maandag 16 december 2013

Rantsoenering

Al sinds het begin der tijden voeren we oorlog. En toch kunnen we blijkbaar niet in vrede samen leven. Enkele heethoofden zetten de boel op stelten en de rest van de bevolking krijgt de rekening gepresenteerd.

Tegenwoordig hoor en zie je veel over de oorlog in Syrië. Je zou denken dat de mensen hun les wel geleerd hebben uit die beide wereldoorlogen. Niks is minder waar. Misschien komt het doordat de huidige oorlogvoerende generatie weinig of niets weet over die 2 verschrikkelijke oorlogen uit de eerste helft van de 20e eeuw.

Dat brengt me opnieuw bij hoe mijn vader de oorlog heeft ervaren. Zijn verhaal gaat verder:

Alles was gerantsoeneerd en iedereen had te kort aan alles.
Als kind speelden we veel buiten, langs de vaart en in de ruïnes van de huizen. Op onze beurt speelden wij "soldaatje".
Een vriend was een oude stoker op de stoomtreinen en kende dus zijn weg rond de sporen. Hij had een groentetuintje aangelegd langs de spoorweg (= verboden toegang voor onbevoegden"). Hij wist dat een eindje voorbij zijn tuintje een plaats was waar vroeger de locomotieven werden gekuist en dat daar veel "cokes" lagen. Hij zorgde ervoor dat wij die konden gaan verzamelen. Het duurde echter niet lang of heel wat mensen vonden de weg naar de cokes. Met als resultaat dat iedereen werd weggejaagd.
Door de cokes te mengen met "slam", een soort slijmerig afval van de koolmijnen (te koop met zegeltjes), en wat klei maakten we briketten en droogden die in de zon. Zo hadden we goedkope brandstof.
In die tijd reed er nog een stoomtram vanuit de Westhoek Ieper binnen. In het najaar passeerden ganse slierten wagons volgeladen met suikerbieten. In de bocht vielen er altijd wel een paar af. Soms hielpen wij daarbij door met een stok de bieten eraf te stoten.
Moeder maakte van die bieten siroop. De schillen van de bieten waren voor de konijnen.
Gans de oorlog hebben wij konijnen gekweekt. We zetten ze in een park in het gras langs de vaart. Dat gras was echter verhuurd aan een herder. Wanneer die op komst was met zijn schapen moesten wij vluchten met de konijnen.
De mensen deden vanalles om rond te komen zonder grote honger en kou.

maandag 9 december 2013

Op de vlucht

Je leest, ziet en hoort zoveel over mensen die hun memoires schrijven, waarvan het levensverhaal op schrift wordt gezet, enz.
Ook mijn ouders hebben de oorlog heel bewust meegemaakt, ook zij hebben hun kleine en/of grote verhalen, anekdotes, ervaringen.
Nog een zoveelste boek op de markt? Nee, dat zie ik niet zitten. Dus integreer ik het in mijn blog. Zo gaat alles ook niet verloren en kan het door iedereen (gratis) gelezen worden.

Laat ons beginnen met de vlucht. Nee, niet naar Egypte maar naar het platteland. Ieper lag onder vuur. Hevige bombardementen en gevechten maakten de stad tot een zeer onveilig oord. Menige familie vluchtte weg uit de stad in een poging om toch hun leven en dat van hun naasten te redden. Zo ook mijn grootouders met hun 4 tieners.

Zo heeft mijn vader het ervaren:
Het gierende geluid van de bommen en de ontploffing ervan was zeer angstaanjagend. We hadden enkele nachten in onze kelder geslapen. Soms daverde de grond van de ontploffingen.
Toen een bom viel op 2 huizen van ons besliste vader om een onderkomen te zoeken in het hommelmagazijn. Dat magazijn bestond uit 3 verdiepingen van gewapend beton. Het zat reeds vol met vluchtelingen maar toch vonden we nog een plaatsje om neer te zitten op de grond. We waren nog maar net ter plaatse toen er een nieuwe luchtaanval was. Het gebouw waar wij zaten werd gebombardeerd. Ik heb toen mijn eerste gekwetste zien wegdragen.
In onze buurt waren er 7 huizen getroffen door de bommen.
Daarop besloten vader en moeder te vertrekken, het was niet meer om uit te houden. Wij vluchtten tot bij nonkel Hector die op een klein boerderijtje woonde. Zij hadden echter geen plaats meer, maar we mochten toch in de koestal overnachten op stro.
's Nachts zagen wij in de lucht en op de velden allerhande lichtjes branden.
Naast nonkel Hector woonde nonkel Henri. In zijn boomgaard stond een kanon en liepen er soldaten rond (vermoedelijk Engelse).
Vader wilde daar niet blijven en moeder stelde voor om naar Elverdinge te gaan. Daar woonde een oude schoolvriendin van haar op een boerderij.
We volgden de landelijke wegen. Het was snikheet. Onderweg zagen we de Stuka's (= Duitse vliegtuigen) duiken en Poperinge bombarderen. Daar zijn toen veel doden en gekwetsten gevallen.
Aangekomen op de boerderij vertelde Alice (= de vriendin van moeder) dat er 90 vluchtelingen op de hoeve verbleven. Voor ons werd in het woongedeelte plaats gemaakt en wij sliepen zelfs in een bed.
Na een paar dagen waren de Duitse soldaten daar. Zij vroegen enkel of er "Tommy's" (= bijnaam voor de Britten) waren. Maar er waren geen soldaten.
Onze Albert kon Duits en informeerde naar de toestand in Ieper en wanneer we terug konden gaan. Terugkeren was geen probleem. Dus ... hop ... te voet naar huis ...
Aangekomen zagen wij dat de poort open stond. De koer lag vol vuil en een kleine militaire uitrusting. Binnen was in de woonplaats de grote tafel gedekt. De kapotte glazen en lege flessen lagen op de grond. In de keuken lag een aangebrande pannenkoek in de pan op de stoof. In de voorste kamer stonden 4 handgranaten op de schouw. Vader heeft ze alle vier in de vaart gegooid.
Ons huis was licht beschadigd: ruiten stuk, raam kapot, enkele pannen van het dak. Vader had direct werk.

Nog even ter info: het huis was (en is nog altijd) gelegen langs de vaart in de nabijheid van het station van Ieper. Soldaten konden vandaaruit het station en de overweg in de gaten houden.

zondag 1 december 2013

Kant

Kant is heel oud en is waarschijnlijk ontstaan in de 15e eeuw. Destijds kwamen veel Venetiaanse schilders naar Vlaanderen en gingen Vlaamse kunstenaars naar Venetië zodat we eigenlijk niet weten waar kant is ontstaan, in Vlaanderen of in Venetië. Getuigen zijn de vele schilderijen waar kanten kragen en boorden op te bewonderen zijn.

Kant wordt vooral gemaakt van linnen of katoen, maar ook zijde, zilverdraad en gouddraad werden gebruikt. Door de eeuwen heen ontstonden veel variaties en soorten. Zo ontwikkelde elke streek zijn eigen patronen.

De bekendste soort is wellicht de kloskant. Vooral in Brugge kan je veel winkeltjes vinden waar kloskant te koop wordt aangeboden. Maar ook Brussel en Gent hebben hun winkeltjes voor de toeristen.

Kant is en was zeer kostbaar en was daarom in het verleden alleen bereikbaar voor de zeer rijken. Het werd gebruikt voor kragen en manchetten, langs zomen van jurken, in doopjurken, enz.
Om kant in kragen te verwerken werd het verstevigd met stijfsel.

Armere mensen hebben steeds geprobeerd om de rijken te imiteren. En echte kloskant konden ze zich niet veroorloven. Daarom werden kunstwerkjes gemaakt met haakpen en breinaald.

En als tiener zag ik mijn moeder vaak kunstwerkjes maken met de haakpen. Zo kreeg ook ik de smaak te pakken. Het vraagt wel wat tijd om zo'n werkje te maken, maar ik vind het leuk. Verstevigen mag maar is niet noodzakelijk.
Misschien maak ik wel een heleboel mini-kantwerkjes in de vorm van sneeuwkristallen. Dan nog verstevigen met stijfsel en ik heb een originele versiering voor de kerstboom. Voor dit jaar zal het niet meer lukken (tijd te kort), maar voor volgend jaar ... tijd genoeg.
Nu alleen nog een gepast telpatroontje zoeken en haken. Net iets voor deze donkere wintermaanden.

Ook breikant is leuk, al is het wel een stuk moeilijker om te maken. Breikant moet wel verstevigd worden anders is het patroon niet zo duidelijk en oogt het absoluut niet mooi.





zondag 17 november 2013

Grootvaders klok

Eigenlijk is de titel een beetje misleidend. De klok is niet van mijn grootvader. Mijn vader heeft die gekocht van iemand die ze is gaan halen in Engeland.

En samen met de notitie op de klok zelf is dat eigenlijk alles wat ik ervan weet. Op het internet heb ik ook niets gevonden en dat maakt mij nu net nieuwsgierig.

De klok zou gemaakt zijn in het stadje Oswestry door een zekere Robert Salter. Vermoedelijk begin 20e eeuw.

Volgens Wikipedia is Oswestry de derde grootste stad in het Engelse graafschap Shropshire. Osewestry is gelegen op de grens tussen Engeland en Wales.
Dus wie dit leest en meer info heeft ... ik hoor, of liever lees, het graag.



zondag 3 november 2013

Den Grooten Oorlog

Straks is het 100 jaar geleden dat WOI begon. Overal zullen we eraan herinnerd worden. En terecht vind ik. Al is er altijd wel ergens op de wereld een conflict/oorlog. Toch hoop ik dat er eindelijk een eind komt aan die gruwel. Hoewel er genoeg redenen zijn om daaraan te twijfelen ... leve het mensDOM ...

Gisterennamiddag speelden ze "Passchendaele" op TV. Een film over WOI, meer bepaald over de slag bij Passendale. Gezien ik niet de gewoonte heb om in de namiddag naar een film te kijken, heb ik hem opgenomen. 's Avonds heb ik met veel interesse gekeken, want ook mijn grootvader heeft meegevochten. Al was het niet in Passendale, maar in Merkem, meer bepaald aan het kruispunt De Kippe.

Ik heb mijn vader altijd horen vertellen:
Zijn vader was blind geworden tijdens een gasaanval. Hij heeft zelfs een decoratie ontvangen uit handen van koningin Elisabeth. Hij heeft haar dus wel gehoord, maar nooit gezien. Gelukkig was zijn blindheid maar tijdelijk. Al heeft hij er wel zwakke longen aan over gehouden.

Mijn grootvader was geniesoldaat. Zijn taak bestond erin om de prikkeldraad langs de loopgraven te herstellen. Dit deed hij ook tijdens het eindoffensief van september 1918. Terwijl ze aan het werk waren zagen ze het gas komen ... vlug sprongen ze in een obusput (= krater die overbleef na een bominslag) ... maar ... het gas volgde hen de put in ...
Hij was gedurende 6 weken blind en kreeg nog een herstelperiode van 3 weken ...
In totaal ontving hij 4 frontstrepen (1 frontstreep staat gelijk aan 6 maanden aan het front).

Volgens het doktersverslag dat ik tussen oude papieren vond, werd mijn grootvader verrast door het gas tijdens nachtelijke werken op 16.09.1918. Deze werken werden uitgevoerd in voorbereiding van het offensief van 28.09.1918. Hij ontving het "Croix de Guerre".  Hij was toen 18 maanden aan het front.

Tijdens het zoeken naar info over "De Kippe" vond ik het mailadres van Adjudant Xavier Van Tilborg (xavier.vantilborg@mil.be) waar ik eventueel meer kon te weten komen over mijn grootvader. Gezien mijn grootvader geboren werd voor 1889, moest ik mijn vraag richten aan het Koninklijk Legermuseum (cdoc.klm-mra@klm-mra.be). De mailadressen heb ik bijgevoegd voor wie ook meer info wil over familieleden die meevochten in WOI.

WOI op tv:
Dit voorjaar kon je al kijken naar "Ten oorlog". Een reeks reportages waarin Arnout Houben te voet langs de Europese frontlijn van WOI trekt, van Nieuwpoort tot in Gallipoli (Turkije).
Vanaf 12 januari 2014 kan je op één kijken naar de 10-delige serie "In Vlaamse velden". Deze serie vertelt het verhaal van een Vlaams gezin dat probeert te overleven in de eerste wereldoorlog. De opnamen gebeurden deels op de uitgestrekte site van de vroegere suikerfabriek van Veurne. Op de terreinen werd zo waarheidsgetrouw mogelijk een slagveld met loopgraven uit '14-'18 nagebouwd. Je kon deze site in augustus bezoeken. Ik heb er geen idee van of je dat nu nog kan want er bestaan plannen om de site beetje bij beetje te verbouwen tot een combinatie van bedrijventerreinen, woningen en recreatiemogelijkheden.
Op www.invlaamsevelden.be kan je meer info vinden over de serie.

maandag 7 oktober 2013

Zin en onzin van zout

Zout speelt een belangrijke rol in de stofwisseling van mens, dier en plant. Zout is dus van levensbelang.

Zout kan op 3 manieren gewonnen worden:
- naar boven gehaald uit mijnen zoals in het Alpengebied.
- uit zeewater gewonnen door het zeewater in ondiepe bekkens te laten verdampen zoals langs de kust van Bretagnië (Frankrijk).
- uit een zoutbron door het natuurlijke pekel te koken en zodoende het water te laten verdampen.

Zout als conserveringsmiddel:
Zout werd niet alleen gebruikt om eten te kruiden of de smaak te verbeteren, zout werd/wordt vooral gebruikt om levensmiddelen langer houdbaar te maken.
Zout onttrekt water aan alle organische stoffen. Dat geldt ook voor bacteriën. M.a.w. zout doodt bacteriën zodat levensmiddelen langer houdbaar bleven/blijven.
Zo werd gedurende verschillende eeuwen vooral vlees en vis bewaard in stenen potten tussen lagen zout. Voor het bereiden moeten deze goed afgespoeld worden omdat teveel zout het menselijk lichaam kan verstoren.
Zout werd ook gebruikt voor het looien van dierenhuiden en het glazuren van aardewerk.
Vandaag verwerkt de chemische industrie ongeveer 90% van het gewonnen zout als grondstof voor een groot aantal kunststoffen.

Zout in de voeding:
De dagelijkse behoefte aan zout (NaCl) bedraagt slechts 2 gram en de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) raadt aan om niet meer dan 6 gram zout per dag in te nemen. Dat is veel minder dan wat we dagdagelijks gebruiken.
20% van de zoutconsumptie is afkomstig van zout dat we zelf toevoegen tijdens de bereiding van een maaltijd of aan tafel.
80% is zout dat aan voedingsmiddelen wordt toegevoegd als smaak- en bewaarmiddel.
En dat terwijl de negatieve gevolgen van overdadig zoutgebruik zo overduidelijk zijn aangetoond: het verhoogt het risico op hypertensie (= hoge bloeddruk), hart- en vaatziekten en beroerte. Maar het is ook een risicofactor voor nierstenen, botontkalking, maagkanker en overgewicht.

Slimme tips:
- water: Vermijd gezouten waters zoals Vichy, Appolinaris en Schweppes Soda.
- graanproducten: Brood is een belangrijke bron van zout. Maar ook beschuiten, sandwiches, toast, pistolets, ontbijtkoeken, ontbijtgranen bevatten een aanzienlijke hoeveelheid zout. Gelukkig zijn van de meeste van deze producten ook zoutarme varianten op de markt.
- aardappelen, pasta en rijst bevatten van nature weinig zout. Alle verwerkte vormen zoals aardappelkroketten en -puree bevatten wel toegevoegd zout.
- groenten: verse of onbereide diepgevroren groenten leveren geen problemen. Groenten in blik of glas en bereide diepgevroren groenten bevatten wel flink wat zout.
- fruit: zowel vers als in blik bevatten weinig of geen zout.
- vlees en vis: bevatten van nature weinig zout. Alle bereide vleeswater en vleesbereidingen bevatten daarentegen een flinke hoeveelheid zout. Hetzelfde geldt voor vis.
- schaal- en schelpdieren: bevatten van nature meer zout.
- melkproducten: bevatten van nature zout, maar een halve liter melk per dag levert geen problemen op. Opgelet: gewone kazen en smeerkazen bevatten veel zout!
- eieren: bevatten van nature zout. Maar 2 tot 3 eieren per week is oké. Opgelet: ook in bereidingen kunnen eieren zitten.
- voeg bij de bereiding of aan tafel geen zout toe. Gebruik andere smaakmakers zoals verse kruiden  (bieslook, dille, kervel, peterselie, ...) of specerijen (nootmuskaat, peper, kruidnagel, laurierblad, ...)
- ook aromakruiden, selderijzout en zeezout bevatten evenveel natrium als keukenzout en zijn dus te vermijden.

Vermijd vooral:
- kant- en klare maaltijden.
- paneermeel
- hartige snacks zoals chips,olijven, gezouten noten, aperitiefkoekjes, enz.
- mosterd, ketchup, pickles, sojasaus, worcestersaus.
- Feta, Roquefort, Bleu.
- kruidenmixen zoals spaghettikruiden, BBQkruiden, enz.

Maar zout kan ook mooi zijn:
Zo zorgen de zoutkristallampen met hun rood- of geelachtige kleur overal in de woning voor een aangename sfeer. Deze lampen bestaan uit een zoutsteen met binnenin een brandende lamp of een theelichtje. Deze zoutsteen stamt uit de vroegste tijden van de aarde. De oerzee die toen het aardoppervlak bedekte, bevatte al zout. Op vlakke plaatsen waar het water onder invloed van de zon verdampte, bleven kleine korrels zoutkristallen achter. In de loop der tijden kwam er stof op deze afzettingen en door aardverschuivingen kwamen ze nog dieper te liggen. Deze zoutafzettingen kunnen dus zo'n 250 miljoen jaar oud zijn.
"Deze zoutkristallampen hebben een ioniseringseffect. Deze kristallen geven negatieve ionen af die onze binnenlucht in harmonie brengt. Onze lucht bevat namelijk teveel positieve ionen door de afgifte van zuurstof, stikstof, elektrische apparaten, enz." Dit heb ik gevonden in een foldertje. Geen idee of het waar is of niet. Maar ik hou wel van dat warme licht dat die lamp uitstraalt.

Sprookje:
Dat zout belangrijk was, wordt ook bewezen door een sprookje. Na enige zoeken in mijn bibliotheek heb ik het teruggevonden.

Hoe de prinses haar vader liefhad.
Een koning had drie dochters en zij waren hem allen even lief. Op zekere dag wilde hij wel eens weten hoe groot hun liefde voor hem was en vroeg:
"Vertel me eens, hoeveel je van me houdt."
De oudste prinses zei:
"Ik hou net zoveel van u als de zon van de aarde."
De middelste prinses zei:
"Ik hou net zoveel  van u als van het licht in mijn ogen."
En de jongste prinses zei:
"Ik hou net zoveel van u als van het zout."
De koning was tevreden over de antwoorden van zijn oudste en van zijn tweede dochter, maar wat de jongste had gezegd, zinde hem niet. Hij werd heel boos en stuurde haar weg.
's Avonds gaf de koning een feestmaal. In de keuken van het paleis was men druk bezig met de voorbereidingen. Toen de kok op zeker ogenblik opkeek, stond er een jonge page voor hem.
"Ken je me nog?" vroeg de page. "Ik ben de weggejaagde prinses."
De kok had altijd een zwak gehad voor de jongste dochter van de koning en vroeg of hij iets voor haar kon doen.
"Zou je alles zonder zout willen klaarmaken?" vroeg de prinses
De kok begreep er niets van maar deed toch wat ze vroeg.
Toen de koning van de maaltijden at, vond hij die echt niet lekker. Dus riep hij de kok.
Maar in plaats van de kok verscheen de jongste prinses.
"Het is mijn schuld, vader", zei ze. "Ik wilde u bewijzen dat het zout onmisbaarder is dan de zon en het licht van de ogen."
De koning zag in dat hij haar onrechtvaardig had behandeld. Hij kwam van zijn troon en omarmde haar.

zondag 15 september 2013

Stoepekapel

De kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Stoepe is een bedevaartsoord, ontstaan rond een miraculeus Mariabeeld uit de 15e eeuw.
Miraculeus omdat het beeldje bij zijn overplaatsing naar de kerk van Ertvelde tot 3 maal werd teruggevonden op dezelfde plaats waar het oorspronkelijk werd vereerd. Zegt de legende ...





De oudste vermelding van een kapel gaat terug tot 1457. Voordien zou er een boomkapelletje geweest zijn waar Onze Lieve Vrouw vereerd werd.
Door te bidden bij het Mariabeeld zou een jongeman op miraculeuze wijze zijn stem hebben teruggekregen. Zegt de legende ...

In 1613 werd de nieuwe kapel ingewijd.
Het kapelletje werd in de loop der jaren een aantal keren verwoest en weer opgebouwd.

De grote kapel, beschermd sinds 1994, heeft iets devoot, sereen en rustgevend. De traditionele kerkstoelen bieden plaats aan 250 tot 300 bedevaarders. Het mooie interieur  gaat grotendeels terug tot de 18e eeuw.

Het orgel uit 1857 is toegeschreven aan P.C. Van Peteghem. In 1961 werd het grondig gerestaureerd en sinds 1980 is het beschermd als monument.








De 15 ommegangkapelletjes werden in 1731 geschonken door landbouwer Johannes B. Van Kerckvoorde. Hij werd langzaam blind en kreeg op miraculeuze wijze het zicht terug. Uit dankbaarheid liet hij  deze ommegangkapelletjes bouwen met uitbeeldingen van de mysteriën van Onze Lieve Vrouw.


Het geheel is niet zo uitgestrekt en ligt volledig weggestoken tussen het groen. Maar er hangt een sfeer die rust en sereniteit uitstraalt. Je voelt als het ware de devotie van al die eeuwen dat bedevaarders hier kwamen en nog komen bidden.

De jaarlijkse Stoepdagen gaan door van 8 september, dag van O.L.Vrouw Geboorte, tot 16 september.
(info gevonden op www.dekenaat-evergem.be)

maandag 29 juli 2013

Herinneringen

Vorige week ging ik op stap in Kortrijk. Wel te verstaan op een dag dat de temperaturen minder hoog waren.
Het was niet de bedoeling om de shoppen, maar om te zien of ik de stad van mijn jeugd nog een beetje zou herkennen.
Er is veel veranderd en met de wagen is het niet meer zo vanzelfsprekend om rond te rijden. Te voet ontdek je wel veel nieuwe pleintjes en doorgangen. Eerlijk gezegd: ik vind dat de stad erop is vooruit gegaan.
Het oude begijnhof heeft nog niets van zijn charme verloren. En ook het Baggaertshof is nog altijd een oase van rust.
Joossine, Catharina en Wilhelmina Baggaert, dochters van een welgestelde koopman, wilden iets doen voor arme vrouwen. In 1638 konden ze een domein kopen en lieten er 12 huisjes, een portierswoning en een kapel bouwen. De inwoonsters, weduwen en 'jonge dochters' die moeite hadden om rond te komen en een eerbaar spiritueel leven wilden leiden, verdienden de kost door huisarbeid te verrichten en het onderhouden van een eigen stukje tuin.
Deze aparte tuintjes werden in de loop der eeuwen samengevoegd tot een gemeenschappelijke kruidentuin.
Tegenwoordig bevat de tuin een 200-tal kruidensoorten.
Neem even een kleine pauze in het kapelletje O.L.V. Ter Olmen. Het is zo'n typisch klein kapelletje vol beelden, beeldjes en dankbetuigingen.




Daarna ging ik op zoek naar het Budapark. Daar wou ik een pauze nemen aan de rand van de Leie.









Onderweg, in de Budastraat, zag ik een gevel die mij bekend voorkwam:
het O.L.Vrouwhospitaal.
Een blik door de poort bracht de herinnering terug.
Hier werd ik vroeger, heel veel vroeger, door mijn vader in allerijl binnen gebracht met een grote snijwonde over mijn rechter enkel.
Gek, het is ondertussen al zeker 40 jaar geleden en toch blijft dat beeld je bij.
Hoe je in de auto zit met je handen vastgeklemd onder je knieën om het bloeden te verminderen.
Hoe ze je op een rolbed leggen en zeggen dat je je been nu wel kunt loslaten. "Nu zullen wij daar wel voor zorgen"
Hoe je 's nachts wakker wordt in een kinderbedje met hoge spijlen want er waren geen andere bedden beschikbaar.
Het litteken heb ik nog altijd en bij het kiezen van laarzen moet ik er nog altijd rekening mee houden.

zondag 21 juli 2013

Belofte maakt schuld ...

Mijn zoon heeft een hobby, een speciale hobby. Hij gaat larpen ... Jawel, LARP of Live Acting Role Play.
Enkele jaren terug, toen hij zijn karakter ontwierp, heb ik voor hem een kazuifel gemaakt met zijn eigen wapenschild erop.
Deze zomer, binnen enkele weken dus, wil hij deelnemen aan een reuze evenement in Duitsland: Conquest of Mythodea.
Waar ze normaal met een man of 40 zijn (figuranten en spelers), zijn ze ginder met zo'n 5.000 mensen ...
Waar het normaal een weekend duurt (van vrijdagavond tot zaterdagnacht), duurt het nu 4 dagen (van woensdag tot en met zaterdag).
Hij wou er naar toe met enkele vrienden. Samen zouden ze een groepje vormen. Dus moet hij meer dan die kazuifels hebben en natuurlijk ook een vlag.

Deze winter vroeg hij mij of ik het zag zitten om die te maken. Natuurlijk zag ik dat wel zitten. Alleen kwam er altijd wel iets tussen ... maar belofte maakt schuld ...

Nu is alles klaar en hij is tevreden met het resultaat. Dus ben ik ook tevreden.


zondag 7 juli 2013

Kapelletjes groot en klein


Waar je ook gaat langs Vlaamse wegen,
overal kom je kapelletjes tegen.
Op Evergem zijn ze zo ook heel wat.

Eindelijk hebben we eens mooi zomerweer. In de late namiddag ben ik een toertje gaan fietsen en mijn fototoestel ging mee. Want op veel plaatsen staan van die mooie (en minder mooie) kapelletjes en ik heb besloten om ze eens te fotograferen en ze een plaatsje te geven op mij blog.

07.08.2016: wat mij tijdens mijn fietstochtjes opvalt is het feit dat enkele van de kapelletjes ondertussen leeg staan en totaal verwaarloosd worden. Jammer.
in het kerkhof van Evergem
Droogte 167

Hoogstraat naast nr. 39

Kluizendorpstraat

naast de kerk van O.L.V. Ten Troost in Wippelgem

Doornzele Dries tussen nr. 9 en 11

Doornzele Dries nr. 117

Doornzele Dries tussen nr. 162 en 164

Doornzele Dries in de gevel van nr. 72

Doornzele Dries nr. 54

Doornzele Dries tussen nr. 28 en 30

Doornzele Dries ter hoogte van nr. 4

Doornzele Dries tegenover nr. 4

Burggravenlaan ter hoogte van nr.5

naast Sint-Christoffelkerk (Evergem centrum)

hoek Langerbrugsestraat - Burggravenlaan
















hoek Schoonstraat - Kromvelde

Kromvelde - ter hoogte van nr. 8
Kromvelde - ter hoogte van nr. 25

Hofbilkstraat - voor het kerkhof
hoek Droogte - Elslo
































































































hoek Wellingstraat - Veldhoek
























Zwaantje















Sleidinge Dorp tussen nr. 114 en 116



















Hooiwege tussen nr. 24 en 26































maandag 24 juni 2013

Canisvliet

Enkele weken geleden maakte ik met vrienden een wandeling door het natuurgebied Canisvliet.


Dit poldergebied ligt in Nederland op het grondgebied van de gemeente Terneuzen. Je kunt het heel gemakkelijk bereiken via Zelzate want het leunt er bij aan. Het behoort bij Westdorpe, net voor Sas van Gent. Het totale gebied is 120 ha groot en bestaat voor een groot deel uit de Canisvlietse Kreek.


Gelukkig hadden we onze "privé-gids". Hij kon ons wegwijs maken in al die verschillende planten en vogels. Het koppeltje futen op het water voelde zich niet bedreigd en ging rustig verder met de maaltijd. In de verte konden we zelfs een koekoek horen.



De paden zijn over het algemeen zeer goed begaanbaar.
Voor alle zekerheid had ik mijn laarzen aangetrokken en op sommige plaatsen was dat geen overbodige luxe.


Uitgebreide informatie kan je vinden op http://www.bivakzone.be/canisvliet.html


zondag 16 juni 2013

Naar Blois

Het is er dus toch van gekomen. Nu zijn we zonder problemen in Blois geraakt. Op naar de kastelen en hun tuinen.

Dinsdag:
Vroeg uit de veren om rond 5u30 te vertrekken. Eerst nog even tanken, dan een vriendin ophalen en daarna eindelijk op weg naar de kastelen van de Loire.
We ondervonden weinig of geen problemen rond Rijsel. Het verkeer was er iets drukker, maar toch ging alles nog vlot.
Daarna konden we herinneringen ophalen. Weet je nog: ... hier konden we uren het landschap bewonderen ... al was er toen weinig variatie: sneeuw, auto's, sneeuw, vrachtwagens, sneeuw, ...
Gelukkig ging het nu een heel stuk vlotter.
We hadden besloten om op de heenreis zoveel mogelijk de péage te vermijden. Dus namen we afrit 16 richting Arras.
En opnieuw: weet je nog: hier stond een vrachtwagen dwars op de weg ... hopen  sneeuw op en langs de weg ... gelukkig hadden we die sneeuwruimer en zijn we dus toch nog veilig in Arras geraakt.

Daarna richting Amiens. Het was ondertussen al 9u en dus tijd voor een eerste pauze.
In Amiens zijn we gewoon ergens gestopt waar we een parkeerplaats vonden. Een honderdtal meter verder vonden we een cafeetje met een vriendelijke Zaïrees achter de bar. Jawel, ik ben wel zeker dat hij uit Zaïre kwam want op de toiletdeur ging een kaart van Afrika met de Zaïrese vlag (of is het ondertussen alweer Congo? Je zou het op den duur niet meer weten). Zijn koffie was echt lekker. Het was één van de weinige lekkere koffies die ik gedurende deze uitstap heb gedronken.

Bezoek aan Rouen:
Gezien mijn grootouders gehuwd zijn in Rouen, wou ik hier zeker even stoppen om kennis te maken met deze stad. Rond 12u45 konden we de auto parkeren in de parkeergarage aan de Place de la Pucelle. Zo bevonden we ons onmiddellijk in het hartje van het oude Rouen en konden we onmiddellijk genieten van deze prachtige stad. We hebben er zo'n 2 uur in rondgewandeld. Jammer genoeg begon het na de middag te regenen.
Zeker het bezoeken waard:
Hôtel Bourgtheroulde - Place de la Pucelle:
Dit hôtel (of herenwoning) werd in de 15de eeuw gebouwd door Guillaume II le Roux. Het is ook nu een hotel in de huidige betekenis. Het met fijn beeldhouwwerk versierde binnenpleintje kan je dus rustig bekijken.
Eglise Sainte-Jeanne d'Arc - Place du Vieux Marché:
Dit is een wel heel ongewone kerk die midden op het pleintje gebouwd werd.
Binnen kan je de mooie glasramen bewonderen die dateren uit de periode 1520-1530 en afkomstig zijn uit de voormalige kerk Saint Vincent.
Op de plaats waar Jeanne d'Arc op 30 mei 1432 verbrand werd staat nu een enorm kruis.
Een kleine overdekte markt leunt aan tegen de kerk. Daar kan je ook een klok zien. die hangt dus niet in een klokkentoren, maar op straatniveau.
Le Gros Horloge - Rue du Gros Horloge:
Dit is één van de eerste klokken van de stad en bevat één van de oudste mechanismen van Europa. Deze klok geeft niet alleen de tijd aan, maar ook de weken en de schijngestalten van de maan.
Parlement de Normandie - Rue aux Juifs:
Het originele gebouw dateert van de 16e eeuw en deed dienst als gerechtsgebouw en als parlement. Het huidige justitiepaleis werd bijna volledig herbouwd na WO II. Het gebouw zelf kan je niet bezoeken, maar de gevel is zeker het bewonderen waard.
Cathedrale Notre-Dame - Place de la Cathédrale:
De bouw werd gestart in de 12e eeuw en zoals bij alle grote kerken en kathedralen verliep de bouw over verschillende eeuwen. Neem de tijd om deze kathedraal uitgebreid te bezoeken, ze is het zeker waard.
Blikvangers zijn vooral de glas-in-lood ramen en de uitzonderlijke grafmonumenten.
Rue Saint-Romain:
Dit smalle straatje naast de kathedraal staat vol vakwerkhuisjes uit de 15e tot 18e eeuw. In het Frans heet dat: une maison à colombages. Ik vind dat een heel stuk mooier en kleurrijker klinken dan vakwerkhuis. Maar dat is natuurlijk mijn persoonlijke mening.
Saint-Romain leefde in de 7de eeuw in Rouen. Volgens de legende besloot hij om een watermonster die de oevers van de Seine onveilig maakte te temmen. Hij vroeg een vrijwilliger en kreeg alleen een ter dood veroordeelde. Hij slaagde erin om het monster in het centrum van Rouen te brengen met alleen een touw rond zijn nek. De ter dood veroordeelde kreeg gratie van de koning. Sindsdien kreeg de bisschop van Rouen het privilege om één ter dood veroordeeld per jaar gratie te verlenen.
Voor de familieleden: in deze straat had mijn vaders "nonkel Marcel en tante Albertine" hun bakkerij.
Aître Saint-Maclou - 186, Rue Martainville:
Het is een prachtige binnenhof met allemaal vakwerkhuisjes maar met een luguber verleden.
Dit binnenhof was in de 14e eeuw een begraafplaats voor slachtoffers van de Zwarte Pest.
In de 16e eeuw, na een nieuwe pestepidemie, wordt de begraafplaats te klein en beslist de parochie om de galerijen te verhogen teneinde de beenderen te kunnen opbergen.  Zo wordt de 1ste verdieping een echt "knekelhuis". Getuigen hiervan zijn de vele afbeeldingen van beenderen, kisten, pikhouwelen, enz.
Vanaf de 17e eeuw worden de gebouwen beetje bij beetje omgebouwd tot een school voor de armen. Nu is hier de Kunstschool gevestigd.
Luguber detail: als je op het pleintje komt zie je onmiddellijk rechts een kleine nis met een ruitje ervoor. Achter het vensterglas kan je de geschiedenis van het Aître even nalezen, althans wat er nog van het geschrift leesbaar is. Maar er zit ook een mummie van een kat ... Reden: In de 17e eeuw werd soms een zwarte kat levend ingemetseld om de bewoners te beschermen tegen de duivel. Bij de restauratiewerken in de jaren 1950 hebben ze deze mummie teruggevonden.

Voor we de reis verderzetten wou ik toch nog even een bezoekje brengen aan de kerk waar mijn grootouders gehuwd zijn: Saint-Sever.
Ook dit is een plaats met een rijke geschiedenis en bijhorende legende.
Sinds de dood van Saint-Sever, bisschop van Avranches, in 570 bevonden zijn resten of relieken zich in een kleine kapel. In 990 staat Richard I de overbrenging toe naar Rouen. De 2 priesters hielden halt in de parochiekerk van de buitenwijk Emendreville op de linkeroever van de Seine. Maar toen ze weer wilden vertrekken, konden ze de relieken niet meer van de grond tillen. Zo maakte Saint-Sever duidelijk dat hij daar wou blijven en werd Emendreville Saint-Sever.
Na meermaals te zijn verwoest en heropgebouwd (1144, 1417, 1562, 1591, 1601) werd de huidige kerk gebouwd tussen 1857 en 1860.
Ik vindt het best een mooie kerk met zijn combinatie van witte steen en baksteen.

Ondertussen was het al 15u geworden en dus dringend tijd om de reis verder te zetten. Tenslotte moesten we toch nog altijd ongeveer 230 km rijden en we hadden geen zin om de péage te nemen. Wat eigenlijk ook niet nodig was. De wegen waren helemaal niet druk en je kunt er genieten van het mooie landschap. Alleen rond de steden ging het niet zo vlot. Zo was het toch nog 20u voor we in het hotel aankwamen.

Woensdag:
Rond 10u zijn we vertrokken voor een bezoek aan Amboise.
Amboise, (Ambacia, latijn voor tussen 2 waters) is gelegen tussen de Loire en de Amasse. Door deze gunstige ligging werd hier al heel vroeg een versterkte burcht gebouwd.
Het was niet de bedoeling om het stadje zelf te bezoeken (al heb ik gehoord dat het zeker ook de moeite waard is) maar wel de kastelen. Jawel, in het meervoud. Je hebt niet alleen het kasteel van Amboise zelf, maar ook Clos Lucé waar Leonardo Da Vinci verbleef.

Al van ver konden we het kasteel van Amboise, het Château Royal, met zijn terrastuin bewonderen.
In 1491 besloot Karel VIII om het middeleeuwse fort om te bouwen tot een koninklijke residentie en om er samen met zijn echtgenote Anne de Bretagne zijn hofhouding te installeren. Het kasteel straalt die grandeur nog altijd uit.
Je kunt op eigen tempo alles rustig bekijken en de audiogids is hier zeker een aanrader. Maar na zo'n dikke 2 uur heb je alles wel gezien.
Vergeet ook het kleine kapelletje niet binnen te gaan. Je kan er even een blik werpen op het graf van Leonardo da Vinci. Oorspronkelijk werd hij begraven in de kloosterkerk Saint-Florentin die nu echter verdwenen is.

Dit kasteel is gelegen aan de Montée d'Emir Abd El Kader. Van deze emir zijn ook afbeeldingen te zien in het kasteel en achteraan in de tuin liggen moslims begraven.
Logische vraag: wie was deze emir?
Abd al-Kader was een Algerijns vrijheidsstrijder. Hij werd geboren in Muaskar op 6 september 1807 of 1808 en overleed in Damascus op 26 mei 1883.
In 1832 werd hij emir (= vorst) en begon een guerrilla tegen de Franse bezetter.
In 1842 zonden de Fransen meerdere militaire eenheden naar Algerije om de legers van Abd al-Kader te verslaan.
Op 21 december 1847 gaf Abd al-Kader zich over en werd hij naar Frankrijk gedeporteerd.
In november 1848 werd hij overgebracht naar het kasteel van Amboise.
In oktober 1852 werd hij vrijgelaten en leefde vervolgens in Istanbul, Broessa en Damascus. Hij wijdde zich vooral aan het schrijven van gedichten en filosofie.
Maar waarom werd dan een straat naar hem genoemd?
In juli 1860 brak een conflict uit in het gebergte van Libanon. Abd al-Kader en zijn lijfwachten redden het leven van vele christenen door hun een veilige haven aan te bieden in zijn woning en in de Citadel van Damascus. Vandaar.

Ons middagmaal genoten we, hoe kan het ook anders, op het terras van "Anne de Bretagne", aan de voet van het kasteel.
De "Agneaux sautés aux cidre avec semoule" werd met de glimlach opgediend en smaakte voortreffelijk.
En als dessert: vierkante pannenkoeken ... jawel vierkante ...


In de namiddag gingen we op bezoek bij Leonardo da Vinci. Althans, zo voelt het aan. Het kasteel is volledig bemeubeld en prachtig ingericht. Zelfs de poes voelt zich hier thuis en ligt rustig te slapen terwijl de bezoekers voorbij slenteren.
In de kelder kan je zijn uitvindingen in miniatuur bewonderen. Uitleg wordt gegeven via bordjes en video's. In de tuin kan je dan en 20-tal uitvindingen uittesten.
Leonardo da Vinci, schilder, ingenieur, wetenschapper, enz. werd geboren op 15 april 1452.
Op 30 jarige leeftijd vertoefde hij al in de betere Italiaanse kringen. In opdracht van o.a. Ludovic Sforza verfraaide hij menig kasteel.
In 1499, wanneer Frankrijk Milaan verovert, vlucht hij naar Venetië en ontwikkelt zijn militaire kennis. Zo helpt hij zijn weldoeners met het ontwerpen van allerlei verdedigingswerken en verdedigingswapens.
Vanaf 1506 begint hij zich te interesseren voor de wetenschap (waaronder geologie en hydrografie) en bestudeert o.a. het menselijk lichaam.
In 1515 valt Milaan onder het bewind van François I. Deze koning is zeer onder de indruk van Leonardo da Vinci en verleent hem te titel "Premier Peintre et Ingénieur du Roi, mécanicien d'Etat".
In de herfst van 1516 neemt Leonardo da Vinci zijn intrek in het "Manoir du Cloux" beter bekend als Clos Lucé. Hij zal er verblijven tot aan zijn dood op 2 mei 1519.

Als je door de tuin wandelt, ga dan ook eens binnen in die grote vierkante toren zonder ramen. Het is een duiventoren van een ontwerp welk uniek is in Touraine: vierkant van buiten en achthoekig van binnen.

Het was een dag waarin we vele mooie en interessante dingen konden bewonderen. Al zag het er soms heel dreigend uit, regen hebben we gelukkig niet gehad.

Nu nog op zoek naar ons avondmaal. Terug in Blois gingen we dus op zoek naar een restaurant waar het aangenaam om zitten was en waar ook een deftige maaltijd geserveerd werd.
Dat vonden we in "Poivre et sel". Mooi gevulde borden met lekker klaargemaakte gerechten werden met een glimlach opgediend. Bovendien was dit alles niet al te prijzig. Een aanrader dus als je in de omgeving bent.

Donderdag:
Bezoek aan Blois. Eerst even een bezoekje aan het "Office de Tourisme" dat echt zeer moeilijk te vinden is. Soms staan er wegwijzers, dan weer niet. Na enkele keren vragen hebben we het toch gevonden. Daar konden we een kaartje kopen met 4 wandelroutes, "les P'tits Clous". D.m.v. dit kaartje en koperen klinknagels op de grond kan je de bijzonderste stukken van Blois ontdekken. Een leuk idee want naast verschillende musea is er niet zoveel te zien. Alleen her en der verspreidt kan je enkele pareltjes vinden. Vandaar dat zo'n wandeling een goed alternatief is.
Alleen ... de regen was een serieuze spelbreker ...
Maar we hebben ons er niet door laten afschrikken.
Het kasteel:
Dit kasteel was de woonplaats van 7 koningen en 10 koninginnen en is dus gedurende een ganse periode gebouwd en/of verbouwd.
De 4 vleugels zijn dus gebouwd in 4 eeuwen en in 4 verschillende bouwstijl.
Van het middeleeuwse kasteel, dat vanaf de 10de eeuw werd opgericht door de graven van Blois, bestaat nog enkel de herenzaal, beter bekend als de Statenzaal. Deze Statenzaal of Salle des Etat Généraux werd in 1214 gebouwd in opdracht van Thibault VI, graaf van Blois. Henri III vestigde er de Staten Generaal in 1576 en 1588.
De vleugel in baksteen werd gebouwd in opdracht van Louis XII (1498-1501). Hij had een egel als symbool.
Hier is nu het museum voor Schone Kunsten gevestigd.
De vleugel met de open trap werd gebouwd in opdracht van François I (1515-1520). Hij had een salamander als symbool.
Deze vleugel werd volledig heringericht met alle nog teruggevonden voorwerpen. En gezien de zalen zeer recent volledig gerenoveerd werden, ziet alles er redelijk nieuw uit. De authentieke sfeer, die in de meeste kastelen hangt, is er niet. Toch krijg je een goed beeld van de geschiedenis van het kasteel
De achterste gevel werd gebouwd in opdracht van Gaston d'Orléans (1635-1638), broer van Louis XIII.
Opgelet: wij hadden zo'n audiogids gehuurd. Maar die is hier dik tegengevallen. Er werd uitleg gegeven via een toneelstuk dat heel erg dramatisch gebracht werd. Niet aan te raden hier.
De kathedraal Saint Louis:
Ook deze kathedraal heeft een rijke geschiedenis. In 450 werd er een kapel gebouwd gewijd aan Saint-Pierre. In de tweede helft van de 10e eeuw werd het lichaam van Saint-Solenne naar deze kerk overgebracht. Om de relikwieën te beschermen tegen de talrijke bedevaartgangers werd een crypte gebouwd. Ga zeker eens kijken. Ze is zeer sober, maar ik vond ze de moeite waard.
In 1132 werd de kerk door de bisschop van Chartres aan de monniken van het nu verdwenen klooster van Bourg-Moyen geschonken.
In 1678 werd de kerk verwoest door een orkaan en door steun van o.a. Louis XIV heropgebouwd.
In 1697 wordt Saint-Solenne de kathedraal van het nieuwe bisdom van Blois en krijgt de naam Saint-Louis.
Le Mur de Ben - 6, Rue Franciade:
Op de binnenkoer van "L'Ecole de Musique et d'Art" werd de gevel van 30m lang en 12m hoog bekleed met 300 geëmailleerde platen waarop allerlei spreuken, hele en halve waarheden staan. Een verzameling zinnen uit de jaren 1960 tot 1990 die door de kunstenaar Benjamin Vautier werden geselecteerd. Een unicum en waarschijnlijk zijn velen het lezen waard, maar de regen ...

Na de opnieuw lekkere maaltijd hebben we nog een wandeling gemaakt terwijl de avond valt. Eventjes de brug over om Blois te bewonderen vanop de andere oever.
Vanuit de rivier kwamen duizenden kleine vliegjes met witte vleugeltjes als van doorschijnend papier. Voor de tientallen zwaluwen een waar feestmaal. Ze vlogen rakelings langs ons hoofd en over de auto's. Het leek een wonder dat er geen slachtoffers vielen.

Vrijdag:
Rond 10u vertrokken we naar huis maar met een tussenstop in Orléans.
Zo rond 11u30 kwamen we aan in Orléans en we hebben er zo'n 3 uur rondgewandeld. Eigenlijk was dat redelijk kort. Deze stad verdiend meer tijd, zeker als je ook een museum wilt bezoeken.
Onze wandeling liep langs:
Maison de Jeanne d'Arc - 3, Place du Général de Gaulle
Het is niet de originele woning, deze werd volledig verwoest, maar een kleine kopij opgericht op de oorspronkelijke plaats. Hier woonde Jeanne d'Arc gedurende de Engelse bezetting in april-mei 1429.
Place du Martroi
Oorspronkelijk was dit de Place Saint-Sulpice en werden hier veroordeelden terechtgesteld.
Het standbeeld van Jeanne d'Arc werd ingehuldigd op 8 mei 1855.
Jardin de l'Hôtel Groslot - Rue d'Escures
In deze tuin liggen ook allerlei ornamenten van de Chapelle Saint-Jacques
Hôtel Groslot - Place de l'Etape
Werd in 1550 gebouwd in opdracht van Jacques Groslot, baljuw van de stad.
Na de revolutie werd het een stadhuis en werden er 2 vleugels aangebouwd.
Cathédrale Sainte-Croix - Place Sainte-Croix
Reeds in de 4e eeuw stond in Orléans al een primitieve kathedraal. De exacte plaats in tot op heden niet gekend.
De huidige kathedraal dateert uit de 7e eeuw en heeft altijd de naam Sainte-Croix gedragen.
Place de Châtelet - Rue des Halles
De wijk Châtelet is gebouwd op de plaats waar vroeger een poortgebouw stond. In dit poortgebouw uit de 9e eeuw was de koninklijke administratie gevestigd.
Deze wijk was ook het eerste economische centrum van de stad.