Het is er dus toch van gekomen. Nu zijn we zonder problemen in Blois geraakt. Op naar de kastelen en hun tuinen.
Dinsdag:
Vroeg uit de veren om rond 5u30 te vertrekken. Eerst nog even tanken, dan een vriendin ophalen en daarna eindelijk op weg naar de kastelen van de Loire.
We ondervonden weinig of geen problemen rond Rijsel. Het verkeer was er iets drukker, maar toch ging alles nog vlot.
Daarna konden we herinneringen ophalen. Weet je nog: ... hier konden we uren het landschap bewonderen ... al was er toen weinig variatie: sneeuw, auto's, sneeuw, vrachtwagens, sneeuw, ...
Gelukkig ging het nu een heel stuk vlotter.
We hadden besloten om op de heenreis zoveel mogelijk de péage te vermijden. Dus namen we afrit 16 richting Arras.
En opnieuw: weet je nog: hier stond een vrachtwagen dwars op de weg ... hopen sneeuw op en langs de weg ... gelukkig hadden we die sneeuwruimer en zijn we dus toch nog veilig in Arras geraakt.
Daarna richting Amiens. Het was ondertussen al 9u en dus tijd voor een eerste pauze.
In Amiens zijn we gewoon ergens gestopt waar we een parkeerplaats vonden. Een honderdtal meter verder vonden we een cafeetje met een vriendelijke Zaïrees achter de bar. Jawel, ik ben wel zeker dat hij uit Zaïre kwam want op de toiletdeur ging een kaart van Afrika met de Zaïrese vlag (of is het ondertussen alweer Congo? Je zou het op den duur niet meer weten). Zijn koffie was echt lekker. Het was één van de weinige lekkere koffies die ik gedurende deze uitstap heb gedronken.
Bezoek aan Rouen:
Gezien mijn grootouders gehuwd zijn in Rouen, wou ik hier zeker even stoppen om kennis te maken met deze stad. Rond 12u45 konden we de auto parkeren in de parkeergarage aan de Place de la Pucelle. Zo bevonden we ons onmiddellijk in het hartje van het oude Rouen en konden we onmiddellijk genieten van deze prachtige stad. We hebben er zo'n 2 uur in rondgewandeld. Jammer genoeg begon het na de middag te regenen.
Zeker het bezoeken waard:
Hôtel Bourgtheroulde - Place de la Pucelle:
Dit hôtel (of herenwoning) werd in de 15de eeuw gebouwd door Guillaume II le Roux. Het is ook nu een hotel in de huidige betekenis. Het met fijn beeldhouwwerk versierde binnenpleintje kan je dus rustig bekijken.
Eglise Sainte-Jeanne d'Arc - Place du Vieux Marché:
Dit is een wel heel ongewone kerk die midden op het pleintje gebouwd werd.
Binnen kan je de mooie glasramen bewonderen die dateren uit de periode 1520-1530 en afkomstig zijn uit de voormalige kerk Saint Vincent.
Op de plaats waar Jeanne d'Arc op 30 mei 1432 verbrand werd staat nu een enorm kruis.
Een kleine overdekte markt leunt aan tegen de kerk. Daar kan je ook een klok zien. die hangt dus niet in een klokkentoren, maar op straatniveau.
Le Gros Horloge - Rue du Gros Horloge:
Dit is één van de eerste klokken van de stad en bevat één van de oudste mechanismen van Europa. Deze klok geeft niet alleen de tijd aan, maar ook de weken en de schijngestalten van de maan.
Parlement de Normandie - Rue aux Juifs:
Het originele gebouw dateert van de 16e eeuw en deed dienst als gerechtsgebouw en als parlement. Het huidige justitiepaleis werd bijna volledig herbouwd na WO II. Het gebouw zelf kan je niet bezoeken, maar de gevel is zeker het bewonderen waard.
Cathedrale Notre-Dame - Place de la Cathédrale:

De bouw werd gestart in de 12e eeuw en zoals bij alle grote kerken en kathedralen verliep de bouw over verschillende eeuwen. Neem de tijd om deze kathedraal uitgebreid te bezoeken, ze is het zeker waard.
Blikvangers zijn vooral de glas-in-lood ramen en de uitzonderlijke grafmonumenten.
Rue Saint-Romain:
Dit smalle straatje naast de kathedraal staat vol vakwerkhuisjes uit de 15e tot 18e eeuw. In het Frans heet dat: une maison à colombages. Ik vind dat een heel stuk mooier en kleurrijker klinken dan vakwerkhuis. Maar dat is natuurlijk mijn persoonlijke mening.
Saint-Romain leefde in de 7de eeuw in Rouen. Volgens de legende besloot hij om een watermonster die de oevers van de Seine onveilig maakte te temmen. Hij vroeg een vrijwilliger en kreeg alleen een ter dood veroordeelde. Hij slaagde erin om het monster in het centrum van Rouen te brengen met alleen een touw rond zijn nek. De ter dood veroordeelde kreeg gratie van de koning. Sindsdien kreeg de bisschop van Rouen het privilege om één ter dood veroordeeld per jaar gratie te verlenen.
Voor de familieleden: in deze straat had mijn vaders "nonkel Marcel en tante Albertine" hun bakkerij.
Aître Saint-Maclou - 186, Rue Martainville:

Het is een prachtige binnenhof met allemaal vakwerkhuisjes maar met een luguber verleden.
Dit binnenhof was in de 14e eeuw een begraafplaats voor slachtoffers van de Zwarte Pest.
In de 16e eeuw, na een nieuwe pestepidemie, wordt de begraafplaats te klein en beslist de parochie om de galerijen te verhogen teneinde de beenderen te kunnen opbergen. Zo wordt de 1ste verdieping een echt "knekelhuis". Getuigen hiervan zijn de vele afbeeldingen van beenderen, kisten, pikhouwelen, enz.
Vanaf de 17e eeuw worden de gebouwen beetje bij beetje omgebouwd tot een school voor de armen. Nu is hier de Kunstschool gevestigd.
Luguber detail: als je op het pleintje komt zie je onmiddellijk rechts een kleine nis met een ruitje ervoor. Achter het vensterglas kan je de geschiedenis van het Aître even nalezen, althans wat er nog van het geschrift leesbaar is. Maar er zit ook een mummie van een kat ... Reden: In de 17e eeuw werd soms een zwarte kat levend ingemetseld om de bewoners te beschermen tegen de duivel. Bij de restauratiewerken in de jaren 1950 hebben ze deze mummie teruggevonden.
Voor we de reis verderzetten wou ik toch nog even een bezoekje brengen aan de kerk waar mijn grootouders gehuwd zijn: Saint-Sever.
Ook dit is een plaats met een rijke geschiedenis en bijhorende legende.
Sinds de dood van Saint-Sever, bisschop van Avranches, in 570 bevonden zijn resten of relieken zich in een kleine kapel. In 990 staat Richard I de overbrenging toe naar Rouen. De 2 priesters hielden halt in de parochiekerk van de buitenwijk Emendreville op de linkeroever van de Seine. Maar toen ze weer wilden vertrekken, konden ze de relieken niet meer van de grond tillen. Zo maakte Saint-Sever duidelijk dat hij daar wou blijven en werd Emendreville Saint-Sever.
Na meermaals te zijn verwoest en heropgebouwd (1144, 1417, 1562, 1591, 1601) werd de huidige kerk gebouwd tussen 1857 en 1860.
Ik vindt het best een mooie kerk met zijn combinatie van witte steen en baksteen.
Ondertussen was het al 15u geworden en dus dringend tijd om de reis verder te zetten. Tenslotte moesten we toch nog altijd ongeveer 230 km rijden en we hadden geen zin om de péage te nemen. Wat eigenlijk ook niet nodig was. De wegen waren helemaal niet druk en je kunt er genieten van het mooie landschap. Alleen rond de steden ging het niet zo vlot. Zo was het toch nog 20u voor we in het hotel aankwamen.
Woensdag:
Rond 10u zijn we vertrokken voor een bezoek aan Amboise.
Amboise, (Ambacia, latijn voor tussen 2 waters) is gelegen tussen de Loire en de Amasse. Door deze gunstige ligging werd hier al heel vroeg een versterkte burcht gebouwd.
Het was niet de bedoeling om het stadje zelf te bezoeken (al heb ik gehoord dat het zeker ook de moeite waard is) maar wel de kastelen. Jawel, in het meervoud. Je hebt niet alleen het kasteel van Amboise zelf, maar ook Clos Lucé waar Leonardo Da Vinci verbleef.

Al van ver konden we het kasteel van Amboise, het Château Royal, met zijn terrastuin bewonderen.
In 1491 besloot Karel VIII om het middeleeuwse fort om te bouwen tot een koninklijke residentie en om er samen met zijn echtgenote Anne de Bretagne zijn hofhouding te installeren. Het kasteel straalt die grandeur nog altijd uit.
Je kunt op eigen tempo alles rustig bekijken en de audiogids is hier zeker een aanrader. Maar na zo'n dikke 2 uur heb je alles wel gezien.
Vergeet ook het kleine kapelletje niet binnen te gaan. Je kan er even een blik werpen op het graf van Leonardo da Vinci. Oorspronkelijk werd hij begraven in de kloosterkerk Saint-Florentin die nu echter verdwenen is.
Dit kasteel is gelegen aan de Montée d'Emir Abd El Kader. Van deze emir zijn ook afbeeldingen te zien in het kasteel en achteraan in de tuin liggen moslims begraven.
Logische vraag: wie was deze emir?
Abd al-Kader was een Algerijns vrijheidsstrijder. Hij werd geboren in Muaskar op 6 september 1807 of 1808 en overleed in Damascus op 26 mei 1883.
In 1832 werd hij emir (= vorst) en begon een guerrilla tegen de Franse bezetter.
In 1842 zonden de Fransen meerdere militaire eenheden naar Algerije om de legers van Abd al-Kader te verslaan.
Op 21 december 1847 gaf Abd al-Kader zich over en werd hij naar Frankrijk gedeporteerd.
In november 1848 werd hij overgebracht naar het kasteel van Amboise.
In oktober 1852 werd hij vrijgelaten en leefde vervolgens in Istanbul, Broessa en Damascus. Hij wijdde zich vooral aan het schrijven van gedichten en filosofie.
Maar waarom werd dan een straat naar hem genoemd?
In juli 1860 brak een conflict uit in het gebergte van Libanon. Abd al-Kader en zijn lijfwachten redden het leven van vele christenen door hun een veilige haven aan te bieden in zijn woning en in de Citadel van Damascus. Vandaar.
Ons middagmaal genoten we, hoe kan het ook anders, op het terras van "Anne de Bretagne", aan de voet van het kasteel.

De "Agneaux sautés aux cidre avec semoule" werd met de glimlach opgediend en smaakte voortreffelijk.
En als dessert: vierkante pannenkoeken ... jawel vierkante ...

In de namiddag gingen we op bezoek bij Leonardo da Vinci. Althans, zo voelt het aan. Het kasteel is volledig bemeubeld en prachtig ingericht. Zelfs de poes voelt zich hier thuis en ligt rustig te slapen terwijl de bezoekers voorbij slenteren.
In de kelder kan je zijn uitvindingen in miniatuur bewonderen. Uitleg wordt gegeven via bordjes en video's. In de tuin kan je dan en 20-tal uitvindingen uittesten.
Leonardo da Vinci, schilder, ingenieur, wetenschapper, enz. werd geboren op 15 april 1452.
Op 30 jarige leeftijd vertoefde hij al in de betere Italiaanse kringen. In opdracht van o.a. Ludovic Sforza verfraaide hij menig kasteel.
In 1499, wanneer Frankrijk Milaan verovert, vlucht hij naar Venetië en ontwikkelt zijn militaire kennis. Zo helpt hij zijn weldoeners met het ontwerpen van allerlei verdedigingswerken en verdedigingswapens.
Vanaf 1506 begint hij zich te interesseren voor de wetenschap (waaronder geologie en hydrografie) en bestudeert o.a. het menselijk lichaam.
In 1515 valt Milaan onder het bewind van François I. Deze koning is zeer onder de indruk van Leonardo da Vinci en verleent hem te titel "Premier Peintre et Ingénieur du Roi, mécanicien d'Etat".
In de herfst van 1516 neemt Leonardo da Vinci zijn intrek in het "Manoir du Cloux" beter bekend als Clos Lucé. Hij zal er verblijven tot aan zijn dood op 2 mei 1519.
Als je door de tuin wandelt, ga dan ook eens binnen in die grote vierkante toren zonder ramen. Het is een duiventoren van een ontwerp welk uniek is in Touraine: vierkant van buiten en achthoekig van binnen.
Het was een dag waarin we vele mooie en interessante dingen konden bewonderen. Al zag het er soms heel dreigend uit, regen hebben we gelukkig niet gehad.
Nu nog op zoek naar ons avondmaal. Terug in Blois gingen we dus op zoek naar een restaurant waar het aangenaam om zitten was en waar ook een deftige maaltijd geserveerd werd.
Dat vonden we in "Poivre et sel". Mooi gevulde borden met lekker klaargemaakte gerechten werden met een glimlach opgediend. Bovendien was dit alles niet al te prijzig. Een aanrader dus als je in de omgeving bent.
Donderdag:
Bezoek aan Blois. Eerst even een bezoekje aan het "Office de Tourisme" dat echt zeer moeilijk te vinden is. Soms staan er wegwijzers, dan weer niet. Na enkele keren vragen hebben we het toch gevonden. Daar konden we een kaartje kopen met 4 wandelroutes, "les P'tits Clous". D.m.v. dit kaartje en koperen klinknagels op de grond kan je de bijzonderste stukken van Blois ontdekken. Een leuk idee want naast verschillende musea is er niet zoveel te zien. Alleen her en der verspreidt kan je enkele pareltjes vinden. Vandaar dat zo'n wandeling een goed alternatief is.
Alleen ... de regen was een serieuze spelbreker ...
Maar we hebben ons er niet door laten afschrikken.
Het kasteel:
Dit kasteel was de woonplaats van 7 koningen en 10 koninginnen en is dus gedurende een ganse periode gebouwd en/of verbouwd.
De 4 vleugels zijn dus gebouwd in 4 eeuwen en in 4 verschillende bouwstijl.
Van het middeleeuwse kasteel, dat vanaf de 10de eeuw werd opgericht door de graven van Blois, bestaat nog enkel de herenzaal, beter bekend als de Statenzaal. Deze Statenzaal of Salle des Etat Généraux werd in 1214 gebouwd in opdracht van Thibault VI, graaf van Blois. Henri III vestigde er de Staten Generaal in 1576 en 1588.
De vleugel in baksteen werd gebouwd in opdracht van Louis XII (1498-1501). Hij had een egel als symbool.
Hier is nu het museum voor Schone Kunsten gevestigd.

De vleugel met de open trap werd gebouwd in opdracht van François I (1515-1520). Hij had een salamander als symbool.
Deze vleugel werd volledig heringericht met alle nog teruggevonden voorwerpen. En gezien de zalen zeer recent volledig gerenoveerd werden, ziet alles er redelijk nieuw uit. De authentieke sfeer, die in de meeste kastelen hangt, is er niet. Toch krijg je een goed beeld van de geschiedenis van het kasteel
De achterste gevel werd gebouwd in opdracht van Gaston d'Orléans (1635-1638), broer van Louis XIII.
Opgelet: wij hadden zo'n audiogids gehuurd. Maar die is hier dik tegengevallen. Er werd uitleg gegeven via een toneelstuk dat heel erg dramatisch gebracht werd. Niet aan te raden hier.
De kathedraal Saint Louis:
Ook deze kathedraal heeft een rijke geschiedenis. In 450 werd er een kapel gebouwd gewijd aan Saint-Pierre. In de tweede helft van de 10e eeuw werd het lichaam van Saint-Solenne naar deze kerk overgebracht. Om de relikwieën te beschermen tegen de talrijke bedevaartgangers werd een crypte gebouwd. Ga zeker eens kijken. Ze is zeer sober, maar ik vond ze de moeite waard.
In 1132 werd de kerk door de bisschop van Chartres aan de monniken van het nu verdwenen klooster van Bourg-Moyen geschonken.
In 1678 werd de kerk verwoest door een orkaan en door steun van o.a. Louis XIV heropgebouwd.
In 1697 wordt Saint-Solenne de kathedraal van het nieuwe bisdom van Blois en krijgt de naam Saint-Louis.
Le Mur de Ben - 6, Rue Franciade:
Op de binnenkoer van "L'Ecole de Musique et d'Art" werd de gevel van 30m lang en 12m hoog bekleed met 300 geëmailleerde platen waarop allerlei spreuken, hele en halve waarheden staan. Een verzameling zinnen uit de jaren 1960 tot 1990 die door de kunstenaar Benjamin Vautier werden geselecteerd. Een unicum en waarschijnlijk zijn velen het lezen waard, maar de regen ...
Na de opnieuw lekkere maaltijd hebben we nog een wandeling gemaakt terwijl de avond valt. Eventjes de brug over om Blois te bewonderen vanop de andere oever.
Vanuit de rivier kwamen duizenden kleine vliegjes met witte vleugeltjes als van doorschijnend papier. Voor de tientallen zwaluwen een waar feestmaal. Ze vlogen rakelings langs ons hoofd en over de auto's. Het leek een wonder dat er geen slachtoffers vielen.
Vrijdag:
Rond 10u vertrokken we naar huis maar met een tussenstop in Orléans.
Zo rond 11u30 kwamen we aan in Orléans en we hebben er zo'n 3 uur rondgewandeld. Eigenlijk was dat redelijk kort. Deze stad verdiend meer tijd, zeker als je ook een museum wilt bezoeken.
Onze wandeling liep langs:
Maison de Jeanne d'Arc - 3, Place du Général de Gaulle
Het is niet de originele woning, deze werd volledig verwoest, maar een kleine kopij opgericht op de oorspronkelijke plaats. Hier woonde Jeanne d'Arc gedurende de Engelse bezetting in april-mei 1429.
Place du Martroi
Oorspronkelijk was dit de Place Saint-Sulpice en werden hier veroordeelden terechtgesteld.
Het standbeeld van Jeanne d'Arc werd ingehuldigd op 8 mei 1855.
Jardin de l'Hôtel Groslot - Rue d'Escures
In deze tuin liggen ook allerlei ornamenten van de Chapelle Saint-Jacques
Hôtel Groslot - Place de l'Etape
Werd in 1550 gebouwd in opdracht van Jacques Groslot, baljuw van de stad.
Na de revolutie werd het een stadhuis en werden er 2 vleugels aangebouwd.
Cathédrale Sainte-Croix - Place Sainte-Croix
Reeds in de 4e eeuw stond in Orléans al een primitieve kathedraal. De exacte plaats in tot op heden niet gekend.
De huidige kathedraal dateert uit de 7e eeuw en heeft altijd de naam Sainte-Croix gedragen.
Place de Châtelet - Rue des Halles
De wijk Châtelet is gebouwd op de plaats waar vroeger een poortgebouw stond. In dit poortgebouw uit de 9e eeuw was de koninklijke administratie gevestigd.
Deze wijk was ook het eerste economische centrum van de stad.