Enige tijd geleden zag ik een reportage over vissers in Togo. Zij maken een putje in het zand aan de rand van het water, laten hun "pakje" achter en dekken alles toe met een beetje zand ... de zee neemt dan alles mee ...
Wat wij als noodzakelijk beschouwen voor een "comfortabel" leven, is voor anderen niet zo vanzelfsprekend. Ook in onze streken was het ooit anders.
Nieuwsgierig als ik ben, heb ik een beetje de geschiedenis van onze moderne toiletten opgezocht.
Bij de Grieken:
Naar alle waarschijnlijkheid werden de eerste toiletten op Kreta gebouwd. In het paleis van koning Minos waren al sanitaire voorzieningen. De toiletten bestonden uit een houten bril met daaronder een aardewerken pot.
Bij de Romeinen:
Hier ontstonden de openbare toiletten of latrines. De zittingen waren naast elkaar gebouwd boven een bak met stromend water. Zij hadden geen toiletpapier maar gebruikten een spons op een stok. Deze werd na gebruik schoongemaakt in een geul met stromend water die door de toiletruimte liep.
Romeinen hadden een urinebelasting! Dit was een belasting die opgelegd werd aan eigenaars van publieke pispotten en latrines waarin voorbijgangers urineerden en waarin buren hun pispot leegden. De eigenaars verkochten de urine aan leerlooierijen, wasserijen en volders (de taak van de volder bestond erin wollen weefsel te laten vervilten of "vollen"). Wegens de stank waren deze instellingen ook aan de rand van de stad gelegen.
In de Middeleeuwen (500 tot 1500 na Chr.):
De gewone mensen deden hun behoefte gewoon waar ze zin in hadden: in de vrije natuur, op een mesthoop of gewoon op straat.
Soms werd een emmer gebruikt die dan moest geleegd worden. Dat gebeurde meestal op straat. Soms ook goot men de inhoud in de open haard. Dat was misschien wel het meest hygiënische gezien de hitte van het vuur alle bacteriën doodt.
In kastelen werd vaak de slotgracht gebruikt om de uitwerpselen in te lozen. Kastelen zonder slotgracht maakten gebruik van grote beerputten.
Ook kloosters hadden veel toiletten nodig. Ook zij maakten gebruik van beerputten. De monniken gebruikten een urinaal, een soort aardewerken kruik, om hun urine op te vangen. Deze werd dan verkocht aan kleermakers en leerlooiers die de ammoniak nodig hadden om leren vezels soepeler te maken.
Pas tegen het einde van de Middeleeuwen werden aparte toiletten gebouwd in de hoop om van kastelen een schoner en prettiger oord te maken. Toen gebruikte men vooral kamerpotten uit gebakken ongeglazuurd aardewerk.
Tijdens de Renaissance:
Nu verschenen de eerste "gemakstoelen" of "kakstoelen". Dat waren eigenlijk gewone stoelen met een gat erin waaronder een emmer kon geplaatst worden. Deze stoel werd niet alleen in de slaapkamer, maar ook in de woonkamer gezet. Er was toen blijkbaar minder behoefte aan privacy.
In de slaapkamer stond de pispot of nachtspiegel veelal onder het bed. Over de pot werd eerst een doek gelegd alvorens die verwijderd werd.
Voor de gewone mensen werden er opnieuw latrines gebouwd. Deze bestonden uit een houten of stenen plank met één of meerdere gaten boven een goot of sloot.
Als de stank onhoudbaar werd, verhuisden ze allemaal naar een andere locatie. Vandaar ook de zomerpaleizen en winterpaleizen. De leegstaande woningen konden zo grondig worden schoongemaakt.
Tijdens grote zeereizen: werd alles gewoon in zee gedumpt. Tijdens de eerste zeereizen hadden de schipper, de stuurman en de eventuele passagiers de beschikking over een toilet dat aan de achtersteven van het schip hing. Gewone bemanningsleden moesten in weer en wind over de reling hangen om hun behoefte te doen. Later werden de toiletten voor de bemanning werden in de boeg van het schip gemaakt. De kapitein en belangrijke passagiers kregen nog altijd aparte toiletten.
15e eeuw:
Kamerpotten uit deze periode bestaan voornamelijk uit rood geglazuurd aardewerk.
Steden leggen latrines aan langs de stadsgrachten of langs een rivier. Mannen en vrouwen hadden hun eigen latrines maar ze zaten toch op een rijtje naast elkaar.
Eind 15e eeuw verdrongen de vuurwapens de handbogen en kruisbogen op het slagveld en dus steeg de vraag naar buskruit. Om buskruit de maken had met salpeter nodig. In het begin werd deze salpeter ingevoerd uit Oost-Europa en Italië. Maar de invoer werd te duur, dus werd er gezocht in eigen land. De petermen moesten deze salpeter gaan zoeken, verzamelen en zuiveren. Gezien salpeter wordt gevormd in aarde met een hoog gehalte ammoniak, die vooral uit urine komt, werd vooral gezocht in en rond huizen, kerken, kastelen. Jawel ook in de huizen want velen hadden een aarden vloer en geen tegels.
16e eeuw:
Alleen de rijken hadden een "secreet", een aparte ruimte om naar de wc te gaan dat aangesloten was op een beerput. Gewone mensen gebruikten een pispot van aardewerk of tin.
Koningin Elisabeth van Engeland (1533-1603) hield echter van hygiëne. Haar hoveling, Sir John Haringston, vond in 1589 het eerste toilet of water closet of wc uit, de Ajax. Hij beval aan om 1 à 2 keer per dag door te trekken. Door het optillen van een hefboom werd het afvoerdeksel op de bodem van de toiletpot geopend. Hierdoor kwam een waterstroom vrij uit het reservoir erboven.
17e eeuw:
Vanaf nu vinden we luxueus versierde kamerpotten in porselein.
Tyfus was een veel voorkomende ziekte. Gezien bacteriën toen nog niet ontdekt waren, dacht men dat de stank de boosdoener was. Het was echter het vocht van de beerputten dat vaak in de nabij gelegen waterputten sijpelde en zo ziektes veroorzaakte.
18e eeuw:
De eerste spoel-wc's werden uitgevonden. In 1778 ontwierp Joseph Bramah een klep die een krachtige waterstroom produceerde. Hij voegde ook de stankval toe, een klep die de pot afsloot van de uitwerpselen (te vergelijken met de zwanenhals bij een modern toilet).
19e eeuw:
Rond 1830 kwam cholera uit Azië. Deze ziekte werd, evenals Tyfus, verspreid door vuil water en slechte hygiëne. Eindelijk begon het tot regeringen door te dringen dat de ziektes alleen gestopt konden worden als er rioolsystemen, openbare toiletten en drinkwaterpompen werden aangelegd.
De uitbouw van een degelijk rioleringsnet en de binnenshuis gelegen toiletten met waterspoeling betekende langzamerhand het einde van de kamerpot.
Tot ver in de 19e eeuw echter was het toilet buitenshuis, vaak boven een sloot. Het gaatje in de deur zorgde, voor de komst van de elektriciteit, voor wat licht.
Pas eind 19e eeuw deed het moderne toilet zijn intrede.
20e eeuw:
Er werden overal riolen aangelegd en er kwamen toiletten in de straten. Als je dan in je eigen huis geen wc had, kon je naar zo'n toilet in de straat. Langzamerhand kregen steeds meer mensen een eigen wc die je met water kon doorspoelen.
Tot halverwege de 20e eeuw was de po of pispot of nachtspiegel in gelakt plaatijzer nog gebruikelijk.
Toen er nog geen toiletpapier bestond, gebruikten
de Romeinen een spons op een stok.
de Vikingen wol
de eskimo's sneeuw en mossen
onze voorouders gras en hooi
Pas in 1857 kwam een zakenman uit New York op het idee om toiletpapier te gaan produceren verpakt in een doosje.
Toiletpapier op rol werd uitgevonden door The Scott Paper Compagnie in 1890.
Heden probeert men opnieuw deze afvalstoffen te "hergebruiken". Vooral de uitwerpselen van dieren kunnen worden omgezet in "biogas".
Nog een tip: ochtendurine, natuurlijk aangelengd met het nodige water, schijnt wonderen te verrichten bij tuinplanten. Misschien een tip om te besparen: koop geen dure chemische meststoffen, gebruik je eigen resten ...
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten