maandag 8 februari 2016

Weekendje Westhoek

Terug thuis. Nogmaals een weekendje doorgebracht in de Westhoek. En ook nu heb ik het één en ander bezocht.

Het Memorial Museum Passchendaele 1917:
Dit museum houdt de herinnering levendig aan de Slag van Passendale waarbij in 1917 in 100 dagen tijd een half miljoen slachtoffers vielen voor slechts 8 km terreinwinst. De reden waarom Passendale internationaal symbool staat voor zinloos geweld. De Britten noemen Passendale Passion-dale of valley of suffering (dal van het lijden).
Dit museum is werkelijk de moeite waard om te bezoeken. Ik kan het iedereen aanraden.

Het museum is ondergebracht in het historisch kasteeldomein van Zonnebeke en bestaat uit verschillende delen.
Het eerste gedeelte is het museum dat een uitgebreid overzicht geeft van WOI in de streek.
Vervolgens ga je na hoe de Britten in 1917 ondergronds gingen leven omdat er boven de grond niets meer was. Deze Dugout Experience is indrukwekkend en zeker niet geschikt voor mensen die lijden aan claustrofobie.
Buiten heb je de Trench Experience, een netwerk van gereconstrueerde Duitse en Britse loopgraven waarlans originele schuilplaatsen herbouwd werden.

Het gebouw zelf werd gedurende WOI grondig verwoest. Na de oorlog werd het terug opgebouwd in een karakteristieke Normandische stijl.
In 1980 kocht de gemeente het domein.
In april 2004 werd het kasteel van Zonnebeke officieel heringericht als Memorial Museum Passchendale 1917.

Dit museum heeft een grote indruk gemaakt. Het offer dat duizenden jonge mensen hebben gebracht opdat wij zouden kunnen leven zoals we nu doen ... dat mag nooit vergeten worden.

Talbot House;
Tijdens WOI maakt Poperinge deel uit van het kleine stukje onbezet België. Hier konden de soldaten even bekomen van het oorlogsgeweld.
Vanaf december 1915 bood dit herenhuis onderdak aan de soldatenclub die was opgericht door de Britse aalmoezeniers N. Talbot en P.B. (alias Tubby) Clayton. De club werd genoemd naar de gesneuvelde broer van Talbot. De bezoekers vonden er een thuis, ontspanning en een plaats om de oorlog even te vergeten en om weer mens te worden.
Het huis ademt nog altijd de sfeer uit van toen. Het straalt nog altijd rust en gezelligheid uit.
In de keuken wordt je door een Engelse dame een kop koffie of thee aangeboden, met een babbel als je dat wenst. De koffie of thee is gratis, maar je kan altijd een kleinigheidje in de box stoppen. Alle beetjes helpen om dit museum open te houden.
Ter gelegenheid van de 100ste verjaardag van het huis werd een speciale roos veredeld: de "Talbot House Roos". Bij aankoop van die roos heb je dus niet alleen een uniek souvenir maar steun je tegelijkertijd ook de restauratie en het onderhoud van dit statige herenhuis. Ik heb er alvast één gekocht. Ben benieuwd naar de bloem.
Meer info? Ga naar www.talbothouse.be.

't Weeuwhof:
Hier heb ik wel een beetje moeten naar zoeken.
Het Weeuwhof werd tussen 1769 en 1782 opgericht als pand voor alleenstaande vrouwen en weduwen ("weeuwen").

Lijssenthoek Military Cemetery:
In Poperinge, op het gehucht Lijssenthoek, was van 1915 tot 1920 het grootste veldhospitaal van de Ieperboog ingericht.
De boerderij van Remi Quaghebeur, gelegen aan de spoorlijn Poperinge-Hazebrouck, was de ideale plaats voor de triage en evacuatie van zieken en gewonden. Hij lag dicht bij het front, maar buiten het bereik van de Duitse artillerie. Tenten en barakken hadden in piekperiodes 4.000 hospitaalbedden ter beschikking.
Langs het pad naar de ingang van de begraafplaats staan 1.392 palen, 1 paal per oorlogsdag. Streepjes op iedere paal markeren hoeveel doden die dag begraven werden. Zo is niet alleen de begraafplaats maar ook de toegangsweg een spiegel van het oorlogsgeweld in de streek en verwijzen de piekdagen steeds naar een gebeurtenis aan het front, zij het met enkele dagen vertraging.
Ook deze begraafplaats, na Tyne Cot de grootste Britse begraafplaats uit WOI, is ontworpen door Sir Reginald Blomfeld. Het is een multiculturele begraafplaats met 30 nationaliteiten. Chinese dwangarbeiders, Fransen, Amerikanen, Duitsers, Britten en een Britse verpleegster liggen begraven onder de 10.779 grafzerken.

In het bezoekerscentrum kom je alles te weten over het hospitaalleven. Op de herdenkingsmuur zijn portretten aangebracht. Jaarlijks komen er nieuwe foto's bij.
Langs de weg tussen het bezoekerscentrum en de begraafplaats loopt een wandelpad waarlangs
allemaal paaltjes staan. Op de paaltjes staat bovenaan telkens een datum en onderaan een streepje voor elk slachtoffer van die dag. Uniek en indrukwekkend.
Meer info? Ga naar de website: www.lijssenthoek.be.

Geen opmerkingen: