het cholesterolgehalte en de bloedvaten gezond te houden.
Teunisbloemolie. Verbetert de hormonenbalans en gaat een opgeblazen gevoel, vochtophoping en somberheid tegen.
Maretak. Zou de emotionele stabiliteit vergroten.
Sint-Janskruid. Helpt tegen een depressie. Maar opgelet: in combinatie met bepaalde medicijnen kan het ongewenste bijverschijnselen geven en zelf de werking van medicatie verminderen.
zondag 9 november 2014
Oorlog en terpentijn
Enige tijd geleden kocht ik dit boek van Stefan Hertmans. Het intrigeerde mij omdat het hoofdpersonage een leeftijdsgenoot is van mijn grootvader. Alleen leefde het hoofdpersonage in Gent en mijn grootvader in Ieper.
Het eerste deel van het boek behandelt zijn leven vóór de oorlog, de strijd van de gewone mensen om te overleven.
Het tweede deel behandelt zijn wedervaren gedurende WOI.
Het derde deel behandelt zijn leven na de oorlog, zijn strijd om een menswaardig bestaan op te bouwen.
In het gedeelte over de oorlog zijn opvallend veel gelijkenissen tussen hem en mijn grootvader.
Op blz 242 lezen we:
"... daar komt onze ziekenzaal in, we geloven onze ogen niet, de Koningin zelf, in een eenvoudig verpleegsterstenue. Ze gaat van bed naar bed, ..."
Ook bij mijn grootvader bleef de Koningin even staan. Hij was verblind door de gasaanval en kon haar niet zien, maar hij heeft wel haar stem gehoord.
Wat verder lezen we:
"Met een twintigtal anderen word ik, na consult van de zaalarts, op transport gezet naar Noord-Frankrijk. We rijden langs de kust, liggend op berries en gepijnigd door het hotsen en botsen op de wegen. We komen in twee legervoertuigen aan bij het Casino van Dinard, dat is omgevormd tot hospitaal. Een grote zaal met zicht op zee. ... Het is een vreemd gezicht, bedden en nog eens bedden in een cirkelvormige balzaal met tussenin gangen voor de verpleegsters. Hier en daar een stoel waar medicijnflesjes en allerlei rommel op staat."
Het zou kunnen geschreven zijn door mijn grootvader want ook hij werd gewond en mocht naar Dinard om te herstellen. Het was daar dat hij mijn grootmoeder voor het eerste ontmoette.
Ik kan me nu een beetje een beeld vormen van wat hij moet doorstaan hebben. Al zal de werkelijkheid heel wat gruwelijker geweest zijn dan wat je je kunt inbeelden.
Het boek is een echte aanrader voor al wie meer wil weten over hoe het er nu echt aan toe ging in de loopgraven.
Het eerste deel van het boek behandelt zijn leven vóór de oorlog, de strijd van de gewone mensen om te overleven.
Het tweede deel behandelt zijn wedervaren gedurende WOI.
Het derde deel behandelt zijn leven na de oorlog, zijn strijd om een menswaardig bestaan op te bouwen.
In het gedeelte over de oorlog zijn opvallend veel gelijkenissen tussen hem en mijn grootvader.
Op blz 242 lezen we:
"... daar komt onze ziekenzaal in, we geloven onze ogen niet, de Koningin zelf, in een eenvoudig verpleegsterstenue. Ze gaat van bed naar bed, ..."
Ook bij mijn grootvader bleef de Koningin even staan. Hij was verblind door de gasaanval en kon haar niet zien, maar hij heeft wel haar stem gehoord.
Wat verder lezen we:
"Met een twintigtal anderen word ik, na consult van de zaalarts, op transport gezet naar Noord-Frankrijk. We rijden langs de kust, liggend op berries en gepijnigd door het hotsen en botsen op de wegen. We komen in twee legervoertuigen aan bij het Casino van Dinard, dat is omgevormd tot hospitaal. Een grote zaal met zicht op zee. ... Het is een vreemd gezicht, bedden en nog eens bedden in een cirkelvormige balzaal met tussenin gangen voor de verpleegsters. Hier en daar een stoel waar medicijnflesjes en allerlei rommel op staat."
Het zou kunnen geschreven zijn door mijn grootvader want ook hij werd gewond en mocht naar Dinard om te herstellen. Het was daar dat hij mijn grootmoeder voor het eerste ontmoette.
Ik kan me nu een beetje een beeld vormen van wat hij moet doorstaan hebben. Al zal de werkelijkheid heel wat gruwelijker geweest zijn dan wat je je kunt inbeelden.
Het boek is een echte aanrader voor al wie meer wil weten over hoe het er nu echt aan toe ging in de loopgraven.
zondag 12 oktober 2014
Kunstwerk
Op het pleintje aan het kruispunt Langerbrugsestraat-Kapellestraat stonden sinds 1996 "De Dorpswachters". Helaas zijn die de nacht van 24 op 25 maart 2012 gestolen. Later werden stukken teruggevonden. Iemand had ze in stukken gezaagd en ze konden onmogelijk hersteld worden.
Zijn beelden zijn uniek. Ik houd wel van zijn stijl. De menselijke figuren hebben iets dromerigs.
Op internet heb ik nog een foto gevonden van dit mooie beeld (dus deze foto heb ik niet zelf genomen)
Dirk De Keyzer, geboren in Wippelgem, werd gevraagd om een nieuw beeld te maken. Gisteren werd het ingehuldigd en nu staat er dus opnieuw een beeld: Ponita.
Gelukkig maar, want die lege sokkel stond daar maar zielig alleen zonder beeld ...
![]() |
| De Dorpswachters |
Gelukkig maar, want die lege sokkel stond daar maar zielig alleen zonder beeld ...
| Ponita |
| Grote Zwier |
| Het koningspaar |
zaterdag 6 september 2014
De Bevrijding
Het laatste stukje van wat mijn vader heeft neergeschreven:
Woensdag 6 september 1944: van in de voormiddag was er al meer Duitse activiteit dan normaal.
Op de koer van de hoekherberg "Au Faubourg" werd door de Duitsers een kanon geplaatst dat gericht stond op de Poperingsesteenweg.
Na het middageten hadden wij enkele Duitsers die langs onze open poort waren binnengekomen. Wij moesten weg ... "RAUS" ... De leider van de groep was nogal kortaf. Toen onze Albert hem aansprak in het Duits, veranderde hij niet en bleef aandringen dat wij weg moesten ... en dat nogal vlug. Maar wij mochten niet meer op straat. We waren verplicht om met een ladder over de muur te kruipen. Lucien, met hevige koorts, moest er ook over. We kropen in de kelder van ons gebuur (huis nr. 48).
Het was toen ongeveer 14u. Wij hebben daar gezeten in de kelder, Lucien op een matras, tot aan de bevrijding omstreeks 8u 's avonds. We hebben dus ongeveer 6u in die kelder gezeten.
Dan zagen wij Engelse tanks Ieper binnentrekken. In feite waren het Polen in het Engels leger.
Toen Lucien 's morgens wakker werd, zag hij dat hij die nacht geslapen had tussen de kogels en ledige hulzen.
Enige tijd later hadden wij Engelse soldaten bij ons op logement. Eerst Noby Stiles en Marc van de "Royal Armored Corps" tankeenheid.
Die van bij ons zijn moeten gaan vechten tegen het "Von Rundsted-offensief. Gelukkig zijn ze beiden goed teruggekeerd na de Kerstdagen van 1944.
Eens die eenheid weg, hadden wij Georges en Harry, beiden uit Leeds, bij ons op logement. Eenheid: "Royal Engeneers" "TT" (afkorting voor Theems en Tine)
Langzaam hernam het leven zijn gewone gang en was de oorlog voorbij.
Woensdag 6 september 1944: van in de voormiddag was er al meer Duitse activiteit dan normaal.
Op de koer van de hoekherberg "Au Faubourg" werd door de Duitsers een kanon geplaatst dat gericht stond op de Poperingsesteenweg.
Na het middageten hadden wij enkele Duitsers die langs onze open poort waren binnengekomen. Wij moesten weg ... "RAUS" ... De leider van de groep was nogal kortaf. Toen onze Albert hem aansprak in het Duits, veranderde hij niet en bleef aandringen dat wij weg moesten ... en dat nogal vlug. Maar wij mochten niet meer op straat. We waren verplicht om met een ladder over de muur te kruipen. Lucien, met hevige koorts, moest er ook over. We kropen in de kelder van ons gebuur (huis nr. 48).
Het was toen ongeveer 14u. Wij hebben daar gezeten in de kelder, Lucien op een matras, tot aan de bevrijding omstreeks 8u 's avonds. We hebben dus ongeveer 6u in die kelder gezeten.
Dan zagen wij Engelse tanks Ieper binnentrekken. In feite waren het Polen in het Engels leger.
Toen Lucien 's morgens wakker werd, zag hij dat hij die nacht geslapen had tussen de kogels en ledige hulzen.
Enige tijd later hadden wij Engelse soldaten bij ons op logement. Eerst Noby Stiles en Marc van de "Royal Armored Corps" tankeenheid.
Die van bij ons zijn moeten gaan vechten tegen het "Von Rundsted-offensief. Gelukkig zijn ze beiden goed teruggekeerd na de Kerstdagen van 1944.
Eens die eenheid weg, hadden wij Georges en Harry, beiden uit Leeds, bij ons op logement. Eenheid: "Royal Engeneers" "TT" (afkorting voor Theems en Tine)
Langzaam hernam het leven zijn gewone gang en was de oorlog voorbij.
zondag 31 augustus 2014
Bioritme
Ons bioritme is de klok in onze hersenen die ons slaap-waakritme regelt. Het bepaalt wanneer we wakker zijn en wanneer we willen slapen.
Maar dat is niet alles. Onze inwendige biologische klok bepaalt eveneens de evolutie van onze lichaamstemperatuur en het ogenblik waarop we honger krijgen.
Toch wordt dat bioritme ook beïnvloed door externe facturen zoals de afwisseling licht-donker, warmte-koude, rust-activiteit, ...
Een ochtendmens is 's morgens sneller actief en heeft minder problemen om vroeg op te staan. Zij zijn heel gevoelig aan slaaptekort en zullen er snel last van hebben als ze later zijn gaan slapen.
Een avondmens raakt 's morgens maar niet op dreef en kan gemakkelijker langer opblijven.
Maar 80% van de mensen hebben geen uitgesproken voorkeur. De meeste mensen hebben er dus niet echt problemen mee om eens wat vroeger op te staan of later te gaan slapen dan ze gewoon zijn. Voor hen is het dus mogelijk om 2 uur af te wijken van hun voorkeursritme.
Of je nu graag vroeg opstaat of liever laat in bed kruipt, het aantal uren slaap dat je nodig hebt om je 's morgens fris te voelen is heel persoonlijk. De meeste mensen slapen gemiddeld tussen de zes en negen uur per nacht.
Bioritme is voor een stuk aangeboren en voor een stuk bepaald door je omgeving en ontwikkeling.
Dat tieners liever laat gaan slapen en laat opstaan, is heel normaal. Het maakt deel uit van hun ontwikkelingsproces.
Hoe ouder we worden, hoe meer ons bioritme in de omgekeerde richting begint te verschuiven.
Het perfecte bioritme bestaat niet. Pas je levensstijl zo goed mogelijk af op je bioritme. Al kan je gemakkelijk 2 uur afwijken.
Voor de werkende mens is het misschien niet zo eenvoudig om je bioritme te volgen, zeker als je in ploegen moet werken.
Voor de gepensioneerde mens zal dat waarschijnlijk iets eenvoudiger zijn.
Maar dat is niet alles. Onze inwendige biologische klok bepaalt eveneens de evolutie van onze lichaamstemperatuur en het ogenblik waarop we honger krijgen.
Toch wordt dat bioritme ook beïnvloed door externe facturen zoals de afwisseling licht-donker, warmte-koude, rust-activiteit, ...
Een ochtendmens is 's morgens sneller actief en heeft minder problemen om vroeg op te staan. Zij zijn heel gevoelig aan slaaptekort en zullen er snel last van hebben als ze later zijn gaan slapen.
Een avondmens raakt 's morgens maar niet op dreef en kan gemakkelijker langer opblijven.
Maar 80% van de mensen hebben geen uitgesproken voorkeur. De meeste mensen hebben er dus niet echt problemen mee om eens wat vroeger op te staan of later te gaan slapen dan ze gewoon zijn. Voor hen is het dus mogelijk om 2 uur af te wijken van hun voorkeursritme.
Of je nu graag vroeg opstaat of liever laat in bed kruipt, het aantal uren slaap dat je nodig hebt om je 's morgens fris te voelen is heel persoonlijk. De meeste mensen slapen gemiddeld tussen de zes en negen uur per nacht.
Bioritme is voor een stuk aangeboren en voor een stuk bepaald door je omgeving en ontwikkeling.Dat tieners liever laat gaan slapen en laat opstaan, is heel normaal. Het maakt deel uit van hun ontwikkelingsproces.
Hoe ouder we worden, hoe meer ons bioritme in de omgekeerde richting begint te verschuiven.
Het perfecte bioritme bestaat niet. Pas je levensstijl zo goed mogelijk af op je bioritme. Al kan je gemakkelijk 2 uur afwijken.
Voor de werkende mens is het misschien niet zo eenvoudig om je bioritme te volgen, zeker als je in ploegen moet werken.
Voor de gepensioneerde mens zal dat waarschijnlijk iets eenvoudiger zijn.
zondag 10 augustus 2014
Wondjes
Verdorie, voor de zoveelste keer in mijn vinger gesneden deze week. De laatste tijd heb ik precies 2 linkerhanden.
Dat brengt me bij de verzorging van die kleine wondjes. Want een slecht of foutief verzorgde wond kan voor chronische infecties, aanhoudende pijn of lelijke littekens zorgen. Een "update" heb ik gevonden in een Plus-magazine.
Hoe behandel je een wonde?
Was altijd eerst je handen voor je een wonde verzorgt bij jezelf of bij iemand anders.
Reinig de wonde daarna grondig met water en een neutrale, milde zeep.
Pas daarna kan je de wonde ontsmetten en verder verzorgen. Opgelet: gebruik geen watten maar een steriel kompres. Kies ook voor een ontsmettingsmiddel in een handige verpakking voor eenmalig gebruik. Dat is iets duurder maar veel hygiënischer en erg lang houdbaar.
Welk ontsmettingsmiddel gebruik je best?
Chloorhexidine: kleurloos, pijnloos en een goede ontsmettende werking
Povidon-jood: lichtbruin, grondige ontsmetting
Welk middel gebruik beter niet meer?
Eosine: dit rode product wordt heden afgeraden omdat het de wonden heel erg uitdroogt.
Mercurochroom: heeft geen reinigende en slechts een licht ontsmettende eigenschap.
Ontsmettingsalcohol: is een sterk prikkelend, brandbaar product en mag enkel worden gebruikt voor het ontsmetten van medische instrumenten.
Ontsmettende spray: moet rechtstreeks op de wond worden gespoten en daarbij gaat nogal wat ontsmettingsmiddel verloren. Is het de bedoeling om de wond ook te reinigen, dan moet je er ook heel wat van gebruiken, dus kan je beter eerst de wonde grondig reinigen.
Het oude idee dat een mooie korst op een wonde goed is, is totaal achterhaald. Een wond lag niet te nat zijn, maar zeker ook niet te droog. Voor een ideale wondheling is een lichtjes vochtige wond nodig. Dat kan op verschillende manieren: via een siliconenverband of via hydrogel.
Een siliconenverband is voorzien van kleine gaatjes die lucht doorlaten naar de wond. Deze huidvriendelijke pleister kan gerust enkel dagen (tot een week) blijven zitten.
Bij grotere of diepere schaafwonden is hydrogel aangewezen. Die gel op basis van fysiologisch water hydrateert de beschadigde huid en dat bevordert de genezing. Na het aanbrengen van de hydrogel kan de wond afgedekt worden met siliconenverband of met een gewone steriele pleister.
Een snijwonde:
Is de wonde vuil dan houd je ze best even onder stromend water om ze te reinigen.
Maar opgelet: heb je met een mes in je vinger gesneden dan blijft de wonde bloeden als je ze onder stromend water houdt, dus eerst even de wonde dichtduwen tot het bloeden stopt en dan pas ontsmetten.
Een schaafwonde:
Schaafwonden zijn dikwijls het gevolg van valpartijen buiten waarbij aarde, steentjes of groen in de wond dringen. Houd de schaafwond, indien mogelijk, onder lauw stromend water tot alle vuil verwijderd is. Beperk je niet tot de wonde zelf, maar reinig ook de huid rondom. Op die manier voorkom je dat bacteriën via dat vuil in de wond terechtkomen. Werk vanuit het midden van de wond naar de buitenzijde toe. Om meer pijn te voorkomen, kan je reinigen door te deppen in plaats van te wrijven.
Bij propere schaafwonden zonder infectie volstaat het om de wond te reinigen. Ontsmetten is niet noodzakelijk.
Bij diepere schaafwonden moet, nadat het bloeden gestelpt is, de wond ontsmet worden.
Een brandwonde:
Bij eerste- en gewone tweedegraads brandwonden (met blaarvorming) voel je een felle pijn. Maar toch kan je die thuis verzorgen. Houd om te beginnen de wonde een tiental minuten onder lauw water (koud water is te pijnlijk). Breng daarna een hydrogel aan en bedek met een steriel kompres.
Bij derdegraads brandwonden voel je geen of weinig pijn. Dat komt omdat de zenuwuiteinden die instaan voor de pijnprikkels mee vernietigd zijn. De huid ziet vaak wit of zwart. Hiermee moet je altijd naar de dokter. Bedek de wond ondertussen met een steriel verband of een schone gestreken handdoek (die is steriel). Breng zeker geen zalf of olie aan op deze brandwonde!
Prik de blaar niet open, laat ze zo lang mogelijk intact. Het wondvocht in de blaar is steriel heeft een helende werking. Is de blaar echt hinderlijk, ga dan naar de dokter of verpleegkundige. Zij weten hoe je die het best kunt verzorgen.
Een blaar:
Onlangs werd ik opnieuw geconfronteerd met een vastgeroeste oude gewoonte: blaren moet je zo vlug mogelijk openprikken. Niet doen !!! Gesloten blaren laat je best dicht. Dus niet openprikken! Het wondvocht in de blaar is steriel heeft een helende werking. Gebruik een speciale pleister voor blaren, die kunnen verschillende dagen blijven zitten en bevorderen de wondheling.
Open blaren kan je beter eerst ontsmetten voor je een speciaal verband aanbrengt.
Ga altijd naar de dokter:
- bij ernstige brandwonden.
- als een wonde niet geneest of tekenen van infectie vertoont.
- bij een diepe steek- of snijwonden die meer dan 1 mm open staat want dan is hechting nodig.
- wanneer een kwetsbare plaats geraakt is.
- bij beten van mens of dier
Tetanusvaccinatie:
Om levenslang beschermd te zijn tegen de gevaarlijke clostridium tetani bacterie moet u om de 10 jaar een herhalingsinenting krijgen. De bacterie komt voor op roestige voorwerpen maar ook in vervuilde aarde of op uitwerpselen. Heb je een wonde en ben je niet zeker of je ingeënt bent, ga dan naar de huisarts. Die kan een herhalingsinenting toedienen.
Het litteken:
Als de wond dicht is, blijft er vaak een (tijdelijk) litteken. Hydrateer het 2 keer per dag met een goede voedende crème.
Is er een dikker litteken, dan moet je overschakelen op littekenverband. Daarmee kan je een litteken dat omhoog komt terug helemaal platduwen op de huid. Aan de omvang van het litteken kan je niks veranderen.
Het eerste jaar mag het litteken zeker niet blootgesteld worden aan zonlicht. Zonlicht beschadigd namelijk de cellen die verantwoordelijk zijn voor de pigmentvorming. Zonder bescherming blijft het litteken voor altijd een witte vlek. Gebruik dus een totale sunblock, minimum beschermingsfactor 50.
Dat brengt me bij de verzorging van die kleine wondjes. Want een slecht of foutief verzorgde wond kan voor chronische infecties, aanhoudende pijn of lelijke littekens zorgen. Een "update" heb ik gevonden in een Plus-magazine.
Hoe behandel je een wonde?
Was altijd eerst je handen voor je een wonde verzorgt bij jezelf of bij iemand anders.
Reinig de wonde daarna grondig met water en een neutrale, milde zeep.
Pas daarna kan je de wonde ontsmetten en verder verzorgen. Opgelet: gebruik geen watten maar een steriel kompres. Kies ook voor een ontsmettingsmiddel in een handige verpakking voor eenmalig gebruik. Dat is iets duurder maar veel hygiënischer en erg lang houdbaar.
Welk ontsmettingsmiddel gebruik je best?
Chloorhexidine: kleurloos, pijnloos en een goede ontsmettende werking
Povidon-jood: lichtbruin, grondige ontsmetting
Welk middel gebruik beter niet meer?
Eosine: dit rode product wordt heden afgeraden omdat het de wonden heel erg uitdroogt.
Mercurochroom: heeft geen reinigende en slechts een licht ontsmettende eigenschap.
Ontsmettingsalcohol: is een sterk prikkelend, brandbaar product en mag enkel worden gebruikt voor het ontsmetten van medische instrumenten.
Ontsmettende spray: moet rechtstreeks op de wond worden gespoten en daarbij gaat nogal wat ontsmettingsmiddel verloren. Is het de bedoeling om de wond ook te reinigen, dan moet je er ook heel wat van gebruiken, dus kan je beter eerst de wonde grondig reinigen.
Het oude idee dat een mooie korst op een wonde goed is, is totaal achterhaald. Een wond lag niet te nat zijn, maar zeker ook niet te droog. Voor een ideale wondheling is een lichtjes vochtige wond nodig. Dat kan op verschillende manieren: via een siliconenverband of via hydrogel.
Een siliconenverband is voorzien van kleine gaatjes die lucht doorlaten naar de wond. Deze huidvriendelijke pleister kan gerust enkel dagen (tot een week) blijven zitten.
Bij grotere of diepere schaafwonden is hydrogel aangewezen. Die gel op basis van fysiologisch water hydrateert de beschadigde huid en dat bevordert de genezing. Na het aanbrengen van de hydrogel kan de wond afgedekt worden met siliconenverband of met een gewone steriele pleister.
Een snijwonde:
Is de wonde vuil dan houd je ze best even onder stromend water om ze te reinigen.
Maar opgelet: heb je met een mes in je vinger gesneden dan blijft de wonde bloeden als je ze onder stromend water houdt, dus eerst even de wonde dichtduwen tot het bloeden stopt en dan pas ontsmetten.
Een schaafwonde:
Schaafwonden zijn dikwijls het gevolg van valpartijen buiten waarbij aarde, steentjes of groen in de wond dringen. Houd de schaafwond, indien mogelijk, onder lauw stromend water tot alle vuil verwijderd is. Beperk je niet tot de wonde zelf, maar reinig ook de huid rondom. Op die manier voorkom je dat bacteriën via dat vuil in de wond terechtkomen. Werk vanuit het midden van de wond naar de buitenzijde toe. Om meer pijn te voorkomen, kan je reinigen door te deppen in plaats van te wrijven.
Bij propere schaafwonden zonder infectie volstaat het om de wond te reinigen. Ontsmetten is niet noodzakelijk.
Bij diepere schaafwonden moet, nadat het bloeden gestelpt is, de wond ontsmet worden.
Een brandwonde:
Bij eerste- en gewone tweedegraads brandwonden (met blaarvorming) voel je een felle pijn. Maar toch kan je die thuis verzorgen. Houd om te beginnen de wonde een tiental minuten onder lauw water (koud water is te pijnlijk). Breng daarna een hydrogel aan en bedek met een steriel kompres.
Bij derdegraads brandwonden voel je geen of weinig pijn. Dat komt omdat de zenuwuiteinden die instaan voor de pijnprikkels mee vernietigd zijn. De huid ziet vaak wit of zwart. Hiermee moet je altijd naar de dokter. Bedek de wond ondertussen met een steriel verband of een schone gestreken handdoek (die is steriel). Breng zeker geen zalf of olie aan op deze brandwonde!
Prik de blaar niet open, laat ze zo lang mogelijk intact. Het wondvocht in de blaar is steriel heeft een helende werking. Is de blaar echt hinderlijk, ga dan naar de dokter of verpleegkundige. Zij weten hoe je die het best kunt verzorgen.
Een blaar:
Onlangs werd ik opnieuw geconfronteerd met een vastgeroeste oude gewoonte: blaren moet je zo vlug mogelijk openprikken. Niet doen !!! Gesloten blaren laat je best dicht. Dus niet openprikken! Het wondvocht in de blaar is steriel heeft een helende werking. Gebruik een speciale pleister voor blaren, die kunnen verschillende dagen blijven zitten en bevorderen de wondheling.
Open blaren kan je beter eerst ontsmetten voor je een speciaal verband aanbrengt.
Ga altijd naar de dokter:
- bij ernstige brandwonden.
- als een wonde niet geneest of tekenen van infectie vertoont.
- bij een diepe steek- of snijwonden die meer dan 1 mm open staat want dan is hechting nodig.
- wanneer een kwetsbare plaats geraakt is.
- bij beten van mens of dier
Tetanusvaccinatie:
Om levenslang beschermd te zijn tegen de gevaarlijke clostridium tetani bacterie moet u om de 10 jaar een herhalingsinenting krijgen. De bacterie komt voor op roestige voorwerpen maar ook in vervuilde aarde of op uitwerpselen. Heb je een wonde en ben je niet zeker of je ingeënt bent, ga dan naar de huisarts. Die kan een herhalingsinenting toedienen.
Het litteken:
Als de wond dicht is, blijft er vaak een (tijdelijk) litteken. Hydrateer het 2 keer per dag met een goede voedende crème.
Is er een dikker litteken, dan moet je overschakelen op littekenverband. Daarmee kan je een litteken dat omhoog komt terug helemaal platduwen op de huid. Aan de omvang van het litteken kan je niks veranderen.
Het eerste jaar mag het litteken zeker niet blootgesteld worden aan zonlicht. Zonlicht beschadigd namelijk de cellen die verantwoordelijk zijn voor de pigmentvorming. Zonder bescherming blijft het litteken voor altijd een witte vlek. Gebruik dus een totale sunblock, minimum beschermingsfactor 50.
zondag 27 juli 2014
Labyrinth
Vorige week heb ik even rondgelopen op de Gentse Feesten. Als je zo dicht bij Gent woont en je werkt in Gent, is het gemakkelijk om eventjes een nootje muziek of een alineaatje cultuur mee te pikken.
Ik heb me laten verleiden tot een rondleiding in het stadhuis. Daarbij heb ik het volgende geleerd:
De vloer in de pacificatiezaal werd gelegd in witte en zwarte stenen in labyrintvorm.
Ik dacht dat dergelijke oude labyrinten enkel in kerken voorkwamen. Niet dus.
In de pacificatiezaal werden vroeger vonnissen uitgesproken.
Volgens de gids werden sommigen veroordeeld tot het ondernemen van een bedevaart naar Santiago, Rome, of enig ander religieus oord. Indien zij om de één of andere reden deze bedevaart niet konden maken, mochten zij ook het labyrint volgen. Bij het volgen van de route keken zij dus onophoudelijk naar beneden. Wanneer ze in het middelpunt waren aangekomen en hun ogen opsloegen, zagen ze eerste het kruis in de vloer en pas dan de rechters.
Het labyrint is een eeuwenoud symbool en werd gebruikt voor allerlei rituelen. Vooral deze die verband hielden met inwijdingen in de geheimen van de aardegodin. Het symboliseert ook de levensweg met al zijn kronkels en omwegen. Telkens als je denkt dat je er bent, neemt het een onverwachte wending. Wanneer je de wendingen ziet als uitdagingen in plaats van beperkingen kan je de uitgang vinden.
Het klassieke labyrint is geassocieerd met het christendom en kan je in vele Europese kerken terugvinden. Het kruis in het centrum wordt dan een plaats om te mediteren, om het labyrint te ervaren.
Een beroemd voorbeeld is het labyrint in de kathedraal van Chartres. Wanneer je dit labyrint loopt, kom je meermaals in elk van de kwadranten terecht voor je het doel bereikt. En als je dan het centrum nadert zijn je verwachtingen meestal hoog gespannen omdat de roos het symbool is van verlichting.
Eén van de beroemdste labyrinten is dit onder het paleis van Koning Minos van Kreta. Bouwmeester Daedalus bouwde een ingewikkeld gangenstelsel waarin de Minotaurus leefde, een monster half mens half stier. Jaarlijks moesten zeven jongens en zeven meisjes geofferd worden aan deze Minotaurus.
Opgelet: een labyrint is geen doolhof, al worden de 2 woorden door elkaar gebruikt.
Een doolhof bestaat uit kronkels, bochten en doodlopende paden. Je moet voortdurend opletten om je weg te vinden naar binnen en terug naar buiten.
Een labyrint heeft slechts 1 pad: je volgt de kronkels naar het centrum en neemt dezelfde weeg terug naar buiten.
Conclusie: eigenlijk zijn het labyrint van koning Minos en dit in de vloer van de Pacificatiezaal dus doolhoven!
Ik heb me laten verleiden tot een rondleiding in het stadhuis. Daarbij heb ik het volgende geleerd:
De vloer in de pacificatiezaal werd gelegd in witte en zwarte stenen in labyrintvorm.
Ik dacht dat dergelijke oude labyrinten enkel in kerken voorkwamen. Niet dus.
In de pacificatiezaal werden vroeger vonnissen uitgesproken.
Volgens de gids werden sommigen veroordeeld tot het ondernemen van een bedevaart naar Santiago, Rome, of enig ander religieus oord. Indien zij om de één of andere reden deze bedevaart niet konden maken, mochten zij ook het labyrint volgen. Bij het volgen van de route keken zij dus onophoudelijk naar beneden. Wanneer ze in het middelpunt waren aangekomen en hun ogen opsloegen, zagen ze eerste het kruis in de vloer en pas dan de rechters.
Het labyrint is een eeuwenoud symbool en werd gebruikt voor allerlei rituelen. Vooral deze die verband hielden met inwijdingen in de geheimen van de aardegodin. Het symboliseert ook de levensweg met al zijn kronkels en omwegen. Telkens als je denkt dat je er bent, neemt het een onverwachte wending. Wanneer je de wendingen ziet als uitdagingen in plaats van beperkingen kan je de uitgang vinden.
Het klassieke labyrint is geassocieerd met het christendom en kan je in vele Europese kerken terugvinden. Het kruis in het centrum wordt dan een plaats om te mediteren, om het labyrint te ervaren.
Een beroemd voorbeeld is het labyrint in de kathedraal van Chartres. Wanneer je dit labyrint loopt, kom je meermaals in elk van de kwadranten terecht voor je het doel bereikt. En als je dan het centrum nadert zijn je verwachtingen meestal hoog gespannen omdat de roos het symbool is van verlichting.
Eén van de beroemdste labyrinten is dit onder het paleis van Koning Minos van Kreta. Bouwmeester Daedalus bouwde een ingewikkeld gangenstelsel waarin de Minotaurus leefde, een monster half mens half stier. Jaarlijks moesten zeven jongens en zeven meisjes geofferd worden aan deze Minotaurus.
Opgelet: een labyrint is geen doolhof, al worden de 2 woorden door elkaar gebruikt.
Een doolhof bestaat uit kronkels, bochten en doodlopende paden. Je moet voortdurend opletten om je weg te vinden naar binnen en terug naar buiten.
Een labyrint heeft slechts 1 pad: je volgt de kronkels naar het centrum en neemt dezelfde weeg terug naar buiten.
Conclusie: eigenlijk zijn het labyrint van koning Minos en dit in de vloer van de Pacificatiezaal dus doolhoven!
zondag 20 juli 2014
Tekenen
Ik heb altijd graag getekend. "Papier vuilmaken" noemde mijn moeder dat ... Maar ik vond het leuk. Nog altijd trouwens. Vroeger mocht ik regelmatig een tekening maken in een poëzie. Geen idee of die traditie nog bestaat ... Zelf heb ik er geen ... jammer ...
Zo zag ik in "De Burggrave" tussen het aanbod cursussen, opleidingen, e.d. een cursus natuurtekenen staan. En gezien ik besloten heb om wat creatiever bezig te zijn, heb ik mij ingeschreven voor 1 "kennismakingsles".
Er werd gewerkt met houtskool en zoiets had ik nog nooit gedaan. Even proberen dus.
Het is veel minder eenvoudig dan je op het eerste zicht zou denken. Gedurende die 2 uurtjes heb ik enorm veel geleerd. Niet "bijgeleerd" want ik wist niks van tekenen met houtskool. Ik heb er een enorme bewondering aan overgehouden voor de mensen die echte kunstwerkjes kunnen toveren met een eenvoudig stukje houtskool en kneedgom (geen idee dat zoiets bestond ...).
Hieronder mijn "kunstwerk" ... ahummm ... voor een eerste keer ... ik moet wel nog heel heel heel heel veel leren ...
Zo zag ik in "De Burggrave" tussen het aanbod cursussen, opleidingen, e.d. een cursus natuurtekenen staan. En gezien ik besloten heb om wat creatiever bezig te zijn, heb ik mij ingeschreven voor 1 "kennismakingsles".
Er werd gewerkt met houtskool en zoiets had ik nog nooit gedaan. Even proberen dus.
Het is veel minder eenvoudig dan je op het eerste zicht zou denken. Gedurende die 2 uurtjes heb ik enorm veel geleerd. Niet "bijgeleerd" want ik wist niks van tekenen met houtskool. Ik heb er een enorme bewondering aan overgehouden voor de mensen die echte kunstwerkjes kunnen toveren met een eenvoudig stukje houtskool en kneedgom (geen idee dat zoiets bestond ...).
Hieronder mijn "kunstwerk" ... ahummm ... voor een eerste keer ... ik moet wel nog heel heel heel heel veel leren ...
zondag 22 juni 2014
Yoghurt
Al geruime tijd weet ik dat ik moet opletten met melk en melkproducten. Zo ook met yoghurt.
Nu las ik in een oud nummer van Plus Magazine dat yoghurt eigenlijk minder irritatie zou veroorzaken dan andere melkproducten.
Wat is yoghurt nu eigenlijk?
Yoghurt is melk die door de werking van micro-organismen gefermenteerd is en die men, in tegenstelling tot kaas, niet laat uitlekken.
Om de naam "yoghurt" te mogen dragen, moet het product minstens 2 bacteriestammen bevatten: Streptococcus thermophilus en Lactobacillus bulgaricus. Naarmate deze micro-organismen zich tijdens de fermentatie ontwikkelen, wordt de melk zuurder en wijzigt ook de consistentie. Daardoor wordt ze voor de meeste ziekteverwekkende bacteriën onleefbaar.
Maar deze bacteriestammen hebben ook tal van heilzame eigenschappen.
Enkele van de vele voordelen:
- yoghurt is prima om de darmflora een handje te helpen, vooral na een antibioticakuur. Maar opgelet: je kunt er je darmflora niet mee herstellen!
- yoghurt slaagt erin om de ongemakken van darmziekten zoals de ziekte van Crohn te milderen.
- yoghurt zou ook kankerwerende eigenschappen bezitten, al is daar tot op heden niet echt een bewijs voor.
- yoghurt is een uitstekende calciumleverancier, onontbeerlijk voor de botaanmaak en dus een partner in de strijd tegen osteoporose.
- yoghurt bevat ook erg veel vitamine B2 en B12.
- yoghurt verbrandt meer vet bij een verminderde voedselinname zonder dat de spiermassa vermindert. Ideaal dus bij een dieet.
Gezien ik op moet opletten met melkproducten, liet ik yoghurt in de rekken liggen. Echter: yoghurt bevat blijkbaar relatief weinig lactose, ook al is het een zuivelproduct. De verklaring moeten we zoeken bij die fameuze bacteriën. Tijdens de fermentatie zetten deze micro-organismen een groot deel van de lactose om in glucose, galactose en melkzuur (vandaar de zure smaak). Deze drie bestanddelen zijn onschadelijk en worden probleemloos door het organisme opgenomen.
Bacteriën in yoghurt zetten ook lactase vrij, een enzym dat ervoor zorgt dat de resterende lactose toch grotendeels verteert.
Omdat yoghurt minder vloeibaar is dan melk, legt hij de weg door ons spijsverteringsstelsel trager af en krijgen de enzymen dus ruimschoots de tijd om hun werk te doen.
Men spreekt van lactose-intolerantie wanneer je lichaam het moeilijk heeft om melk en melkproducten te verteren. Dit komt door een tekort aan goed werkende enzymelactase (= hypolactasie). Dan krijg je na het eten of drinken van melkproducten klachten als een opgeblazen gevoel, misselijkheid, krampen, diarree of winderigheid.
Lactose is een suiker dat alleen verteerd kan worden wanneer er voldoende lactase, een darmeiwit, aanwezig is in de darmen. Mensen met hypolactasie maken niet voldoende lactase aan. De lactose blijft dan in de darm aanwezig.
Lactose-intolerantie is geen allergie!
Klinkt allemaal heel mooi. De moeite waard om het eens uit te proberen. Vanaf heden wil ik dus regelmatig een potje yoghurt eten.
03.08.2014:
We zijn ondertussen een dikke maand verder. Heel regelmatig, dwz dagelijks of max. om de 2 dagen, heb ik yoghurt gegeten. Daarbij nam ik de gesuikerde natuuryoghurt. En de resultaten zijn positief. In die zin zelfs dat ik er zal mee doorgaan.
Waarom gesuikerd? De ongesuikerde versie vind ik niet lekker en ik ben bang dat ik anders te veel suiker ga gebruiken.
Waarom natuuryoghurt? Omdat ik de yoghurt met fruit blijkbaar moeilijker verteer.
Nu las ik in een oud nummer van Plus Magazine dat yoghurt eigenlijk minder irritatie zou veroorzaken dan andere melkproducten.
Wat is yoghurt nu eigenlijk?
Yoghurt is melk die door de werking van micro-organismen gefermenteerd is en die men, in tegenstelling tot kaas, niet laat uitlekken.
Om de naam "yoghurt" te mogen dragen, moet het product minstens 2 bacteriestammen bevatten: Streptococcus thermophilus en Lactobacillus bulgaricus. Naarmate deze micro-organismen zich tijdens de fermentatie ontwikkelen, wordt de melk zuurder en wijzigt ook de consistentie. Daardoor wordt ze voor de meeste ziekteverwekkende bacteriën onleefbaar.
Maar deze bacteriestammen hebben ook tal van heilzame eigenschappen.
Enkele van de vele voordelen:
- yoghurt is prima om de darmflora een handje te helpen, vooral na een antibioticakuur. Maar opgelet: je kunt er je darmflora niet mee herstellen!
- yoghurt slaagt erin om de ongemakken van darmziekten zoals de ziekte van Crohn te milderen.
- yoghurt zou ook kankerwerende eigenschappen bezitten, al is daar tot op heden niet echt een bewijs voor.
- yoghurt is een uitstekende calciumleverancier, onontbeerlijk voor de botaanmaak en dus een partner in de strijd tegen osteoporose.
- yoghurt bevat ook erg veel vitamine B2 en B12.
- yoghurt verbrandt meer vet bij een verminderde voedselinname zonder dat de spiermassa vermindert. Ideaal dus bij een dieet.
Gezien ik op moet opletten met melkproducten, liet ik yoghurt in de rekken liggen. Echter: yoghurt bevat blijkbaar relatief weinig lactose, ook al is het een zuivelproduct. De verklaring moeten we zoeken bij die fameuze bacteriën. Tijdens de fermentatie zetten deze micro-organismen een groot deel van de lactose om in glucose, galactose en melkzuur (vandaar de zure smaak). Deze drie bestanddelen zijn onschadelijk en worden probleemloos door het organisme opgenomen.
Bacteriën in yoghurt zetten ook lactase vrij, een enzym dat ervoor zorgt dat de resterende lactose toch grotendeels verteert.
Omdat yoghurt minder vloeibaar is dan melk, legt hij de weg door ons spijsverteringsstelsel trager af en krijgen de enzymen dus ruimschoots de tijd om hun werk te doen.
Men spreekt van lactose-intolerantie wanneer je lichaam het moeilijk heeft om melk en melkproducten te verteren. Dit komt door een tekort aan goed werkende enzymelactase (= hypolactasie). Dan krijg je na het eten of drinken van melkproducten klachten als een opgeblazen gevoel, misselijkheid, krampen, diarree of winderigheid.
Lactose is een suiker dat alleen verteerd kan worden wanneer er voldoende lactase, een darmeiwit, aanwezig is in de darmen. Mensen met hypolactasie maken niet voldoende lactase aan. De lactose blijft dan in de darm aanwezig.
Lactose-intolerantie is geen allergie!
Klinkt allemaal heel mooi. De moeite waard om het eens uit te proberen. Vanaf heden wil ik dus regelmatig een potje yoghurt eten.
03.08.2014:
We zijn ondertussen een dikke maand verder. Heel regelmatig, dwz dagelijks of max. om de 2 dagen, heb ik yoghurt gegeten. Daarbij nam ik de gesuikerde natuuryoghurt. En de resultaten zijn positief. In die zin zelfs dat ik er zal mee doorgaan.
Waarom gesuikerd? De ongesuikerde versie vind ik niet lekker en ik ben bang dat ik anders te veel suiker ga gebruiken.
Waarom natuuryoghurt? Omdat ik de yoghurt met fruit blijkbaar moeilijker verteer.
zondag 18 mei 2014
1940-45: de bezetting
Het verhaal van mijn vader gaat verder:
Waren er in Ieper met de mobilisatie veel Belgische soldaten, zo geraakte het in 1941 vol met Duitse. Ieder gezin moest soldaten herbergen. Duitsers gingen van huis tot huis en bepaalden zelf hoeveel soldaten er gingen logeren.
Onze Albert sprak tegen de Duitsers, begon te hoesten en maakte hen wijs dat hij TBC had ... De Duitsers haasten zich vlug naar buiten en wij hebben er geen meer gezien.
Wij gingen terug naar school tot het gebouw werd opgeëist door de Duitsers. De school verhuisde tijdelijk naar de Academie tot die kort daarop ook werd opgeëist. Daarna moesten wij lessen volgen in lokalen van het "zothuis".
Tijdens de grote vakantie in 1942 heb ik 14 dagen bij nonkel Hector gewoond en het jaar daarop bij een nicht van vader op de boerderij in Sleyhage bij Staden. Aldus werden de rantsoeneringszegels van mij gebruikt voor de rest van het gezin.
Op een zekere keer stonden in het rangeerstation 2 treinstellen vol met Duitse soldaten en hun uitrusting. Engelse vliegtuigen vlogen over het station (Mosquito's en Lightnings) zonder de treinen aan te vallen. Toen de treinen vertrokken richting Frankrijk, waren ze nog maar juist in Vlamertinge toen ze volop werden aangevallen door de Engelsen. Wij konden dat goed zien vanuit ons keukenvenster.
Voor zover ik mij herinner is er geen enkele bom op Ieper gevallen afkomstig van de Engelsen.
Enig tijd na de landing in Normandië zagen wij beetje bij beetje vluchtende Duitsers. Wat een verschil. Vroeger stapten ze fier en zingend richting Frankrijk, nu kwamen ze met hangende pootjes terug.
Op een zekere keer stonden in het rangeerstation 2 treinstellen vol met Duitse soldaten en hun uitrusting. Engelse vliegtuigen vlogen over het station (Mosquito's en Lightnings) zonder de treinen aan te vallen. Toen de treinen vertrokken richting Frankrijk, waren ze nog maar juist in Vlamertinge toen ze volop werden aangevallen door de Engelsen. Wij konden dat goed zien vanuit ons keukenvenster.
Voor zover ik mij herinner is er geen enkele bom op Ieper gevallen afkomstig van de Engelsen.
Enig tijd na de landing in Normandië zagen wij beetje bij beetje vluchtende Duitsers. Wat een verschil. Vroeger stapten ze fier en zingend richting Frankrijk, nu kwamen ze met hangende pootjes terug.
zaterdag 10 mei 2014
10 mei 1940: het begin
Het verhaal van mijn vader, op die dag nog net geen 10 jaar, gaat verder:
Terwijl wij rustig lagen te slapen gingen 's morgens de sirenes in werking. Geen idee hoe laat het was. Ma kwam in ons kamer omdat onze venster aan de oostzijde was (richting binnenland) en trok het raam open. We hoorden een dof gerommel in de verte, gevolgd door het geronk van vliegtuigen.
Moeders woorden waren: "'t zin duutsche, 'k horend aan 't geroenk ... vrommm ... vrommm ... vrommm"
Vader was pompier. Hij stond op en vertrok naar 't arsenaal (= depot van de brandweer).
In geen tijd liepen de mensen van de ene naar de andere: "Hebt ge dat gehoord? 't is oorlog".
Degenen die een radio hadden vernamen dat de Duitse soldaten België waren binnen gevallen.
Hetgeen wij 's morgens hadden gehoord was het bombarderen van de elektriciteitscentrale van Komen (zo'n 10 à 12 km van Ieper).
Op school moesten wij, telkens de sirenes loeiden, naar de kelders en kregen daar les, of wat ervoor doorging. Meestal kregen we een hoop huiswerk en mochten we terug naar huis.
Toen Frankrijk en Engeland België ter hulp kwamen was er ineens veel verkeer vanuit de richting Poperinge (= Franse grens).
Langzamerhand verminderde dat en waren er praktisch geen soldaten meer te zien, maar wel veel vluchtelingen. Wij hebben thuis ook vluchtelingen opgevangen.
Als kind gingen we, ter hoogte van de spoorwegovergang, kijken naar de voorbijtrekkende vluchtelingen te voet - per fiets - met hun wagen - met stootkarren - met paard en kar - met kinderwagens - met alles wat men kan denken dat wielen had. Soms, maar zelden, een volgestopte auto. Duizenden en duizenden mensen, jong en oud, hebben we zien voorbijkomen richting Frankrijk. De straten liepen vol.
In de stadsschool "De Looie" was er voorzien dat de mensen wat konden krijgen om te eten en te drinken. Mijn zuster Jeanne ging daar helpen.
Eén van de eerste, mogelijk zelfs het eerste bombardement op Ieper trof ook de school. Een politieman uit Virton heeft mijn zus onder een tafel getrokken om haar te beschermen tegen de vallende brokstukken.
Vandanaf waren er regelmatig bombardementen.
Terwijl wij rustig lagen te slapen gingen 's morgens de sirenes in werking. Geen idee hoe laat het was. Ma kwam in ons kamer omdat onze venster aan de oostzijde was (richting binnenland) en trok het raam open. We hoorden een dof gerommel in de verte, gevolgd door het geronk van vliegtuigen.
Moeders woorden waren: "'t zin duutsche, 'k horend aan 't geroenk ... vrommm ... vrommm ... vrommm"
Vader was pompier. Hij stond op en vertrok naar 't arsenaal (= depot van de brandweer).
In geen tijd liepen de mensen van de ene naar de andere: "Hebt ge dat gehoord? 't is oorlog".
Degenen die een radio hadden vernamen dat de Duitse soldaten België waren binnen gevallen.
Hetgeen wij 's morgens hadden gehoord was het bombarderen van de elektriciteitscentrale van Komen (zo'n 10 à 12 km van Ieper).
Op school moesten wij, telkens de sirenes loeiden, naar de kelders en kregen daar les, of wat ervoor doorging. Meestal kregen we een hoop huiswerk en mochten we terug naar huis.
Toen Frankrijk en Engeland België ter hulp kwamen was er ineens veel verkeer vanuit de richting Poperinge (= Franse grens).
Langzamerhand verminderde dat en waren er praktisch geen soldaten meer te zien, maar wel veel vluchtelingen. Wij hebben thuis ook vluchtelingen opgevangen.
Als kind gingen we, ter hoogte van de spoorwegovergang, kijken naar de voorbijtrekkende vluchtelingen te voet - per fiets - met hun wagen - met stootkarren - met paard en kar - met kinderwagens - met alles wat men kan denken dat wielen had. Soms, maar zelden, een volgestopte auto. Duizenden en duizenden mensen, jong en oud, hebben we zien voorbijkomen richting Frankrijk. De straten liepen vol.
In de stadsschool "De Looie" was er voorzien dat de mensen wat konden krijgen om te eten en te drinken. Mijn zuster Jeanne ging daar helpen.
Eén van de eerste, mogelijk zelfs het eerste bombardement op Ieper trof ook de school. Een politieman uit Virton heeft mijn zus onder een tafel getrokken om haar te beschermen tegen de vallende brokstukken.
Vandanaf waren er regelmatig bombardementen.
zondag 4 mei 2014
Naar zee
Opnieuw thuis na een midweek aan zee. Ik had het eens nodig: een paar dagen weg van alles, een paar dagen rust, een paar dagen enkel met mezelf rekening houden (en met een vriendin die mij gezelschap hield).
De batterijen zijn weer een beetje opgeladen. Nu kunnen we opnieuw de stress aan van de komende maanden.
Onze vakantiewoning was een vissershuisje in het domein Duinendaele in Adinkerke - De Panne.
Het is niet nieuw en dat is aan de huisjes te merken. Alles was wel netjes maar door het vele gebruik waren verschillende dingen eigenlijk toch aan vervanging toe. Zo was het heel moeilijk om te koken gezien de aanduiding aan de knoppen volledig weggepoetst was.
Maar rust roest, dus hebben we ook enkele uitstapjes gemaakt. Op een rustig tempo wat rondwandelen op de dijk.
Dinsdag 29 april - Nieuwpoort
Gezien we allebei graag vis eten, en gezien Nieuwpoort een vismijn heeft, besloten we om niet alleen een uitstap te maken naar Nieuwpoort maar er ook verse vis te halen.
Nieuwpoort: een gezellig klein stadje aan de monding van de IJzer.
Na WOI is het oude vestingstadje aan de monding van de IJzer weer in Vlaamse stijl opgebouwd.
In het midden van het marktplein ligt een grote gedenksteen gemaakt door Willem Vermandere. Deze steen gedenkt het charter opgesteld door Filip van de Elzas, graaf van Vlaanderen (1168-1191) in 1163 en benadrukt het belang van deze historische stad.
In de schaduw van de Duvetorre, de ruïne van de St. Laurenstoren, hield Janne Panne haar sabbat en ontmoette er de duivel (zo werd beweerd).
Jeanne kende veel tegenslagen in haar leven. Ze was een lelijk vrouwtje met geboortevlekken in haar gezicht en op haar dijen. Ze kreeg 11 kinderen waarvan er 10 vroeg stierven. En gezien Jeanne's vader ervan verdacht werd dat hij een tovenaar was, geloofden velen dat zij over bovennatuurlijke krachten beschikte.
Op 16 mei 1650 werd ze als heks verbrand.
Er bestaat ook een Suske en Wiske over haar.
Nog even een blik werpen op de Ganzenpoot. Vanop de Langebrug heeft u een prachtig overzicht over dit sluizencomplex dat de waterhuishouding regelt van het hinterland en de polders.
Dit sluizencomplex speelde een cruciale rol in WOI. Op 16 oktober 1914 vallen de Duitsers het laatste vestingwerk op Belgisch grondgebied aan. Weldra slagen zij erin de IJzer bij Tervate, ten noorden van Diksmuide, over te steken. Wanneer blijkt dat er geen hulp komt van de geallieerden, opent men op 28 oktober de sluizen van de IJzer bij Nieuwpoort zodat de Belgische frontsector onder water komt te staan. Het onderlopen van de omringende polders maakt direct een eind aan de opmars van het Duitse leger.
Aan het monument voor Koning Albert I waren grote werken. We konden het dus niet bezoeken.
Dit monument werd in 1938 opgericht door de oud-strijders van WOI ter ere van koning Albert I en de duizenden naamloze slachtoffers van WOI. Het monument is opgetrokken uit klei gedolven langs de IJzer. Resten van oorlogsmunitie is hier en daar nog terug te vinden in de stenen.
Langs de havengeul kan je dan richting Nieuwpoort-bad wandelen. Langs dit 3,5 km lange traject staan allerlei kunstwerken waaronder "De Poolreiziger". Een ode aan Dixie Dansercoer die in 2007 dezelfde weg neemt als de Belgica-expeditie van baron Adrien de Gerlache in 1897-1899.
Graag had ik ook "Searching for Utopia" gezien, de schildpad met ruiter van Jan Fabre. Die staat normaal op de Albert I-laan en kijkt uit over zee. Helaas, ze was verwijderd om te worden hersteld/gereinigd.
De havengeul eindigt in de "barrière", een staketsel uit 1865. Het oostelijke deel is 490m lang, het westelijk deel is 543m lang.
Op de andere oever kan je nog een kunstwerk zien: deze rechtopgezette boot in de vorm van een Senegaleese kano, staat symbool van de vele vluchtelingen.
Woensdag 30 april - De Panne
Een wandeling langs het mooie brede strand van De Panne mocht niet ontbreken. Je auto parkeren is geen probleem. Op wandelafstand van de zeedijk zijn gratis parkeerplaatsen genoeg. Althans in dit seizoen. Misschien is het tijdens de vakantieperiode wel anders.
Interessant om weten: door de zeestroming is het in De Panne gemiddeld zo'n 4°C warmer dan in Knokke!
Op de Zeedijk, ter hoogte van nr. 70, stond het "Grand Hôtel de L'Océan" dat op 21 december 1914 werd ingebruik genomen als fronthospitaal. Koningin Elisabeth lag mede aan de basis van het ontstaan van het hospitaal. Zij was er geregeld en hielp gewonden verzorgen.
Het hotel zelf telde 16 operatietafels. Rond het hotel werden houten barakken gebouwd. Het geheel bood plaats aan meer dan 1.800 patiënten.
Dr. Antoine Depage organiseerde alles samen met het Rode Kruis. Om de hoek werd een gedenkplaat ter zijner ere aangebracht.
Omwille van de veiligheid werd een groot deel van het hospitaal overgeplaatst naar Vinkem, nu Beauvoorde bij Veurne.
Maak ook eens een kleine wandeling door de Dumontwijk, beschermde site sinds 1995.
Deze wijk, ontworpen door de Brusselse architect Albert Dumont (1853 - 1920) straalt een rust uit die je niet zou verwachten in het midden van een stad. Vele huizen zijn opgetrokken in de typische cottagestijl. Het geheel geeft een indruk van het verblijfstoerisme in de 19de en 20ste eeuw.
Tijdens de welverdiende pauze werd de koffie met gebak met de glimlach geserveerd in Restaurant Leopold I op de Zeedijk. Ze hebben ook een heel mooi terras, maar door de gure wind hebben we toch maar binnen plaatsgenomen. Hier leerden we dat De Panne eigenlijk een microklimaat heeft door de passerende zeestroming. Het is er ongeveer 4°C warmer dan in Knokke.
Dichtbij zie je het standbeeld van Petrus Decreton (1853-1939), beter bekent als Pier Kloeffe. Hij draagt de typische visserskledij van de Westhoek en staart met onbestemde blik over de zee richting IJsland waar hij zovele malen heen ging.
Onze wandeling eindigde via de Leopold I Esplanade aan het monument dat de eerste voetstappen van de Koning op zijn grondgebied vereeuwigd.

Donderdag 1 mei - voormiddag:
Een klein bezoek aan een Belgische militaire begraafplaats gelegen achter de kerk in Adinkerke.
In de periode 14-18 bevond het militaire hospitaal Cabour zich in Adinkerke. Vandaar dat heel wat soldaten hier begraven werden.
In totaal liggen er 1.658 Belgische, 67 Britse en 2 Franse soldaten uit WOI. Er staan ook 6 Vlaamse heldenhuldezerkjes, ontworpen door Joe English.
Donderdag 1 mei - namiddag:
Nog een weinig vermoeiende uitstap: met de kusttram van het ene einde naar het andere, in 143 minuten van De Panne naar Knokke via de langste tramlijn ter wereld.
Het was een droom van koning Leopold II om de kustlijn om te vormen tot één grote agglomeratie: de Kuststad. Daar doorheen zou een centrale boulevard komen: de Koninklijke Baan.
De Kuststad is er niet gekomen, wel verschillende prettige steden, elk met zijn eigen karakter.
Het oudste traject is de 16 km van Nieuwpoort naar Oostende.
In de 19e eeuw was de tram het vervoermiddel voor de elite. Na de invoering van de betaalde vakantie in 1936 gingen ook anderen naar de kust. Maar het was niet het soort toerisme dat wij kennen. Ze gingen niet om te zonnen en om te gaan pootjebaden, maar voor de rust en de gezonde lucht.
Naar aanleiding van 125jaar kusttram werd in 2010 een site opgezet met heel wat info (www.125jaarkusttram.be).
Om 13u40 vertrokken we uit de eerste halte aan het station van Adinkerke-Panne. Voor wie met de trein komt: je stapt zo van de trein op de tram. Na 2u23min en 67 haltes kwamen we aan in Knokke.
Vermoeiender dan je denkt ...
Vrijdag 2 mei - voormiddag:
Nog even een bezoek aan de grootste Belgische militaire begraafplaats in West-Vlaanderen. Achter de gemeentelijke begraafplaats liggen ongeveer 3370 Belgische soldaten begraven. Zowat de helft van de hier begraven Belgische soldaten lieten het leven tijdens het Eindoffensief in 1918 ... een offer om even bij stil te staan ...
De batterijen zijn weer een beetje opgeladen. Nu kunnen we opnieuw de stress aan van de komende maanden.
Onze vakantiewoning was een vissershuisje in het domein Duinendaele in Adinkerke - De Panne.
Het is niet nieuw en dat is aan de huisjes te merken. Alles was wel netjes maar door het vele gebruik waren verschillende dingen eigenlijk toch aan vervanging toe. Zo was het heel moeilijk om te koken gezien de aanduiding aan de knoppen volledig weggepoetst was.
Maar rust roest, dus hebben we ook enkele uitstapjes gemaakt. Op een rustig tempo wat rondwandelen op de dijk.
Dinsdag 29 april - Nieuwpoort
Gezien we allebei graag vis eten, en gezien Nieuwpoort een vismijn heeft, besloten we om niet alleen een uitstap te maken naar Nieuwpoort maar er ook verse vis te halen.
Nieuwpoort: een gezellig klein stadje aan de monding van de IJzer.
Na WOI is het oude vestingstadje aan de monding van de IJzer weer in Vlaamse stijl opgebouwd.
In het midden van het marktplein ligt een grote gedenksteen gemaakt door Willem Vermandere. Deze steen gedenkt het charter opgesteld door Filip van de Elzas, graaf van Vlaanderen (1168-1191) in 1163 en benadrukt het belang van deze historische stad.
In de schaduw van de Duvetorre, de ruïne van de St. Laurenstoren, hield Janne Panne haar sabbat en ontmoette er de duivel (zo werd beweerd).
Jeanne kende veel tegenslagen in haar leven. Ze was een lelijk vrouwtje met geboortevlekken in haar gezicht en op haar dijen. Ze kreeg 11 kinderen waarvan er 10 vroeg stierven. En gezien Jeanne's vader ervan verdacht werd dat hij een tovenaar was, geloofden velen dat zij over bovennatuurlijke krachten beschikte.
Op 16 mei 1650 werd ze als heks verbrand.
Er bestaat ook een Suske en Wiske over haar.
Nog even een blik werpen op de Ganzenpoot. Vanop de Langebrug heeft u een prachtig overzicht over dit sluizencomplex dat de waterhuishouding regelt van het hinterland en de polders.
Dit sluizencomplex speelde een cruciale rol in WOI. Op 16 oktober 1914 vallen de Duitsers het laatste vestingwerk op Belgisch grondgebied aan. Weldra slagen zij erin de IJzer bij Tervate, ten noorden van Diksmuide, over te steken. Wanneer blijkt dat er geen hulp komt van de geallieerden, opent men op 28 oktober de sluizen van de IJzer bij Nieuwpoort zodat de Belgische frontsector onder water komt te staan. Het onderlopen van de omringende polders maakt direct een eind aan de opmars van het Duitse leger.
Aan het monument voor Koning Albert I waren grote werken. We konden het dus niet bezoeken.
Dit monument werd in 1938 opgericht door de oud-strijders van WOI ter ere van koning Albert I en de duizenden naamloze slachtoffers van WOI. Het monument is opgetrokken uit klei gedolven langs de IJzer. Resten van oorlogsmunitie is hier en daar nog terug te vinden in de stenen.
Graag had ik ook "Searching for Utopia" gezien, de schildpad met ruiter van Jan Fabre. Die staat normaal op de Albert I-laan en kijkt uit over zee. Helaas, ze was verwijderd om te worden hersteld/gereinigd.
De havengeul eindigt in de "barrière", een staketsel uit 1865. Het oostelijke deel is 490m lang, het westelijk deel is 543m lang.
Op de andere oever kan je nog een kunstwerk zien: deze rechtopgezette boot in de vorm van een Senegaleese kano, staat symbool van de vele vluchtelingen.
Woensdag 30 april - De Panne
Een wandeling langs het mooie brede strand van De Panne mocht niet ontbreken. Je auto parkeren is geen probleem. Op wandelafstand van de zeedijk zijn gratis parkeerplaatsen genoeg. Althans in dit seizoen. Misschien is het tijdens de vakantieperiode wel anders.
Interessant om weten: door de zeestroming is het in De Panne gemiddeld zo'n 4°C warmer dan in Knokke!
Het hotel zelf telde 16 operatietafels. Rond het hotel werden houten barakken gebouwd. Het geheel bood plaats aan meer dan 1.800 patiënten.
Dr. Antoine Depage organiseerde alles samen met het Rode Kruis. Om de hoek werd een gedenkplaat ter zijner ere aangebracht.
Omwille van de veiligheid werd een groot deel van het hospitaal overgeplaatst naar Vinkem, nu Beauvoorde bij Veurne.
Maak ook eens een kleine wandeling door de Dumontwijk, beschermde site sinds 1995.
Deze wijk, ontworpen door de Brusselse architect Albert Dumont (1853 - 1920) straalt een rust uit die je niet zou verwachten in het midden van een stad. Vele huizen zijn opgetrokken in de typische cottagestijl. Het geheel geeft een indruk van het verblijfstoerisme in de 19de en 20ste eeuw.
Tijdens de welverdiende pauze werd de koffie met gebak met de glimlach geserveerd in Restaurant Leopold I op de Zeedijk. Ze hebben ook een heel mooi terras, maar door de gure wind hebben we toch maar binnen plaatsgenomen. Hier leerden we dat De Panne eigenlijk een microklimaat heeft door de passerende zeestroming. Het is er ongeveer 4°C warmer dan in Knokke.
Dichtbij zie je het standbeeld van Petrus Decreton (1853-1939), beter bekent als Pier Kloeffe. Hij draagt de typische visserskledij van de Westhoek en staart met onbestemde blik over de zee richting IJsland waar hij zovele malen heen ging.
Onze wandeling eindigde via de Leopold I Esplanade aan het monument dat de eerste voetstappen van de Koning op zijn grondgebied vereeuwigd.
Donderdag 1 mei - voormiddag:
Een klein bezoek aan een Belgische militaire begraafplaats gelegen achter de kerk in Adinkerke.
In de periode 14-18 bevond het militaire hospitaal Cabour zich in Adinkerke. Vandaar dat heel wat soldaten hier begraven werden.
In totaal liggen er 1.658 Belgische, 67 Britse en 2 Franse soldaten uit WOI. Er staan ook 6 Vlaamse heldenhuldezerkjes, ontworpen door Joe English.
Donderdag 1 mei - namiddag:
Nog een weinig vermoeiende uitstap: met de kusttram van het ene einde naar het andere, in 143 minuten van De Panne naar Knokke via de langste tramlijn ter wereld.
Het was een droom van koning Leopold II om de kustlijn om te vormen tot één grote agglomeratie: de Kuststad. Daar doorheen zou een centrale boulevard komen: de Koninklijke Baan.
De Kuststad is er niet gekomen, wel verschillende prettige steden, elk met zijn eigen karakter.
Het oudste traject is de 16 km van Nieuwpoort naar Oostende.
In de 19e eeuw was de tram het vervoermiddel voor de elite. Na de invoering van de betaalde vakantie in 1936 gingen ook anderen naar de kust. Maar het was niet het soort toerisme dat wij kennen. Ze gingen niet om te zonnen en om te gaan pootjebaden, maar voor de rust en de gezonde lucht.
Naar aanleiding van 125jaar kusttram werd in 2010 een site opgezet met heel wat info (www.125jaarkusttram.be).
Om 13u40 vertrokken we uit de eerste halte aan het station van Adinkerke-Panne. Voor wie met de trein komt: je stapt zo van de trein op de tram. Na 2u23min en 67 haltes kwamen we aan in Knokke.
Vermoeiender dan je denkt ...
Vrijdag 2 mei - voormiddag:
Nog even een bezoek aan de grootste Belgische militaire begraafplaats in West-Vlaanderen. Achter de gemeentelijke begraafplaats liggen ongeveer 3370 Belgische soldaten begraven. Zowat de helft van de hier begraven Belgische soldaten lieten het leven tijdens het Eindoffensief in 1918 ... een offer om even bij stil te staan ...
maandag 14 april 2014
Weekendje Membre
Net thuis van een nieuw familieweekend en met een kop koffie nagenoten dmv de talrijke foto's.
Dit jaar gingen we naar Membre-sur-Semois, één van de 12 dorpen die samen de gemeente Vresse vormen. Dit gedeelte van de Ardennen wordt ook wel "Klein Naams Zwitserland" genoemd. Ontelbare beken banen zich een weg van de beboste hellingen naar de Semois en zorgen voor een waar paradijs voor wandelaars en fietsers.
De grootste dorpen zijn bij de rivier gebouwd en waren vroeger smokkellaarsdorpen, waar de tabak op de rug van speciaal getrainde honden over de Franse grens ging.
Bohan is het laatste dorpje op Belgische bodem waar de Semois doorstroomt. Over de grens schrijf je Semoy, al is de uitspraak dezelfde. Vandaar dat deze vallei ook wel "vallée de la fraude" (smokkelvallei) werd genoemd.
De Semois, een rivier met een fabelachtige geschiedenis.
Een typisch streekproduct van weleer was de" Tabac de la Semois", ook wel "Le Tabac des Brumes" (de tabak van de mist) genoemd. Zonder de Semois, die bekend staat om haar hardnekkige mistflarden, zou hier geen tabak kunnen groeien want de planten hebben vocht nodig om een goede oogst op te leveren.
Zo is de streek ook bezaaid met tabaksasten, of -eesten. Ze bestaan uit een houten frame gemaakt van palen en balken, de regenkant werd van planken voorzien. De ligging werd zo gekozen dat zon en wind er vrij spel hadden. Omdat deze asten tot het Bouwkundig Erfgoed gerekend worden, mogen ze niet afgebroken worden en kregen vele een nieuwe bestemming.
Op zijn hoogtepunt nam de tabaksteelt de hele Semoisvallei in beslag. Van Bohan tot Herbeumont telde men in 1925 zo'n 575ha plantages.
Na WOII, met de opkomst van de Amerikaanse filtersigaretten, verdween langzaam de tabaksteelt.
Vrijdag:
Onze vakantiewoning was opnieuw een woning met een geschiedenis, al ben ik dat pas later gaan beseffen. Jawel, opnieuw want in 2008 logeerden we in de Ferme du Passeur in Laviot (zie mijn blog "Herinneringen" - label 2008) en die woning had ook een hele geschiedenis.
De woning is gelegen Rue de Charleville 3 en volgens de archieven was op dat exacte adres een molen gelegen. (http://www.molenechos.org/molen.php?AdvSearch=2030)
Blijkbaar hebben ze er een mooie en comfortabele vakantiewoning van gemaakt.
Zaterdagvoormiddag: Laforêt
Door de vele gerestaureerde huizen staat Laforêt bekend als een van de mooiste dorpen van Wallonië. De straatjes zijn bijna uitsluitend volgebouwd met authentieke, leistenen panden en kleine boerderijen. Het is één van de zeldzame dorpen van de zuidelijke Ardennen dat het typische uitzicht van de vroegere dorpen behield.
Het belangrijkste gebouw in Laforêt is de kerk van Saint-Agathe uit 1779. Ga er zeker eens binnen. Het plafond is beschilderd door de plaatselijke kunstenaar Maurice Mergny in de stijl van Mondriaan en Picasso. Zeer verrassend ... maar niet echt mijn ding ...
Twee typische drinkbakken bewaken de toegang tot het dorp.
Beneden in de rue de Pont de Claies bevindt zich een geheel van kleine bouwwerken die een duidelijk beeld geven van de 3 functies van water in het vroegere plattelandsleven: de wasbakken (het grootste overdekte) bestemd voor het wasgoed, de met ijzer omringde drinkbak voor het vee en een overdekte waterput. Dit geheel staat op de monumentenlijst.
Op het einde van de straat zit pépé Crochet, een kikkerachtig heertje, met zijn pootjes in het water van een rond waterbekken. Hij waarschuwt de kinderen dat het water zeer verraderlijk kan zijn.
Hij kijkt voor zich uit naar l'Atelier Pinocchio, de werkplaats en het gezellig theater van een dame die het spelen met poppen nooit verleerde.
Hier start ook de wandeling der legenden, een korte familiewandeling van 2 km. Volgens het boekje is de wandeling ook voor wandelwagens en rolstoelen ... al moet je daarvoor wel goede arm- en rugspieren hebben, want de keipaadjes en woudwegen zijn soms erg steil. Deze wandeling is op kindermaat gemaakt want regelmatig staan er sprookjesfiguren (de een al wat beter geslaagd dan de andere).
Zaterdagnamiddag: Alle
Met z'n allen naar recrealle (www.recrealle.com). In dit recreatiecentrum kan je zowat alles doen. Er is een bowlingbaan, minigolf, tafeltennis, klimmuur, kajak en natuurlijk een speelplein voor de kleinsten.
Enige tijd geleden zag ik mensen op een Segway, gyropode heet dat in het Frans, en dat wou ik ook eens proberen.
Een Segway is een elektrisch aangedreven, zelfbalancerend eenpersoons vervoermiddel uitgevonden door Dean Kamen en sinds december 2001 geproduceerd in het Amerikaanse Bedford in Hew Hampshire.
In België is de Segway bij wet toegestaan, zowel op het fietspad (max. 18 km/u) als op het voetpad (zolang er niet sneller dan stapvoets wordt gereden).
Je bestuurt het apparaat door het verplaatsen van het lichaamsgewicht. Door naar voren te leunen ga je vooruit, door naar achter te leunen ga je achteruit. Hij stopt als je rechtop gaat staan. En dat is moeilijker dan je denkt.
Gelukkig konden we ter plaatse een mini-opleiding krijgen en een klein beetje oefenen.
Toen we de besturing onder de knie hadden, maakten we een ritje van zo'n 30 minuten rond het dorp. Bergop, bergaf, draaien, je kreeg alle kansen om je vaardigheid op te bouwen.
Het was een heel leuke ervaring en leuk om te doen als je met een klein groepje bent.
Zondagvoormiddag: Membre
Membre telt slechts 140 inwoners en is rustig gelegen tussen de beboste hellingen.
De naam is afgeleid van mam-a-ra, wat "rivier van de moedergodin" zou betekenen. Hier kruiste de Romeinse heirweg van Reims naar Keulen de Semois. Er is ook noch altijd een Chaussée Romaine, een Romeinse Steenweg.
Eventjes naar Membre zelf. Daar was een markt. Al is "markt" veel gezegd. Een kraampje met bloemen, eentje met groenten en fruit, eentje met braadkippen, eentje met een beetje streekproducten en eentje met keukenhanddoeken e.d. ... en dat was het ...
Zondagnamiddag:
Gezellig met z'n allen rond de feesttafel want onze 2 dertig-jarigen vergasten ons op een maaltijd. Een da's altijd gezellig met de ganse bende.
Wat later op de dag begonnen sommigen al terug naar huis te vertrekken. Tja, niet iedereen kon de maandag verlof krijgen.
Maandagvoormiddag:
Ontbijten, opruimen en vertrekken. Toch wou ik nog even genieten van het "staartje" van deze korte vakantie.
Dus heb ik nog een mooie wandeling gemaakt
in Laforêt op zoek naar de de "Pont de Claies".
Deze vlonderbrug is de laatste dergelijke brug in de vallei van de Semois. In het verleden was dit de enig manier voor de landbouwers en tabaksplanters om hun landerijen en vee aan de overkant te bereiken. Maar ze kan enkel gebruikt worden bij laag water en wordt dus telkens op het eind van de zomer afgebroken om de volgende lente terug te worden opgebouwd. Ik heb ze niet gevonden. Ze was nog niet heropgebouwd.
in Vresse op zoek naar "Le Belge", een nauwkeurige reconstructie van de locomotief van de eerste Belgische trein.
Op 30 december 1835 verliet de eerste Belgische locomotief de werkhuizen van Cockerill. Voor de 150ste verjaardag van de onafhankelijkheid van België hebben plaatselijke ambachtslui deze locomotief volledig in hout nagebouwd.
Vresse stond ook ook bekend als kunstenaarsdorp. Hét trefpunt van de schrijvers en schilders was het voormalige hotel "La Glycine", waar nu de toeristische dienst gevestigd is.
Ook de Sint-Lambertbrug, net buiten de dorpskom, is een wandelingetje waard. Met haar 3 onregelmatige bogen overspant ze niet de Semois, maar een zijriviertje, le ruisseau de Petit-Fays (ook wel Le Ruaumoulin genoemd). De legende wil dat Sint-Lambertus, patroon van Vresse, wou verhinderen dat Sint-Agatha, patrones van Laforêt, zieltjes zou komen winnen in zijn parochie. Daarom bouwde hij het bruggetje zo smal. Hij kon te paard gemakkelijk naar Laforêt, maar zij kon met haar koets niet naar Vresse ...
in Bohan op zoek naar "de beer van Bohan".
Aan die beer is een legende verbonden. Tijdens tijdens het transport van het Tatra gebergte in Slowakije naar de Koninklijke Zoo in Parijs ontsnapte in de lente van 1760 een bruine beer ter hoogte van Strassburg. Tijdens zijn zwerftocht vermoordde de beer verschillende mensen. Hij leek onoverwinnelijk. Plotseling dook hij op in de bossen rond de Semois. Een pelgrim die vaten bier transporteerde van Bouillon naar Bohan werd door de verschrikkelijke beer verrast. Hij opende 2 vaten en klom in een 100-jarige eik. De beer dronk zoveel bier dat hij insliep op de kar en gevangen werd. Ze hebben dan ook een donker bier van hoge gisting naar die beer vernoemd.
Na enig zoeken vond ik de beer aan de andere kant van de Semois.
Ze zullen mij vanavond niet moeten in slaap wiegen ...
Dit jaar gingen we naar Membre-sur-Semois, één van de 12 dorpen die samen de gemeente Vresse vormen. Dit gedeelte van de Ardennen wordt ook wel "Klein Naams Zwitserland" genoemd. Ontelbare beken banen zich een weg van de beboste hellingen naar de Semois en zorgen voor een waar paradijs voor wandelaars en fietsers.
De grootste dorpen zijn bij de rivier gebouwd en waren vroeger smokkellaarsdorpen, waar de tabak op de rug van speciaal getrainde honden over de Franse grens ging.
Bohan is het laatste dorpje op Belgische bodem waar de Semois doorstroomt. Over de grens schrijf je Semoy, al is de uitspraak dezelfde. Vandaar dat deze vallei ook wel "vallée de la fraude" (smokkelvallei) werd genoemd.
De Semois, een rivier met een fabelachtige geschiedenis.
Een typisch streekproduct van weleer was de" Tabac de la Semois", ook wel "Le Tabac des Brumes" (de tabak van de mist) genoemd. Zonder de Semois, die bekend staat om haar hardnekkige mistflarden, zou hier geen tabak kunnen groeien want de planten hebben vocht nodig om een goede oogst op te leveren.Zo is de streek ook bezaaid met tabaksasten, of -eesten. Ze bestaan uit een houten frame gemaakt van palen en balken, de regenkant werd van planken voorzien. De ligging werd zo gekozen dat zon en wind er vrij spel hadden. Omdat deze asten tot het Bouwkundig Erfgoed gerekend worden, mogen ze niet afgebroken worden en kregen vele een nieuwe bestemming.
Op zijn hoogtepunt nam de tabaksteelt de hele Semoisvallei in beslag. Van Bohan tot Herbeumont telde men in 1925 zo'n 575ha plantages.
Na WOII, met de opkomst van de Amerikaanse filtersigaretten, verdween langzaam de tabaksteelt.
Vrijdag:
Onze vakantiewoning was opnieuw een woning met een geschiedenis, al ben ik dat pas later gaan beseffen. Jawel, opnieuw want in 2008 logeerden we in de Ferme du Passeur in Laviot (zie mijn blog "Herinneringen" - label 2008) en die woning had ook een hele geschiedenis.
De woning is gelegen Rue de Charleville 3 en volgens de archieven was op dat exacte adres een molen gelegen. (http://www.molenechos.org/molen.php?AdvSearch=2030)
Blijkbaar hebben ze er een mooie en comfortabele vakantiewoning van gemaakt.
Zaterdagvoormiddag: Laforêt
Het belangrijkste gebouw in Laforêt is de kerk van Saint-Agathe uit 1779. Ga er zeker eens binnen. Het plafond is beschilderd door de plaatselijke kunstenaar Maurice Mergny in de stijl van Mondriaan en Picasso. Zeer verrassend ... maar niet echt mijn ding ...
Twee typische drinkbakken bewaken de toegang tot het dorp.
Beneden in de rue de Pont de Claies bevindt zich een geheel van kleine bouwwerken die een duidelijk beeld geven van de 3 functies van water in het vroegere plattelandsleven: de wasbakken (het grootste overdekte) bestemd voor het wasgoed, de met ijzer omringde drinkbak voor het vee en een overdekte waterput. Dit geheel staat op de monumentenlijst.
Op het einde van de straat zit pépé Crochet, een kikkerachtig heertje, met zijn pootjes in het water van een rond waterbekken. Hij waarschuwt de kinderen dat het water zeer verraderlijk kan zijn.
Hier start ook de wandeling der legenden, een korte familiewandeling van 2 km. Volgens het boekje is de wandeling ook voor wandelwagens en rolstoelen ... al moet je daarvoor wel goede arm- en rugspieren hebben, want de keipaadjes en woudwegen zijn soms erg steil. Deze wandeling is op kindermaat gemaakt want regelmatig staan er sprookjesfiguren (de een al wat beter geslaagd dan de andere).
Zaterdagnamiddag: Alle
Met z'n allen naar recrealle (www.recrealle.com). In dit recreatiecentrum kan je zowat alles doen. Er is een bowlingbaan, minigolf, tafeltennis, klimmuur, kajak en natuurlijk een speelplein voor de kleinsten.
Enige tijd geleden zag ik mensen op een Segway, gyropode heet dat in het Frans, en dat wou ik ook eens proberen.
Een Segway is een elektrisch aangedreven, zelfbalancerend eenpersoons vervoermiddel uitgevonden door Dean Kamen en sinds december 2001 geproduceerd in het Amerikaanse Bedford in Hew Hampshire.
In België is de Segway bij wet toegestaan, zowel op het fietspad (max. 18 km/u) als op het voetpad (zolang er niet sneller dan stapvoets wordt gereden).
Je bestuurt het apparaat door het verplaatsen van het lichaamsgewicht. Door naar voren te leunen ga je vooruit, door naar achter te leunen ga je achteruit. Hij stopt als je rechtop gaat staan. En dat is moeilijker dan je denkt.
Gelukkig konden we ter plaatse een mini-opleiding krijgen en een klein beetje oefenen.
Toen we de besturing onder de knie hadden, maakten we een ritje van zo'n 30 minuten rond het dorp. Bergop, bergaf, draaien, je kreeg alle kansen om je vaardigheid op te bouwen.
Het was een heel leuke ervaring en leuk om te doen als je met een klein groepje bent.
Zondagvoormiddag: Membre
Membre telt slechts 140 inwoners en is rustig gelegen tussen de beboste hellingen.
De naam is afgeleid van mam-a-ra, wat "rivier van de moedergodin" zou betekenen. Hier kruiste de Romeinse heirweg van Reims naar Keulen de Semois. Er is ook noch altijd een Chaussée Romaine, een Romeinse Steenweg.
Eventjes naar Membre zelf. Daar was een markt. Al is "markt" veel gezegd. Een kraampje met bloemen, eentje met groenten en fruit, eentje met braadkippen, eentje met een beetje streekproducten en eentje met keukenhanddoeken e.d. ... en dat was het ...
Zondagnamiddag:
Gezellig met z'n allen rond de feesttafel want onze 2 dertig-jarigen vergasten ons op een maaltijd. Een da's altijd gezellig met de ganse bende.
Wat later op de dag begonnen sommigen al terug naar huis te vertrekken. Tja, niet iedereen kon de maandag verlof krijgen.
Maandagvoormiddag:
Ontbijten, opruimen en vertrekken. Toch wou ik nog even genieten van het "staartje" van deze korte vakantie.
Dus heb ik nog een mooie wandeling gemaakt
in Laforêt op zoek naar de de "Pont de Claies".
Deze vlonderbrug is de laatste dergelijke brug in de vallei van de Semois. In het verleden was dit de enig manier voor de landbouwers en tabaksplanters om hun landerijen en vee aan de overkant te bereiken. Maar ze kan enkel gebruikt worden bij laag water en wordt dus telkens op het eind van de zomer afgebroken om de volgende lente terug te worden opgebouwd. Ik heb ze niet gevonden. Ze was nog niet heropgebouwd.
Op 30 december 1835 verliet de eerste Belgische locomotief de werkhuizen van Cockerill. Voor de 150ste verjaardag van de onafhankelijkheid van België hebben plaatselijke ambachtslui deze locomotief volledig in hout nagebouwd.
Vresse stond ook ook bekend als kunstenaarsdorp. Hét trefpunt van de schrijvers en schilders was het voormalige hotel "La Glycine", waar nu de toeristische dienst gevestigd is.
Ook de Sint-Lambertbrug, net buiten de dorpskom, is een wandelingetje waard. Met haar 3 onregelmatige bogen overspant ze niet de Semois, maar een zijriviertje, le ruisseau de Petit-Fays (ook wel Le Ruaumoulin genoemd). De legende wil dat Sint-Lambertus, patroon van Vresse, wou verhinderen dat Sint-Agatha, patrones van Laforêt, zieltjes zou komen winnen in zijn parochie. Daarom bouwde hij het bruggetje zo smal. Hij kon te paard gemakkelijk naar Laforêt, maar zij kon met haar koets niet naar Vresse ...
in Bohan op zoek naar "de beer van Bohan".
Aan die beer is een legende verbonden. Tijdens tijdens het transport van het Tatra gebergte in Slowakije naar de Koninklijke Zoo in Parijs ontsnapte in de lente van 1760 een bruine beer ter hoogte van Strassburg. Tijdens zijn zwerftocht vermoordde de beer verschillende mensen. Hij leek onoverwinnelijk. Plotseling dook hij op in de bossen rond de Semois. Een pelgrim die vaten bier transporteerde van Bouillon naar Bohan werd door de verschrikkelijke beer verrast. Hij opende 2 vaten en klom in een 100-jarige eik. De beer dronk zoveel bier dat hij insliep op de kar en gevangen werd. Ze hebben dan ook een donker bier van hoge gisting naar die beer vernoemd.
Na enig zoeken vond ik de beer aan de andere kant van de Semois.
Ze zullen mij vanavond niet moeten in slaap wiegen ...
zondag 6 april 2014
14-18: onze geschiedenis
Wereldoorlog I: je leert erover op school, maar wereldoorlog II stond altijd meer in de schijnwerpers. En dit vooral door de vervolgingen van Hilter. We mogen deze gruwel nooit vergeten, dus wordt het zeer terecht regelmatig onder onze aandacht gebracht. En daardoor kwam WOI een beetje in de schaduw te liggen.
Wereldoorlog I: De Groote Oorlog.
Ik dacht: het is een wereldoorlog omdat mensen van over gans de wereld in België hebben meegevochten. Maar dat is maar een gedeelte van het verhaal. Niet alleen aan de IJzer werd gevochten, ook in andere delen van de wereld waren er conflicten.
Wie kent "Lawrence of Arabië" niet. Zijn leven werd neergeschreven en verfilmd. Zijn leven van strijd samen met de Arabieren tegen de Turken, waarbij ook Frankrijk en Groot-Brittannië betrokken waren.
In Armenië: In 1915 kwamen in het Ottomaanse Rijk 1,5 miljoen Armeniërs om het leven. De Ottomaanse Turken beschouwden de christelijke Armeniërs als bondgenoten van de Geallieerden en besloten hen te elimineren. Deze Armeense volkerenmoord was dus de 1ste grote genocide van de 20ste eeuw ...
Nu het 100 jaar geleden is dat wereldoorlog I begon, wordt er opnieuw aandacht aan besteed.
Gezien mijn grootvader heeft meegevochten in deze oorlog, gewond raakte en tijdens zijn herstelverlof mijn grootmoeder heeft leren kennen, heeft deze oorlog dus ook een invloed gehad op mijn persoonlijk leven.
Naar aanleiding hiervan worden verschillende tentoonstellingen georganiseerd. Ik ben van plan om er toch enkele te bezoeken.
We beginnen met "Expo 14-18, dit is onze geschiedenis", ingericht in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis te Brussel (www.expo14-18.be).
Deze tentoonstelling belicht alle facetten van het conflict dat Europa verzwakte en toont aan dat dit conflict bepalend is geweest voor de verdere ontwikkeling van Europa.
Dmv authentieke objecten, decors, getuigenissen, multimedia installaties en film ontdek je hoe dit conflict de 20ste eeuw grotendeels vorm gaf.
Er wordt ook veel aandacht besteed aan de invasie van België en het lot van mensen dmv o.a. videomateriaal. Om de beelden rustig te kunnen bekijken zijn bankjes geplaatst.
Die beelden, ... de getuigenissen, ... als je alles op je af laat komen ... het is heel emotioneel ... vier jaren leed van burgers en soldaten kan je niet onberoerd laten ...
Op mij heeft het een grote indruk gemaakt. Pas als je die beelden en getuigenissen laat doordringen besef je het offer dat gebracht werd opdat wij ons huidig leven kunnen leiden.
Wereldoorlog I: De Groote Oorlog.
Ik dacht: het is een wereldoorlog omdat mensen van over gans de wereld in België hebben meegevochten. Maar dat is maar een gedeelte van het verhaal. Niet alleen aan de IJzer werd gevochten, ook in andere delen van de wereld waren er conflicten.
Wie kent "Lawrence of Arabië" niet. Zijn leven werd neergeschreven en verfilmd. Zijn leven van strijd samen met de Arabieren tegen de Turken, waarbij ook Frankrijk en Groot-Brittannië betrokken waren.
In Armenië: In 1915 kwamen in het Ottomaanse Rijk 1,5 miljoen Armeniërs om het leven. De Ottomaanse Turken beschouwden de christelijke Armeniërs als bondgenoten van de Geallieerden en besloten hen te elimineren. Deze Armeense volkerenmoord was dus de 1ste grote genocide van de 20ste eeuw ...
Nu het 100 jaar geleden is dat wereldoorlog I begon, wordt er opnieuw aandacht aan besteed.
Gezien mijn grootvader heeft meegevochten in deze oorlog, gewond raakte en tijdens zijn herstelverlof mijn grootmoeder heeft leren kennen, heeft deze oorlog dus ook een invloed gehad op mijn persoonlijk leven.
Naar aanleiding hiervan worden verschillende tentoonstellingen georganiseerd. Ik ben van plan om er toch enkele te bezoeken.
We beginnen met "Expo 14-18, dit is onze geschiedenis", ingericht in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis te Brussel (www.expo14-18.be).
Deze tentoonstelling belicht alle facetten van het conflict dat Europa verzwakte en toont aan dat dit conflict bepalend is geweest voor de verdere ontwikkeling van Europa.
Dmv authentieke objecten, decors, getuigenissen, multimedia installaties en film ontdek je hoe dit conflict de 20ste eeuw grotendeels vorm gaf.
Er wordt ook veel aandacht besteed aan de invasie van België en het lot van mensen dmv o.a. videomateriaal. Om de beelden rustig te kunnen bekijken zijn bankjes geplaatst.
Die beelden, ... de getuigenissen, ... als je alles op je af laat komen ... het is heel emotioneel ... vier jaren leed van burgers en soldaten kan je niet onberoerd laten ...
Op mij heeft het een grote indruk gemaakt. Pas als je die beelden en getuigenissen laat doordringen besef je het offer dat gebracht werd opdat wij ons huidig leven kunnen leiden.
zondag 30 maart 2014
Fietsen
Prachtig weer om te fietsen. Jammergenoeg voel ik mij voor het ogenblik niet zo best. Dus heb ik maar van het zonnetje genoten op mijn terras. En ondertussen nog wat knipsels en nota's doorbladerd.
Zo vond ik een interessant blaadje (gevonden tussen de oude paperassen van mijn vader): De reglementaire uitrusting van uw fiets.
Als ik deze richtlijnen even toets aan de fietsen die je op straat ziet rondrijden ... er zijn er weinig die voldoen aan de geldende reglementering. Zeker qua verlichting en reflectoren.
In de zomer is dat geen probleem, dan wordt er vooral overdag gefietst. En zij die 's morgens en 's avonds naar en van het werk fietsen hebben ondertussen ook geen verlichting meer nodig.
Deze winter had ik op een bepaald moment heel veel geluk dat de fietser, die de rijweg kruiste, witte sokken aanhad. Anders had ik hem niet gezien. Had hij reflectoren gehad op de wielen dan had ik hem niet kunnen "niet zien".
Nood aan "coole" accessoires voor de fiets? Ga dan eens kijken op moeders preventiewinkel via de volgende site: www.kbcpreventieshop.be.
Verder moet er mij nog het volgende van het hart:
Er gaan stemmen op om de wielertoeristen te verplichten om zich aan de snelheidsbeperking van 30km/uur te houden. Waarom moet daarover gediscussieerd worden? De wegcode is er voor iedereen.
30km/uur in bepaalde zones geldt voor alle weggebruikers, zowel voor voetgangers, fietsers en auto's.
Als de wielertoeristen vlugger willen rijden, dan moeten ze maar wegen opzoeken waar ze vlugger mogen rijden.
Zo kunnen mensen met kinderen die een gewoon fietstochtje willen maken dit in alle rust doen. Zonder voortdurend over de schouders te moeten kijken of er niet toevallig een wielertoerist komt "aangevlogen".
Zo vond ik een interessant blaadje (gevonden tussen de oude paperassen van mijn vader): De reglementaire uitrusting van uw fiets.
Als ik deze richtlijnen even toets aan de fietsen die je op straat ziet rondrijden ... er zijn er weinig die voldoen aan de geldende reglementering. Zeker qua verlichting en reflectoren.
In de zomer is dat geen probleem, dan wordt er vooral overdag gefietst. En zij die 's morgens en 's avonds naar en van het werk fietsen hebben ondertussen ook geen verlichting meer nodig.
Deze winter had ik op een bepaald moment heel veel geluk dat de fietser, die de rijweg kruiste, witte sokken aanhad. Anders had ik hem niet gezien. Had hij reflectoren gehad op de wielen dan had ik hem niet kunnen "niet zien".
Nood aan "coole" accessoires voor de fiets? Ga dan eens kijken op moeders preventiewinkel via de volgende site: www.kbcpreventieshop.be.
Verder moet er mij nog het volgende van het hart:
Er gaan stemmen op om de wielertoeristen te verplichten om zich aan de snelheidsbeperking van 30km/uur te houden. Waarom moet daarover gediscussieerd worden? De wegcode is er voor iedereen.
30km/uur in bepaalde zones geldt voor alle weggebruikers, zowel voor voetgangers, fietsers en auto's.
Als de wielertoeristen vlugger willen rijden, dan moeten ze maar wegen opzoeken waar ze vlugger mogen rijden.
Zo kunnen mensen met kinderen die een gewoon fietstochtje willen maken dit in alle rust doen. Zonder voortdurend over de schouders te moeten kijken of er niet toevallig een wielertoerist komt "aangevlogen".
zondag 9 maart 2014
Fuchsia
De Fuchsia: Hij bloeit in de tuin, op het terras, in de serre en op het balkon, maanden achter elkaar, tot in november. Ook als de bloemen in de zomer verregend zijn, kan men later toch nog op ze rekenen. In de volksmond worden ze ook wel bellekensplant of klokjesplant genoemd.
De oorspronkelijke soorten zijn afkomstig uit Zuid-Amerika en Nieuw-Zeeland.
Maar de geschiedenis van de Fuchsia begint pas echt als de inbezitneming van het nieuwe continent door malaria bedreigt wordt. Men gebruikte daar kinine tegen die gewonnen werd uit de bast van de kinineboom. Daarom zochten de Europese botanici deze boom.
In 1703 ontdekte Charles Plumier, een Franse missionaris en botanicus, op die manier een plant in Sante Domingo die hij beschreef en naar dr. Leonard Fuchs noemde, een hoogleraar in de medicijnen uit Tubingen.
In 1788 groeiden de eerste fuchsia's in Londen. En ook bij de plantenliefhebbers op het vasteland van Europa waren ze snel in trek.
Spoedig kwamen er meer soorten van overzee en Engelsen, Fransen en Duitsers begonnen ze onderling te kruisen. Wat zeer succesvol was zodat er momenteel een groot aantal zeer fraaie rassen verkrijgbaar is. De fuchsia's verschillen niet alleen in bloemkleur maar ook in vorm en groeiwijze. Enkel ervan zijn zelfs winterhard. We kunnen de fuchsia's in 2 groepen verdelen: de hangende en de struikvormende.
Fuchsia's zijn zeer eenvoudig te verzorgen. Ze zijn nauwelijks gevoelig voor ziekten en ze houden zowel van zon, als van lichte schaduw. Hoe witter de bloemen, hoe meer schaduw de plant verlangt. Gefilterd zonlicht is eigenlijk het meest ideale. Winderige plaatsen zijn niet zo geschikt. Al is een klein briesje geen probleem.
Wat ze wel nodig hebben is voldoende water, want het zijn dorstige planten. Vooral in droge zomers hebben ze veel water nodig. Maar maak de potgrond niet te nat.
En, nadat de knoppen zijn gevormd, moeten ze wekelijks kamerplantenmest krijgen.
Het beste is de Fuchsia als kuipplant te behandelen: in de zomer buiten en in de winter in een koele vorstvrije kas of wintertuin. De planten kunnen voor de winter flink worden terug geknipt. Verpotten gebeurd in het voorjaar.
Vermeerderen:
Stekken kan het hele jaar, maar april en het najaar zijn de beste perioden.
Neem scheuten van 6 tot 8 cm, verwijder de eventuele bloemen en knoppen en snijd de helft van de bladeren af met en scherp mes.
Zet de stek 2 tot 3 cm in een glas water. Zet het glas wel licht, maar niet in de directe zon.
Na enkele weken komen de eerste worteltjes en na 6 tot 8 weken kunnen ze in een potje met aarde.
Snoeivormen:
De struikvorm: Als de gewortelde stek 3 bladparen gevormd heeft, wordt hij getopt. Het bovenste bladpaar wordt verwijderd zodat de slapende ogen in de oksels van de bladeren kunnen gaan uitlopen. Hebben zich na verloop van tijd aan de nieuwe scheuten weer 3 bladparen ontwikkeld, dan toppen we opnieuw. Zo wordt de fuchsia steeds bossiger.
Op stam: Het uitgangsmateriaal voor een stamfuchsia moet een groeikrachtige, gezonde stek zijn want er moet een krachtige stam ontstaan. Als het stekje 15 cm groot is wordt het verpot in een grote pot en gesteund door een bamboestok. Voorlopig worden alleen de onderste scheuten tot op één knop verwijderd, geen bladeren want deze zorgen voor extra groeikracht. Als de plant de juiste hoogte heeft bereikt, wordt de topscheut ingenepen en de onderste zijscheuten verwijderd, de bladeren zijn dan veelal al afgevallen. Met de bovenste 3 tot 5 zijscheuten wordt door meerdere keren toppen een mooie kroon gevormd. Zodra de eerste bloemen zichtbaar worden, moeten de laatste bladeren die nog aan de stam zitten, verwijderd worden.
De piramide: Niet gemakkelijk te vormen, maar wel erg mooi. Neem hiervoor en ras met een sterke rechtopgaande groei. We beginnen op dezelfde wijze als bij de struikjes. Als de stek ongeveer 20 cm lang is wordt hij getopt. Van de bovenste zijscheuten die zich nu ontwikkelen verwijderen we de zwakke scheuten en de sterkste scheut wordt de nieuwe hoofdscheut. Alle zijscheuten worden getopt als ze 3 bladparen ontwikkeld hebben. We gaan nu steeds afwisselend de hoofdscheut en de zijscheuten toppen, tot de piramide de gewenste hoogte heeft bereikt. Opgelet: hoofdscheut en zijscheuten nooit gelijktijdig toppen. Voor een gelijkmatig groei van de piramide is het belangrijk de plant regelmatig te draaien, anders groeit hij eenzijdig naar het licht.
Overwinteren:
Snijd na de eerste nachtvorsten de scheuten flink terug en overwinter de planten in een koele ruimte. Ideaal zijn hobbykastjes, luchtige trappenhuizen, garages, schuren en kelderruimten met temperaturen tussen 5 en 10°C.
Giet zeer weinig. In feite is het genoeg indien de wortelkluit niet helemaal uitdroogt. Het gaat erom een goed evenwicht te vinden tussen temperatuur, lichthoeveelheid en watergift.
Staan ze in een net vorstvrije ruimte met weinig licht, dan hebben ze ook weinig water nodig. Is de temperatuur zond de 10°C dan hebben ze meer licht en water nodig.
Maar pas op: de planten mogen geen nieuwe scheuten vormen: ze moeten een volledige rustperiode doormaken.
Mijn vader hield wel van die klokjes. Enkele jaren terug kreeg ik er een van hem cadeau. En onlangs kreeg ik nog een exemplaar op stam.
Gisteren heb ik nog enkele stekjes genomen van een gewone fuchsia en van een exemplaar met hangende takken. Gezien ik niet wist hoe ik daar worteltjes moest aan kweken, heb ik een aantal takjes in een glas water gezet en de andere met een beetje wortelpoeder in een potje met aarde. Wie zien wel wie er groeit.
Een struikvorm had ik al. Een stamfuchsia heb ik nu ook. Nu wil ik ook zo'n piramide proberen.
Wordt dus vervolgd.
De oorspronkelijke soorten zijn afkomstig uit Zuid-Amerika en Nieuw-Zeeland.
Maar de geschiedenis van de Fuchsia begint pas echt als de inbezitneming van het nieuwe continent door malaria bedreigt wordt. Men gebruikte daar kinine tegen die gewonnen werd uit de bast van de kinineboom. Daarom zochten de Europese botanici deze boom.
In 1703 ontdekte Charles Plumier, een Franse missionaris en botanicus, op die manier een plant in Sante Domingo die hij beschreef en naar dr. Leonard Fuchs noemde, een hoogleraar in de medicijnen uit Tubingen.
In 1788 groeiden de eerste fuchsia's in Londen. En ook bij de plantenliefhebbers op het vasteland van Europa waren ze snel in trek.
Spoedig kwamen er meer soorten van overzee en Engelsen, Fransen en Duitsers begonnen ze onderling te kruisen. Wat zeer succesvol was zodat er momenteel een groot aantal zeer fraaie rassen verkrijgbaar is. De fuchsia's verschillen niet alleen in bloemkleur maar ook in vorm en groeiwijze. Enkel ervan zijn zelfs winterhard. We kunnen de fuchsia's in 2 groepen verdelen: de hangende en de struikvormende.
Fuchsia's zijn zeer eenvoudig te verzorgen. Ze zijn nauwelijks gevoelig voor ziekten en ze houden zowel van zon, als van lichte schaduw. Hoe witter de bloemen, hoe meer schaduw de plant verlangt. Gefilterd zonlicht is eigenlijk het meest ideale. Winderige plaatsen zijn niet zo geschikt. Al is een klein briesje geen probleem.
Wat ze wel nodig hebben is voldoende water, want het zijn dorstige planten. Vooral in droge zomers hebben ze veel water nodig. Maar maak de potgrond niet te nat.
En, nadat de knoppen zijn gevormd, moeten ze wekelijks kamerplantenmest krijgen.
Het beste is de Fuchsia als kuipplant te behandelen: in de zomer buiten en in de winter in een koele vorstvrije kas of wintertuin. De planten kunnen voor de winter flink worden terug geknipt. Verpotten gebeurd in het voorjaar.
Vermeerderen:
Stekken kan het hele jaar, maar april en het najaar zijn de beste perioden.
Neem scheuten van 6 tot 8 cm, verwijder de eventuele bloemen en knoppen en snijd de helft van de bladeren af met en scherp mes.
Zet de stek 2 tot 3 cm in een glas water. Zet het glas wel licht, maar niet in de directe zon.
Na enkele weken komen de eerste worteltjes en na 6 tot 8 weken kunnen ze in een potje met aarde.
Snoeivormen:
De struikvorm: Als de gewortelde stek 3 bladparen gevormd heeft, wordt hij getopt. Het bovenste bladpaar wordt verwijderd zodat de slapende ogen in de oksels van de bladeren kunnen gaan uitlopen. Hebben zich na verloop van tijd aan de nieuwe scheuten weer 3 bladparen ontwikkeld, dan toppen we opnieuw. Zo wordt de fuchsia steeds bossiger.
Op stam: Het uitgangsmateriaal voor een stamfuchsia moet een groeikrachtige, gezonde stek zijn want er moet een krachtige stam ontstaan. Als het stekje 15 cm groot is wordt het verpot in een grote pot en gesteund door een bamboestok. Voorlopig worden alleen de onderste scheuten tot op één knop verwijderd, geen bladeren want deze zorgen voor extra groeikracht. Als de plant de juiste hoogte heeft bereikt, wordt de topscheut ingenepen en de onderste zijscheuten verwijderd, de bladeren zijn dan veelal al afgevallen. Met de bovenste 3 tot 5 zijscheuten wordt door meerdere keren toppen een mooie kroon gevormd. Zodra de eerste bloemen zichtbaar worden, moeten de laatste bladeren die nog aan de stam zitten, verwijderd worden.
De piramide: Niet gemakkelijk te vormen, maar wel erg mooi. Neem hiervoor en ras met een sterke rechtopgaande groei. We beginnen op dezelfde wijze als bij de struikjes. Als de stek ongeveer 20 cm lang is wordt hij getopt. Van de bovenste zijscheuten die zich nu ontwikkelen verwijderen we de zwakke scheuten en de sterkste scheut wordt de nieuwe hoofdscheut. Alle zijscheuten worden getopt als ze 3 bladparen ontwikkeld hebben. We gaan nu steeds afwisselend de hoofdscheut en de zijscheuten toppen, tot de piramide de gewenste hoogte heeft bereikt. Opgelet: hoofdscheut en zijscheuten nooit gelijktijdig toppen. Voor een gelijkmatig groei van de piramide is het belangrijk de plant regelmatig te draaien, anders groeit hij eenzijdig naar het licht.
Overwinteren:
Snijd na de eerste nachtvorsten de scheuten flink terug en overwinter de planten in een koele ruimte. Ideaal zijn hobbykastjes, luchtige trappenhuizen, garages, schuren en kelderruimten met temperaturen tussen 5 en 10°C.
Giet zeer weinig. In feite is het genoeg indien de wortelkluit niet helemaal uitdroogt. Het gaat erom een goed evenwicht te vinden tussen temperatuur, lichthoeveelheid en watergift.
Staan ze in een net vorstvrije ruimte met weinig licht, dan hebben ze ook weinig water nodig. Is de temperatuur zond de 10°C dan hebben ze meer licht en water nodig.
Maar pas op: de planten mogen geen nieuwe scheuten vormen: ze moeten een volledige rustperiode doormaken.
Mijn vader hield wel van die klokjes. Enkele jaren terug kreeg ik er een van hem cadeau. En onlangs kreeg ik nog een exemplaar op stam.
Gisteren heb ik nog enkele stekjes genomen van een gewone fuchsia en van een exemplaar met hangende takken. Gezien ik niet wist hoe ik daar worteltjes moest aan kweken, heb ik een aantal takjes in een glas water gezet en de andere met een beetje wortelpoeder in een potje met aarde. Wie zien wel wie er groeit.
Tijdens de koffiepauze deze namiddag heb ik er mijn "plantenknipsels" eens bijgenomen.
Nu blijkt dat je niet-verhoutte stekjes moet nemen. Tja, daarvoor is het nu het verkeerde seizoen. Mijn takjes zijn verhout. Hopelijk groeien ze toch. Vooral dat hangend exemplaar want die heeft van die fijne donkerrode bloemetjes.
Duimen en hopen.
04.07.2014: niet dus. Geen enkel stekje is beginnen groeien.
Nu blijkt dat je niet-verhoutte stekjes moet nemen. Tja, daarvoor is het nu het verkeerde seizoen. Mijn takjes zijn verhout. Hopelijk groeien ze toch. Vooral dat hangend exemplaar want die heeft van die fijne donkerrode bloemetjes.
Duimen en hopen.
04.07.2014: niet dus. Geen enkel stekje is beginnen groeien.
Een struikvorm had ik al. Een stamfuchsia heb ik nu ook. Nu wil ik ook zo'n piramide proberen.
Wordt dus vervolgd.
| op mijn terras: Fuchsia Magellanica (redelijk winterhard) |
| op mijn terras: Fuchsia ? (geen idee welke cultivar) hier wil ik een kroonboompje van maken |
zondag 2 maart 2014
Bourgoyen Ossemeersen
Maar vandaag wou ik weg ... eens de benen strekken ... met de camera op jacht naar mooie beelden ... maar niet te ver. Dicht bij huis heb je ook mooie hoeken en kantjes.
Dus ging het richting Bourgoyen-Ossemeersen.
En ik was duidelijk niet alleen. Heel wat mensen profiteerden van de eerste zonnestralen.
Het stedelijk natuurreservaat Bourgoyen-Ossemeersen is gelegen ten westen van Gent, grotendeels op het grondgebied van de deelgemeente Drongen. Het wordt begrensd door de bebouwing van Mariakerke en Gent, de Drongensesteenweg en de R4 met daarnaast de Ringvaart. De hoofdingang is gelegen in de Driepikkelstraat, een zijstraat van de Brugsesteenweg.

Het is een vallei, uitgeschuurd door de Leie, met vochtige graslanden die 's winters onder water lopen. Zulke natte graslanden worden bij ons meersen genoemd.
Het deel ten noorden van de Leie heet de Bourgoyen, ten zuiden ervan de Ossemeersen.
Bijna centraal in de Bourgoyen ligt een zandige hoogte of donk met daarop het historische Valkenhuis dat nu als beheersboerderij dienst doet.
Vanaf half oktober wordt het regenwater opgehouden, waardoor het gebied langdurig overstroomt.
Pas vanaf maart wordt het water via een sluis en een pomp weggelaten.Op die manier worden de vroegere overstromingen van de Leie nagebootst.
De Bourgoyen zijn een belangrijk overwinteringsgebied voor verschillende watervogels. In dit bijna ontoegankelijk gebied zijn er dan grote concentraties te bewonderen.
Vanaf maart zakt het water geleidelijk waardoor er plaatselijk plassen en slikveldjes overblijven die een grote aantrekkingskracht uitoefenen op steltlopers.
Op de hoger gelegen plaatsen komt een grote verscheidenheid aan planten voor.
Deze gevarieerde vegetaties vormen samen met de sloten een geschikte leefomgeving voor vele diersoorten zoals mussen, meesjes, ganzen, eenden, salamanders, kikkers, vlinders, ...
Meer informatie over de aanwezig fauna en flora kan je o.a. terugvinden op http://www.natuurpuntgent.be/de-natuur-in/natuurgebieden/bourgoyen-ossemeersen.
Alle mogelijk aanwezige watervogels worden in de schuilhut op de muur weergegeven.Met een verrekijker kan je dan de vogels observeren en identificeren.
Volgende keer mag ik dus zeker mijn verrekijker niet vergeten.
Al deze informatie heb ik gevonden in een foldertje uitgegeven door de stad Gent in samenwerking met Natuurpunt..
zondag 16 februari 2014
Mobilisatie
Vandaag gaan we verder met het verhaal over hoe mijn vader de oorlog heeft meegemaakt. Maar het gaat hier wel over de tweede wereldoorlog en niet of de eerste (daarin vocht mijn grootvader en dat zal allicht later nog wel aan bod komen)
Zo heeft hij zijn herinneringen neergeschreven:
1939: onrust in Europa - België mobiliseert
Jonge mannen worden opgeroepen om terug hun eenheid (waar ze vroeger gediend hadden) te vervoegen.
Maar ook onze gebuur, een rijkswachter op vervroegd pensioen, werd opgeroepen. Ik zie hem nog (dat was de eerste en enige keer) in uniform met de zwarte helm op per fiets vertrekken.
In Ieper lagen overal militairen. Bij ons zijn er ongeveer een week 10 soldaten verbleven. Regiment of eenheid weet ik niet meer. Ze sliepen op stro in het kamertje boven de keuken.
Langs de vaart werden tranchées (= loopgrachten) gedolven en ter hoogte van de dubbele telefoonpaal recht tegenover ons venster werd er een "mitrailleursnest" gegraven en overdekt. Van daaruit konden ze desgevallen vuren naar de spoorwegovergang.
De soldaten stonden meer aan ons venster dan in hun stelling. Ze zetten hun gamel met eten op de vensterbank en aten rechtstaand.
Wij aten graag het soldatenbrood en zij hadden liever ons wit brood. Moeder wisselde meermaals van brood.
Bij de wielrijders (= soldaten per fiets) was er een grote blonde kerel uit de Limburg. Op zekere dag vroeg hij moeder of dat dor riet in de vaart het zo gekende rotende vlas was. Vandaar dat de jongen de bijnaam "Vlas" kreeg.
Troepen vertrokken en anderen kwamen aan.
Een eenheid bestaande uit jonge rijkswachters in opleiding stationeerden zich in Ieper. In feite waren ze gelogeerd in de gevangenis. De mensen lachten ermee: "de gendarmen zitten in 't gevang!" Deze rijkswachters waren in kaki uniform. Ze hadden prachtige kakikleurige moto-sidecars (= zijspannen) van het merk FN. Ik kon mijn ogen van die moto's niet afhouden.
Eén van die rijkswachters werd in oktober 1942 mijn schoonbroer.
Maar de romantiek houdt niet op want op het huwelijksfeest van zijn zus met die jonge rijkswachter leert mijn vader mijn moeder kennen. De jonge rijkswachter was namelijk de jongste broer van mijn moeders vader. Zo moest zij na haar huwelijk haar schoonbroer eigenlijk aanspreken met nonkel, nonkel-schoonbroer dus.
Zo heeft hij zijn herinneringen neergeschreven:
1939: onrust in Europa - België mobiliseert
Jonge mannen worden opgeroepen om terug hun eenheid (waar ze vroeger gediend hadden) te vervoegen.
Maar ook onze gebuur, een rijkswachter op vervroegd pensioen, werd opgeroepen. Ik zie hem nog (dat was de eerste en enige keer) in uniform met de zwarte helm op per fiets vertrekken.
In Ieper lagen overal militairen. Bij ons zijn er ongeveer een week 10 soldaten verbleven. Regiment of eenheid weet ik niet meer. Ze sliepen op stro in het kamertje boven de keuken.
Langs de vaart werden tranchées (= loopgrachten) gedolven en ter hoogte van de dubbele telefoonpaal recht tegenover ons venster werd er een "mitrailleursnest" gegraven en overdekt. Van daaruit konden ze desgevallen vuren naar de spoorwegovergang.
De soldaten stonden meer aan ons venster dan in hun stelling. Ze zetten hun gamel met eten op de vensterbank en aten rechtstaand.
Wij aten graag het soldatenbrood en zij hadden liever ons wit brood. Moeder wisselde meermaals van brood.
Bij de wielrijders (= soldaten per fiets) was er een grote blonde kerel uit de Limburg. Op zekere dag vroeg hij moeder of dat dor riet in de vaart het zo gekende rotende vlas was. Vandaar dat de jongen de bijnaam "Vlas" kreeg.
Troepen vertrokken en anderen kwamen aan.
Een eenheid bestaande uit jonge rijkswachters in opleiding stationeerden zich in Ieper. In feite waren ze gelogeerd in de gevangenis. De mensen lachten ermee: "de gendarmen zitten in 't gevang!" Deze rijkswachters waren in kaki uniform. Ze hadden prachtige kakikleurige moto-sidecars (= zijspannen) van het merk FN. Ik kon mijn ogen van die moto's niet afhouden.
Eén van die rijkswachters werd in oktober 1942 mijn schoonbroer.
Maar de romantiek houdt niet op want op het huwelijksfeest van zijn zus met die jonge rijkswachter leert mijn vader mijn moeder kennen. De jonge rijkswachter was namelijk de jongste broer van mijn moeders vader. Zo moest zij na haar huwelijk haar schoonbroer eigenlijk aanspreken met nonkel, nonkel-schoonbroer dus.
zondag 9 februari 2014
Naaister
We gaan verder met opruimen. Het gros van de papieren is doorgenomen en daarna bewaard, weggegooid of doorgegeven.
Wat vond ik nu de moeite waard om te bewaren? O.a. de oude schoolschriften van mijn moeder. Ze staan vol patronen: hoe je ze maakt, hoe je ze aanpast aan andere maten, hoe je van een foto een patroon kunt maken.
Jawel, geef mijn moeder een foto en een stuk stof en zij maakt de jurk volledig op jouw maat. Althans, zo was het vroeger want nu kan ze dat niet meer. Alles is weg ...
Maar de herinnering blijft. De herinnering aan al die kledingstukken die ze zelf heeft gemaakt.
Dat brengt me ook terug naar hun Gouden Jubileum. Toen heeft de ambtenaar van de Burgerlijke Stand toch enkele steken laten vallen.
Ze noemde mijn moeder een stikster en geen naaister. Zij kende blijkbaar het verschil niet, maar mijn moeder kookte. Een stikster stikt stukken stof aan elkaar. Die kan geen patronen maken of uit een stuk stof een kledingstuk toveren. Een naaister kan dat wel. Die maakt patronen op ieders maat.
Een ander fout betrof mijn vader: hij kweekte zebravinkjes en geen vinken!!! Een wezenlijk verschil. Blijkbaar had de ambtenaar, of haar bediende, nog nooit gehoord van zebravinkjes en was hij/zij te lui om het eventjes op te zoeken.
Dit zijn 2 fouten die mijns inziens niet mochten gemaakt worden. Waarom nemen ze op voorhand een interview af? Ze gieten daarna de verzamelde gegevens in een tekst zonder stil te staan bij de gevolgen van hun flaters.
Want niet alleen de speech had eronder te lijden, ook het artikel in de krant bevat bijgevolg verkeerde informatie.
Op zich, voor mijn generatie, niet zo erg. Maar voor de leeftijdsgenoten van mijn ouders maakt dat wel een verschil. Zeker wat betreft de status van stikster of naaister. Een naaister stond heel wat hoger in aanzien.
Jammer, gedane zaken nemen geen keer.
Maar hierbij heb ik dit op mijn manier toch eventjes rechtgezet (voor wie erin geïnteresseerd is). Dit moest ik even kwijt.
Wat vond ik nu de moeite waard om te bewaren? O.a. de oude schoolschriften van mijn moeder. Ze staan vol patronen: hoe je ze maakt, hoe je ze aanpast aan andere maten, hoe je van een foto een patroon kunt maken.
Jawel, geef mijn moeder een foto en een stuk stof en zij maakt de jurk volledig op jouw maat. Althans, zo was het vroeger want nu kan ze dat niet meer. Alles is weg ...
Maar de herinnering blijft. De herinnering aan al die kledingstukken die ze zelf heeft gemaakt.
Dat brengt me ook terug naar hun Gouden Jubileum. Toen heeft de ambtenaar van de Burgerlijke Stand toch enkele steken laten vallen.
Ze noemde mijn moeder een stikster en geen naaister. Zij kende blijkbaar het verschil niet, maar mijn moeder kookte. Een stikster stikt stukken stof aan elkaar. Die kan geen patronen maken of uit een stuk stof een kledingstuk toveren. Een naaister kan dat wel. Die maakt patronen op ieders maat.
Een ander fout betrof mijn vader: hij kweekte zebravinkjes en geen vinken!!! Een wezenlijk verschil. Blijkbaar had de ambtenaar, of haar bediende, nog nooit gehoord van zebravinkjes en was hij/zij te lui om het eventjes op te zoeken.
Dit zijn 2 fouten die mijns inziens niet mochten gemaakt worden. Waarom nemen ze op voorhand een interview af? Ze gieten daarna de verzamelde gegevens in een tekst zonder stil te staan bij de gevolgen van hun flaters.
Want niet alleen de speech had eronder te lijden, ook het artikel in de krant bevat bijgevolg verkeerde informatie.
Op zich, voor mijn generatie, niet zo erg. Maar voor de leeftijdsgenoten van mijn ouders maakt dat wel een verschil. Zeker wat betreft de status van stikster of naaister. Een naaister stond heel wat hoger in aanzien.
Jammer, gedane zaken nemen geen keer.
Maar hierbij heb ik dit op mijn manier toch eventjes rechtgezet (voor wie erin geïnteresseerd is). Dit moest ik even kwijt.
zondag 2 februari 2014
Strijken
Bij het opruimen vonden we ook nog enkele oude strijkijzers.
Raar maar waar: daar heb ik ook nog mee gestreken. Maar dat kon alleen als de kachel brandde. Deze ijzers moesten namelijk eerst opwarmen op de kachel. Daarna kon je beginnen. Was je ijzer te koud geworden, dan nam je het andere en kon je verder werken.
Het was wel een heel gedoe. Het ijzer mocht niet te warm zijn anders kon je je kleren beschadigen. Maar het moest ook warm genoeg zijn anders kon je niet strijken. Dan zijn de huidige strijkijzers met warmteregeling toch heel wat eenvoudiger. Tja, onze grootmoeders en overgrootmoeders hadden het niet gemakkelijk.
Wist je dit?
Het strijken van wasgoed maakt niet alleen het textiel mooi, het bevordert ook de hygiëne doordat bacteriën door de hitte gedood worden. Daarom is het ook zeer zinvol om zakdoeken, theedoeken en handdoeken te strijken.
Een beetje geschiedenis:
Ten tijde van de Noormannen, zo'n 1000 jaar geleden, waren het de mannen die hun wollen kledij streken. Deze woeste krijgers stelden er, ondanks hun ruige levensstijl, toch prijs op dat hun wollen kleding glad en waterafstotend is. Met strijkglazen ter grootte van een tennisbal wreven de Vikingen hun lange tunieken glad. Daarbij gebruiken ze bijenwas. Door de wrijving werd de was warm en werd ze beter in de kleding opgenomen. De vettige oppervlakte heeft een waterafstotend effect.
In de latere Middeleeuwen volgen strijkbouten van aardewerk. Ze hebben reeds de vorm van de huidige strijkijzers en zijn voorzien van een handvat. De onderkant is redelijk glad en voorzien van een laag glazuur. Deze strijkbouten werden naast een open vuur verwarmd. Ze hebben wel één groot nadeel: als ze op de grond vallen, betekent dit steevast hun einde.
In de vijftiende eeuw komen de eerste ijzeren en later ook koperen strijkijzers op de markt. Belangrijk voordeel is dat ze de warmte beter geleiden dan aardewerk. Bovendien zijn ze een stuk duurzamer.
In de zeventiende eeuw volgt de holle strijkbout die met kooltjes kon gevuld worden.
In de negentiende eeuw wordt het gebruikelijk om het strijkijzer op het fornuis op te warmen. Er werd toen ook geëxperimenteerd met ingebouwde warmtebronnen zoals een kolenvuurtje, gloeiende houtskool en een spiritusbrander. Het zijn geen successen. De rook en het roet van het kolenvuur maken niet alleen de schone was weer smerig, er ontstaan ook gemakkelijk schroeiplekken en de rook prikkelt bovendien de luchtwegen. De strijkijzers met ingebouwde spiritusbrander en een brandstoftankje aan de achterkant zijn zelfs explosief en vormen een ernstig veiligheidsrisico.
De Amerikaan Henry W. Seely ontwikkelde in 1882 het elektrische strijkijzer. Die zijn vanwege het ontbreken van isolatie en gebrekkige stekkeraansluitingen aanvankelijk ook niet echt veilig. Vrouwen hadden in die tijd naast hun strijkplank vaak een bak met water staan waarin ze hun handen dompelden om vervolgens via een slaande beweging hun was te bevochtigen. Dat leidde niet zelden tot kortsluiting.
In 1926 introduceerde de stomerij Eldec in New York het eerste stoomstrijkijzer voor thuisgebruik. Niet alleen warmte is namelijk belangrijk voor het gladstrijken en persen van textiele vezels. Het effect wordt vergroot als het strijkgoed nog enigszins vochtig is, zo wisten de vrouwen in vroeger eeuwen reeds. „Stoom maakt de vezels soepel en vergroot het effect van het strijken en persen.”
Raar maar waar: daar heb ik ook nog mee gestreken. Maar dat kon alleen als de kachel brandde. Deze ijzers moesten namelijk eerst opwarmen op de kachel. Daarna kon je beginnen. Was je ijzer te koud geworden, dan nam je het andere en kon je verder werken.
Het was wel een heel gedoe. Het ijzer mocht niet te warm zijn anders kon je je kleren beschadigen. Maar het moest ook warm genoeg zijn anders kon je niet strijken. Dan zijn de huidige strijkijzers met warmteregeling toch heel wat eenvoudiger. Tja, onze grootmoeders en overgrootmoeders hadden het niet gemakkelijk.
Wist je dit?
Het strijken van wasgoed maakt niet alleen het textiel mooi, het bevordert ook de hygiëne doordat bacteriën door de hitte gedood worden. Daarom is het ook zeer zinvol om zakdoeken, theedoeken en handdoeken te strijken.
Een beetje geschiedenis:
Ten tijde van de Noormannen, zo'n 1000 jaar geleden, waren het de mannen die hun wollen kledij streken. Deze woeste krijgers stelden er, ondanks hun ruige levensstijl, toch prijs op dat hun wollen kleding glad en waterafstotend is. Met strijkglazen ter grootte van een tennisbal wreven de Vikingen hun lange tunieken glad. Daarbij gebruiken ze bijenwas. Door de wrijving werd de was warm en werd ze beter in de kleding opgenomen. De vettige oppervlakte heeft een waterafstotend effect.
In de latere Middeleeuwen volgen strijkbouten van aardewerk. Ze hebben reeds de vorm van de huidige strijkijzers en zijn voorzien van een handvat. De onderkant is redelijk glad en voorzien van een laag glazuur. Deze strijkbouten werden naast een open vuur verwarmd. Ze hebben wel één groot nadeel: als ze op de grond vallen, betekent dit steevast hun einde.
In de vijftiende eeuw komen de eerste ijzeren en later ook koperen strijkijzers op de markt. Belangrijk voordeel is dat ze de warmte beter geleiden dan aardewerk. Bovendien zijn ze een stuk duurzamer.
In de zeventiende eeuw volgt de holle strijkbout die met kooltjes kon gevuld worden.In de negentiende eeuw wordt het gebruikelijk om het strijkijzer op het fornuis op te warmen. Er werd toen ook geëxperimenteerd met ingebouwde warmtebronnen zoals een kolenvuurtje, gloeiende houtskool en een spiritusbrander. Het zijn geen successen. De rook en het roet van het kolenvuur maken niet alleen de schone was weer smerig, er ontstaan ook gemakkelijk schroeiplekken en de rook prikkelt bovendien de luchtwegen. De strijkijzers met ingebouwde spiritusbrander en een brandstoftankje aan de achterkant zijn zelfs explosief en vormen een ernstig veiligheidsrisico.
De Amerikaan Henry W. Seely ontwikkelde in 1882 het elektrische strijkijzer. Die zijn vanwege het ontbreken van isolatie en gebrekkige stekkeraansluitingen aanvankelijk ook niet echt veilig. Vrouwen hadden in die tijd naast hun strijkplank vaak een bak met water staan waarin ze hun handen dompelden om vervolgens via een slaande beweging hun was te bevochtigen. Dat leidde niet zelden tot kortsluiting.
In 1926 introduceerde de stomerij Eldec in New York het eerste stoomstrijkijzer voor thuisgebruik. Niet alleen warmte is namelijk belangrijk voor het gladstrijken en persen van textiele vezels. Het effect wordt vergroot als het strijkgoed nog enigszins vochtig is, zo wisten de vrouwen in vroeger eeuwen reeds. „Stoom maakt de vezels soepel en vergroot het effect van het strijken en persen.”
Abonneren op:
Posts (Atom)









