zondag 31 mei 2015

Meimaand Molenmaand

De maand mei werd uitgeroepen tot Europese Molenmaand. De bedoeling is om jaarlijks initiatieven te nemen om de oude historische wind- en watermolens in de schijnwerpers te zetten. Vandaag stellen een groot deel van de molens in Vlaanderen hun deuren weer open. De ideale gelegenheid om kennis te maken met ons eeuwen oud erfgoed.
Welke molens je kan bezoeken kan je terugvinden op www.molenforumvlaanderen.be

Ook interessant is het Provinciaal Molenmuseum in domein "Puyenbroeck" te Wachtebeke. Daar komen alle aspecten van de molen aan bod: geschiedenis, techniek, diverse toepassingen. Je vindt er ook een overzicht van het molenpatrimonium. Het museum beschikt ook over een molenbibliotheek, een molenfototheek en een molenarchief.

Even in het kort:
We onderscheiden 3 molensoorten:
De standaardmolen: een houten molen die op één punt steunt en waarvan de molenkast 360° kan gedraaid worden. Dit is de oudste molenvorm en werd voor het eerst in Vlaanderen gebouwd rond 1100. Vanuit Vlaanderen verspreidde dit molentype zich later over heel Europa.
De bovenkruier: een stenen of houten molen waarvan enkel de kap kan gedraaid worden over 360°.
De watermolen: is een molen die zijn kracht haalt uit de energie van stromend water. Bij een onderslagmolen duwt het water onderaan op het waterrad zodat dit gaat draaien. Bij een bovenslagmolen valt het water boven op het rad en dit draait door het gewicht van het water.

Eeuwen hebben wind- en watermolens ervoor gezorgd dat de mensen hun dagelijks brood op tafel kregen. Door de opkomst van andere energiebronnen dan wind en water, begon vanaf 1900 de teloorgang van de molens. Nu zijn er nog slechts een 200-tal wind- en watermolens in Vlaanderen.

Molens liggen veelal in een schitterend landschap, ideaal om te wandelen en te fietsen. In elke molen in de Vlaamse Ardennen ligt een toeristische molenkaart waarop alle molens uit de streek staan aangeduid, met extra toeristische info.

Ook Evergem heeft zijn molens: Gerardsmolen en in Ertvelde de stenenmolen en rosmolen

Vanwaar nu mijn interesse in molens? Wel, mijn grootvader (langs moeders zijde) was molenaarsknecht bij zijn broer. Deze molen is jammergenoeg afgebroken.
Wil je meer weten over deze molen? Ga dan naar http://www.molenechos.org/verdwenen/molen.php?AdvSearch=3141. Want op www.molenechos.org kan je de verdwenen molens terugvinden.





maandag 18 mei 2015

Naar Boulogne-sur-Mer

Opnieuw thuis na een mooi weekendje naar Boulogne-sur-Mer, één van de bestemmingen op mijn lijstje.

Op vrijdag zijn we vertrokken met een echt vakantiegevoel waarbij we eerst nog iets verder zijn gereden, naar Ault om precies te zijn.
Ault ligt zo'n kleine 100 km ten zuiden van Boulogne-sur-Mer en bezit een heel mooie krijtrots die stijl oprijst uit zee.
Ook de kerk is heel bijzonder. Van buitenaf gezien dan want ze was gesloten.
Verder is er niet zoveel te zien in Ault zelf, al zijn de mooie hoge klippen zeker de moeite waard.
Wat mij zeker zal bijblijven is het geluid van de golven wanneer die de rotsstranden overspoelen. Dat klinkt heel anders dan wanneer de zee een zandstrand raakt.

Ondertussen was het middag en dus tijd voor een kleine maaltijd. Onze keuze viel op boekweitpannenkoeken gevuld met iets hartigs, vis in dit geval. Die worden ginder helemaal anders geserveerd. In Gent maken ze een soort nestje van waarbij de ham, eieren, enz duidelijk te zien zijn. In Ault vouwen ze de pannenkoek dicht en zit alles dus vanbinnen. Het is anders maar daarom niet minder lekker.
Na de maaltijd reden we een eindje terug om in de late namiddag in Boulogne-sur-Mer aan te komen.

's Avonds wil je natuurlijk rustig ergens iets eten, van de plaatselijke keuken genieten. Maar hoe maak je je keuze. Eerst zoeken we een cafeetje dat door de plaatselijke bevolking opgezocht wordt. Dat vonden we op enkele meters van het hotel. In "Le Zinc" zaten allerlei mensen met en zonder kinderen rustig te keuvelen. Het zag er gezellig uit. Dus dronken we daar een aperitiefje. Terloops vragen we de barman of hij ons een restaurant kan aanbevelen. Zijn tip was "Chez Jules", slechts enkele meters verder op het plein voor de Sint Niklaaskerk (uit de 12de eeuw). En of we er goed gegeten hebben! Aan een deftige prijs, mooie goedgevulde borden vol zeer lekker eten. Het was een gouden tip. Zo goed zelfs dat we 's anderendaags niet verder gezocht hebben maar onmiddellijk gereserveerd hebben voor 's avonds.

Op zaterdag gingen we op verkenning. Ons hotel lag in een autovrije straat midden in het winkelcentrum van Boulogne-sur-Mer. Dus gingen we "windowshoppen". Althans dat was de bedoeling ... tot we een "Armand Thiery" vonden. Die winkel moet ik binnen. Hun kledinglijn ligt mij en in het Gentse is er geen winkel meer. Dus wil ik zien of er niets tussenzit om mijn garderobe wat aan te vullen. En ... jazeker ... alweer vond ik iets leuks.
Wat me tijdens die wandeling ook is opgevallen is dat er heel wat honden rondlopen en dat hun baasjes het niet altijd even nauw nemen met de hygiëne. Het is opletten waar je je voeten zet.

In de namiddag stond een bezoek aan de mooie oude stadskern op het programma. De oude ommuurde binnenstad, die ook "La Haute Ville" wordt genoemd ligt bovenop een heuvel (de eerste nederzetting op deze plaats was een Romeins legerkamp in de 2de eeuw). Deze bovenstad van 325 meter op 400 is nog steeds door een versterkte stadsmuur omringd waarin 4 stadspoorten de verbinding vormen met de rest van de stad. Op deze stadsmuur kan je een mooie wandeling maken waarbij je al een blik kunt werpen op de voornaamste gebouwen: het belfort (in de 12de eeuw onderdeel van het kasteel - werd in 2005 opgenomen op de lijst van Unesco werelderfgoed), het kasteelmuseum, het stadhuis, de basiliek Notre-Dame (in 1827 gebouwd op de ruïnes van de middeleeuwse kathedraal).

De basiliek is zeker een bezoek waard. Eigenlijk is het een dubbele kerk. Er is de klassieke kerk waar je eerst binnenstapt en dan is er nog de kapel onder de koepel. In deze kapel vind je het houten beeld van O.L.Vrouw van Boulogne. Overal zie je reclame voor de crypte, maar die was nog altijd gesloten voor restauratie. Jammer, want ze is blijkbaar een bezoekje meer dan waard.

Op de "Place Godefroid de Bouillon" zijn verschillende terrasjes zodat je rustig kunt genieten van het zicht op het mooie stadhuis met daarachter het belfort en het bloemenpleintje ervoor.

In dit stadsgedeelte ligt ook het oudste huis van Boulogne, The Vole Hole. Nu is er een Britse pub in gevestigd.

Op zondag stond Nausicaa op het programma, een grote overdekte aquarium dat zijn deuren voor de eerste maal opende in 1991.
In de 27 reuze aquariums in tal van unieke vormen kan je meer dan 4000 vissen bewonderen.
In Blankenberge staat er ook zo één, al is Nausicaã heel wat groter en ze gaan nog uitbreiden. Vanaf 2017 zou het de grootste aquarium van Europa moeten worden.

Op het einde van de namiddag hebben we nog een ritje gemaakt met het toeristentreintje. Ik hoopte om nog enkele dingen te ontdekken die wat verder van de stadskern gelegen waren. Niet dus. Eigenlijk was het een teleurstelling. Je wordt door elkaar geschud waardoor je bijna niets hoort van de uitleg die gegeven wordt (in het Frans en het Engels via kleine luidsprekers in het plafond) en het treintje rijdt gewoon van de haven naar de oude binnenstad en terug (een weg die we meermaals te voet hebben afgelegd). Niet echt een aanrader.

Onze vakantie hebben we afgesloten op een terrasje in het oude stadsgedeelte: Les Remparts op de Place G. Bouillon. Overal op de menukaarten stonden "welsh" met hesp, met ei, ... Enige uitleg maakte mij niet zo veel wijzer. Het zou iets zijn met gesmolten cheddar. Dus wou ik dat toch eens proeven. Het is dus inderdaad een toast met een sneetje hesp, daarop heel veel cheddar en dat wordt onder de grill geschoven. Daar serveren ze dan frietjes bij. Je eet dus eigenlijk heel veel gesmolten kaas met frietjes ... Ik ben blij dat ik het eens heb geproefd, maar voor mij is het niet voor herhaling vatbaar. 

Het leuke aan het ganse verblijf was dat ik de auto kon laten staan. Het hotel was gelegen op wandelafstand van de oude stadskern en Nausicaã.
Wat ons ook is opgevallen is het grote aantal auto's met een Belgische nummerplaat. Zeker een vierde van de geparkeerde auto's waren Belgen, daarnaast had je ook heel af en toe een Nederlander en een Duitser

Thuis had ik tussen mijn knipsels ook een klein papiertje gevonden met een klein beetje reclame voor Wissant. Gezien dat dorpje op de weg lag naar huis, zijn we er ook eens gestopt.
Wissant ligt midden tussen Cap Gris-Nez en Cap Blanc-Nez aan een heel mooi en groot zandstrand. Vandaar ook de naam die oorspronkelijk "wit zand" betekende. Inderdaad, Nederlands want we zitten hier dicht bij Frans-Vlaanderen.
Het is een rustig kustdorpje met talrijke vakantiehuizen. Het deed mij een beetje denken aan onze kust, maar dan zonder de hoogbouw op de zeedijken.
Jammer van de regen en de grote werken aan wat later een mooie promenade zal worden, anders hadden we hier zeker een mooie wandeling gemaakt.

Nog even stoppen in Nieuwpoort achter verse vis en dan naar huis.

zondag 3 mei 2015

Ieper

Gisteren ben ik nog eens naar Ieper gereden. Dat was jaren geleden. Mijn grootouders woonden in Ieper en als kind heb ik daar veel rondgelopen. We gingen dan steevast naar de bambietjes kijken op de vesten. Die zijn er nu niet meer. Er is nu een weide met zwarte kippen en een paar geitjes. En dat is niet het enige dat veranderd is. Vroeger konden we als kind zonder gevaar van de rand van de stad naar het centrum wandelen. Nu zou ik mijn kinderen niet meer alleen op pad durven sturen. Het is er heel wat drukker geworden.

Mijn auto heb ik geparkeerd aan het station. En gezien de parking zelf afgesloten was, ze waren er nog aan het werken, heb ik eventjes moeten zoeken.

Dan de vesten op. Met het foldertje van de vestingroute in de hand ging het langzaam richting Menenpoort.

De oorsprong van de vesten gaat terug tot de 14de eeuw, toen de stad voorzien werd van een nieuwe verdedigingsgordel met 10 poorten. Het huidige uitzicht wordt vooral bepaald door de Franse versterkingen gebouwd in opdracht van Vauban in de periode 1678-1684.

Mijn wandeling start aan het Kruitmagazijn. Dit werd in 1817 door het Nederlandse leger gebouwd op de fundamenten van een Frans kruitmagazijn. Er kon 75.000 kilo buskruit in worden opgeslagen. De muren van het bomvrije gebouw zijn 2,5 tot 3 meter dik.

We wandelen o.a. over de Majoorgracht. Majoorgracht is eigenlijk een wat ongelukkige vertaling van de Franse 18de eeuwse naam "Fossé majeur", hoofdgracht. Zo passeren we o.a. langs de Predikherentoren en de Leeuwentoren. Zij maken deel uit van de 14de eeuwse Bourgondische vestingsmuur. In de Franse tijd werden de torens verlaagd en omgebouwd tot geschutplatformen.

Een eindje verder ligt een militaire begraafplaats: Ramparts War Cemetery. Het is een kleine begraafplaats met o.a. enkele grafstenen voor Maori. Alle grafstenen kijken uit over het water. Het is er bijzonder vredig, ook al rijden de auto's zeer dichtbij door de Rijselpoort naar het stadscentrum.

De Rijselpoort, een van de belangrijkste doorgangen naar het front, werd verschillende keren verbouwd. Vauban liet de torens verlagen en de wal verbreden. Niet ver hiervandaan staat een oud gebouw dat vroeger dienst deed als rusthuis. Hier verbleef mij grootvader de laatste jaren van zijn leven. Nu zijn ze het volop aan het omvormen tot sociale appartementen.

Hier zie je het "Houten Huis", een reconstructie van een huis uit de 16de eeuw. In het begin van de 19e eeuw had Ieper meer dan 90 houten huizen, dit is het enige dat nog over blijft.

De ijskelder was een soort publieke diepvriezer. De 6 meter diep ingegraven cirkelvormige kelder is geïsoleerd met een dubbele baksteenmuur en een met aarde en bomen afgedekte bovenzijde. De toegang, met 2 deuren als warmtesluis, is naar het noorden gericht. De kelder werd 's winters gevuld met ijsblokken uit de vestinggracht. Bovenop het ijs werd stro gelegd. De ijskelder was toegankelijk voor rijke burgers, godshuizen, gasthuizen en hospitalen.

Na ongeveer anderhalf uur, aan de Menenpoort aangekomen, was het tijd voor het middagmaal.

De Menenpoort is een herdenkingsmonument voor 54.896 militairen van het Gemenebest die vóór 15 augustus 1917 gesneuveld zijn aan het Ieperse front maar geen gekend graf hebben. Zij die sneuvelden na die datum kan te terugvinden op het Tynecot Cemetery. De namen van deze mannen zijn in het monument gegrift in gouden letters. Het zijn er zoveel, zo oneindig veel, dat al die letters decoratie worden.
De poort is gebouwd op de plaats van waaruit Britse troepen vier jaar lang naar het front trokken. De 18de eeuwse Antwerpenpoort op deze plaats verdween rond 1853.
Op 24 juli 1927 werd de Menenpoort, zoals ze er nu uitziet, ingehuldigd door maarschalk Herbert Plumer. Aan de voorkant, de vijand bespiedend, bevindt zich een marmeren leeuw, zijn klauwen geplaatst als op een prooi die hij niet wil loslaten. An de achterzijde, naar de stad toe, staat een sarcofaag, glinsterend en streng. Dit monument is opgericht voor al diegenen die, in tegenstelling tot vele anderen, geen blinkende witte grafsteen hebben.
Iedere avond, jaar in jaar uit sinds 1929, wordt hier om 20u de Last Post geblazen om de duizenden gesneuvelden te herdenken.

Op de Grote Markt zijn er restaurants, bistro's en tea-rooms genoeg. Mijn keuze viel op de Cyper. De bediening was vlot, eigenlijk een beetje te vlot want ik was nog aan mijn aperitief bezig toen ze de hoofdschotel al serveerden. Dus in de toekomst bestel ik als aperitief een wijntje dat ik ook bij de maaltijd kan drinken.

Na de koffie werd het tijd om de binnenstad te verkennen.

Je mag zeker het Saint George's Memorial Church niet vergeten.
Deze Anglikaanse kerk, gebouwd tussen 1928 en 1929, is eigenlijk één groot aandenken aan de gesneuvelden, een verzamelplaats voor bezoekende familieleden. Deze kerk werd ontworpen door Sir Reginald Blomfield, die ook de architect was van de Menenpoort. Elk item in de kerk, de gedenkplaten aan de muren en op de stoelen, de vensters, de vlaggen en het meubilair zijn er allemaal ter herinnering aan diegenen die hun leven gegeven hebben voor de vrede.

De Sint-Maartenskathedraal werd na de verwoesting tijdens WOI heropgebouwd precies zoals de oorspronkelijke kerk. Ze is ook een bezoekje meer dan waard. Achter het koor zie je de grafsteen van Robrecht van Bethune, Graaf van Vlaanderen, bijgenaamd De Leeuw van Vlaanderen.

Het Flanders Fields Museum wilde ik zeker niet missen want ik had het nog nooit gezien. Dit museum over WOI in Ieper en de rest van  Vlaanderen is gevestigd op de bovenverdieping van de Lakenhallen. Het was zeer de moeite waard.
De bouwwerken aan de oorspronkelijke Lakenhallen begonnen in 1260 en waren voltooid in 1304. Eeuwenlang weerstond het gebouw met zijn 125m lange voorgevel oorlogen, maar tijdens WOI werd het volledig vernietigd op een paar fragmenten na. Na de oorlog werd het opnieuw opgebouwd in de oorspronkelijke stijl, ook nu weer met het belfort in het midden.
De Lakenhallen deden, vanaf de bouw in 1304, dienst als een overdekte markt en magazijn. De uit Engeland ingevoerde wol werd hier opgeslagen tot de verkoop ervan aan ambachtslieden. Nadat de wol was verwerkt tot laken, kwam het terug in de Halle terecht waar het bleef liggen tot het tijd was voor de jaarmarkt. Het laken trok echter muizen aan, die er zich tegoed aan deden en zich nestelden en voortplantten in de stof. Als oplossing voor dit probleem besloten de inwoners van Ieper om een aantal katten los te laten in de Lakenhalle. In het begin ging alles goed. De katten aten de muizen op en het laken was gered. Maar het plannetje werkte te goed. In plaats van met een overschot aan muizen en ratten, zal Ieper na een tijd met een overschot aan katten. Er werd niets beters op gevonden dan de dieren van de belforttoren te gooien als middel ter verdeling. Er werden levende katten uit de belforttoren gegooid tot 1817.
Vandaar het gebruik om de pluchen katjes van de belforttoren te smijten.

Nog eventjes een kleine omweg naar de vismarkt en het schattige kleine tolhuisje uit 1899.
Na nog een wandelingetje naar het grootouderlijk huis (ik was nieuwsgierig of het was zoals in mijn herinneringen) werd het tijd om naar huis te gaan.