Mijn auto heb ik geparkeerd aan het station. En gezien de parking zelf afgesloten was, ze waren er nog aan het werken, heb ik eventjes moeten zoeken.
Dan de vesten op. Met het foldertje van de vestingroute in de hand ging het langzaam richting Menenpoort.
De oorsprong van de vesten gaat terug tot de 14de eeuw, toen de stad voorzien werd van een nieuwe verdedigingsgordel met 10 poorten. Het huidige uitzicht wordt vooral bepaald door de Franse versterkingen gebouwd in opdracht van Vauban in de periode 1678-1684.
Mijn wandeling start aan het Kruitmagazijn. Dit werd in 1817 door het Nederlandse leger gebouwd op de fundamenten van een Frans kruitmagazijn. Er kon 75.000 kilo buskruit in worden opgeslagen. De muren van het bomvrije gebouw zijn 2,5 tot 3 meter dik.
Een eindje verder ligt een militaire begraafplaats: Ramparts War Cemetery. Het is een kleine begraafplaats met o.a. enkele grafstenen voor Maori. Alle grafstenen kijken uit over het water. Het is er bijzonder vredig, ook al rijden de auto's zeer dichtbij door de Rijselpoort naar het stadscentrum.
De Rijselpoort, een van de belangrijkste doorgangen naar het front, werd verschillende keren verbouwd. Vauban liet de torens verlagen en de wal verbreden. Niet ver hiervandaan staat een oud gebouw dat vroeger dienst deed als rusthuis. Hier verbleef mij grootvader de laatste jaren van zijn leven. Nu zijn ze het volop aan het omvormen tot sociale appartementen.
Hier zie je het "Houten Huis", een reconstructie van een huis uit de 16de eeuw. In het begin van de 19e eeuw had Ieper meer dan 90 houten huizen, dit is het enige dat nog over blijft.
De ijskelder was een soort publieke diepvriezer. De 6 meter diep ingegraven cirkelvormige kelder is geïsoleerd met een dubbele baksteenmuur en een met aarde en bomen afgedekte bovenzijde. De toegang, met 2 deuren als warmtesluis, is naar het noorden gericht. De kelder werd 's winters gevuld met ijsblokken uit de vestinggracht. Bovenop het ijs werd stro gelegd. De ijskelder was toegankelijk voor rijke burgers, godshuizen, gasthuizen en hospitalen.
Na ongeveer anderhalf uur, aan de Menenpoort aangekomen, was het tijd voor het middagmaal.
De Menenpoort is een herdenkingsmonument voor 54.896 militairen van het Gemenebest die vóór 15 augustus 1917 gesneuveld zijn aan het Ieperse front maar geen gekend graf hebben. Zij die sneuvelden na die datum kan te terugvinden op het Tynecot Cemetery. De namen van deze mannen zijn in het monument gegrift in gouden letters. Het zijn er zoveel, zo oneindig veel, dat al die letters decoratie worden.
De poort is gebouwd op de plaats van waaruit Britse troepen vier jaar lang naar het front trokken. De 18de eeuwse Antwerpenpoort op deze plaats verdween rond 1853.
Op 24 juli 1927 werd de Menenpoort, zoals ze er nu uitziet, ingehuldigd door maarschalk Herbert Plumer. Aan de voorkant, de vijand bespiedend, bevindt zich een marmeren leeuw, zijn klauwen geplaatst als op een prooi die hij niet wil loslaten. An de achterzijde, naar de stad toe, staat een sarcofaag, glinsterend en streng. Dit monument is opgericht voor al diegenen die, in tegenstelling tot vele anderen, geen blinkende witte grafsteen hebben.
Iedere avond, jaar in jaar uit sinds 1929, wordt hier om 20u de Last Post geblazen om de duizenden gesneuvelden te herdenken.
Op de Grote Markt zijn er restaurants, bistro's en tea-rooms genoeg. Mijn keuze viel op de Cyper. De bediening was vlot, eigenlijk een beetje te vlot want ik was nog aan mijn aperitief bezig toen ze de hoofdschotel al serveerden. Dus in de toekomst bestel ik als aperitief een wijntje dat ik ook bij de maaltijd kan drinken.
Na de koffie werd het tijd om de binnenstad te verkennen.
Deze Anglikaanse kerk, gebouwd tussen 1928 en 1929, is eigenlijk één groot aandenken aan de gesneuvelden, een verzamelplaats voor bezoekende familieleden. Deze kerk werd ontworpen door Sir Reginald Blomfield, die ook de architect was van de Menenpoort. Elk item in de kerk, de gedenkplaten aan de muren en op de stoelen, de vensters, de vlaggen en het meubilair zijn er allemaal ter herinnering aan diegenen die hun leven gegeven hebben voor de vrede.
De Sint-Maartenskathedraal werd na de verwoesting tijdens WOI heropgebouwd precies zoals de oorspronkelijke kerk. Ze is ook een bezoekje meer dan waard. Achter het koor zie je de grafsteen van Robrecht van Bethune, Graaf van Vlaanderen, bijgenaamd De Leeuw van Vlaanderen.
Het Flanders Fields Museum wilde ik zeker niet missen want ik had het nog nooit gezien. Dit museum over WOI in Ieper en de rest van Vlaanderen is gevestigd op de bovenverdieping van de Lakenhallen. Het was zeer de moeite waard.
De bouwwerken aan de oorspronkelijke Lakenhallen begonnen in 1260 en waren voltooid in 1304. Eeuwenlang weerstond het gebouw met zijn 125m lange voorgevel oorlogen, maar tijdens WOI werd het volledig vernietigd op een paar fragmenten na. Na de oorlog werd het opnieuw opgebouwd in de oorspronkelijke stijl, ook nu weer met het belfort in het midden.
De Lakenhallen deden, vanaf de bouw in 1304, dienst als een overdekte markt en magazijn. De uit Engeland ingevoerde wol werd hier opgeslagen tot de verkoop ervan aan ambachtslieden. Nadat de wol was verwerkt tot laken, kwam het terug in de Halle terecht waar het bleef liggen tot het tijd was voor de jaarmarkt. Het laken trok echter muizen aan, die er zich tegoed aan deden en zich nestelden en voortplantten in de stof. Als oplossing voor dit probleem besloten de inwoners van Ieper om een aantal katten los te laten in de Lakenhalle. In het begin ging alles goed. De katten aten de muizen op en het laken was gered. Maar het plannetje werkte te goed. In plaats van met een overschot aan muizen en ratten, zal Ieper na een tijd met een overschot aan katten. Er werd niets beters op gevonden dan de dieren van de belforttoren te gooien als middel ter verdeling. Er werden levende katten uit de belforttoren gegooid tot 1817.
Vandaar het gebruik om de pluchen katjes van de belforttoren te smijten.
Nog eventjes een kleine omweg naar de vismarkt en het schattige kleine tolhuisje uit 1899.
Na nog een wandelingetje naar het grootouderlijk huis (ik was nieuwsgierig of het was zoals in mijn herinneringen) werd het tijd om naar huis te gaan.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten