Gisterenavond heb ik een bezoek gebracht aan het oude stadscentrum van Antwerpen. Onder leiding van een zeer deskundige gids konden we een blik werpen op kleine hoekjes en kantjes. Normaal loop je er zo voorbij, onbewust van de schoonheid die achter de gevels verborgen zit. Een gids weet zulke plekjes liggen en kan je er ook soms enkele leuke anekdotes vertellen.
Maar wat heb ik er nu van onthouden ...
Het eerste dat een enorme indruk heeft nagelaten is de Sint-Annatunnel uit 1933. Deze voetgangers- en fietstunnel op 31m onder de grond verbindt de linkeroever ter hoogte van de Blancefloerlaan met de Sint Jansvliet. Zeker de moeite waard. De toegangspoorten zijn in de typische art deco-stijl. Je gaat naar de 572 m lange tunnel d.m.v. een grote lift of roltrappen. Neem zeker de roltrappen. Deze zijn in hout gemaakt! Kunstig ... had ik nog nooit gezien ... ik wist zelfs niet dat zo iets bestond ... en ik had mijn fototoestel niet mee ... stomweg vergeten ...
Op de Vrijdagsmarkt kan je een bezoek brengen aan het Museum Plantin-Moretus. Dit museum biedt een overzicht van de boekdrukkunst van de vijftiende tot de achttiende eeuw. Op de Vrijdagsmarkt zelf worden nog wekelijks allerlei goederen aangeboden en enkel per opbod verkocht.
Voor het huis in de Pelgrimsstraat 15 kregen we een woordje uitleg over het wel heel bijzondere restaurant ondergebracht in de authentieke 15de eeuwse kelders. In het Breugheliaans restaurant “De Grootte Ganz” wordt met lepel en handen gegeten. Wijn, bier en water worden uit kannen geschonken en drinkt men uit kroezen. De middeleeuwse opzet van dit restaurant is uniek in Antwerpen en wordt levensecht weergegeven. De gerechten worden naar middeleeuws recept bereidt. Bij romantische kaarsverlichting hoort men op de achtergrond zachte renaissance dansmuziek. De kledij van het bedienend personeel en de decoratie lijken uit een schilderij van Breughel genomen te zijn.
Het huis zelf werd ingericht met 13e eeuws meubilair en kan als museum bezocht worden.
De Vlaeykensgang is een steegje uit de zestiende eeuw. Eén stap in de Vlaeykensgang en je bent in een andere tijd, een andere wereld. Zelfs de geluiden van de moderne stad dringen niet door tot deze wirwar van steegjes en gangetjes. Deze geheime straat verbindt de Hoogstraat, de Oude Korenmarkt en Pelgrimsstraat met elkaar.
Oorspronkelijk waren hier 11 huisjes gevestigd. In vroeger tijden moest men belasting betalen op de gevel aan de straatkant. Deze 11 huisjes hadden maar 3 kleine geveltjes die net groot genoeg waren om een deur in te maken. Dus konden ze de belasting op deze 3 geveltjes delen door 11 ...
Nu is het hier rustig wonen. Eten kan je o.a. in het restaurant "Sir Anthony Van Dyck" of "De Groote Witte Arend". (werp ook eens een blik in het kapelletje met zijn kunstig uitgesneden altaar)
De naam Vlaeykens komt waarschijnlijk van een bakkerij (vlaai = taart). Volgens de gids kon de naam ook afkomstig zijn van de "vlaeyen" of oorvijgen die men er uitdeelde ...
De O.L.Vrouw Kathedraal mocht zeker niet ontbreken op onze wandeling. De noordelijke toren is de enige toren die voltooid werd. Zij doet tevens dienst als belforttoren. Het zou de meest elegante toren zijn en dat zou mij echt niet verwonderen. Ze is werkelijk kunstig gemaakt en is het zeker waard om even bij stil te staan en in alle rust te bewonderen.
Op het pleintje voor de kathedraal zie je nog 2 andere monumenten: het putteke van Quinten Matsijs en de gedenksteen voor "Nello & Patrasch". Dit verhaal van een arme weesjongen Nello en zijn hond Patrasch is vooral bekend in Japan. Het verhaal speelt zich voornamelijk af in en rond de kathedraal. Heel wat Japanse toeristen willen dus op de foto met de kathedraal en/of het monument dat werd opgericht.
Dit doet mij een beetje denken aan "L'oiseau Bleu", een ander verhaal dat heel erg bekend is buiten onze grenzen maar door ons amper gekend.
Ook in Antwerpen staat het stadhuis op de Grote Markt. Dit mooie gebouw is versierd met de talrijke vlaggen van de landen die in Antwerpen een consul hebben. Deze consuls, die de commerciële band verzorgen tussen hun moederland en België, oefenen veelal zelf een handelsbedrijf uit zoals vb wijnhandelaar.
Pittig detail: boven in de gevel staat een madonna met kind. Ze is ietsje te groot voor de nis, dus moesten ze haar kroontje schuin op haar hoofd zetten. Vandaar haar naam: "de zatte madonna".
Voor het stadhuis staat de Brabofontein. De legende van Brabo gaat over de reus Antigoon, die de hand van onwillige tolbetalers afhakte en deze in de Schelde wierp. Brabo doodde de reus en hakte eveneens zijn hand af, die hij in de rivier gooide.
Pittig detail: Brabo gooit de hand richting stad, de Schelde ligt achter hem. Moest hij toch proberen om de hand in de Schelde te werpen, zou die terecht komen in het kabinet van de burgemeester ...
In het geografische middelpunt van de stad bouwden de Jezuïeten hun kerk, de Sint-Carolus Borromeuskerk, annex kloostergebouw. De bouw werd begonnen in 1615 en slechts 6 jaar later, in 1621 dus, was de kerk al af. Dat was buitengewoon vlug. Normaal bouwen ze tientallen jaren aan een kerk. De barokke kerk zelf schijnt een bezoekje meer dan waard te zijn. Maar gezien er een dienst bezig was, konden we uiteraard niet binnen gaan. Vanop het charmante pleintje voor de kerk heb je niet alleen een mooi zicht op de gevel van de kerk, maar ook op het standbeeld van Hendrik Conscience.
In de gevel ook een schild met het monogram IHS (= Iesus Hominum Salvator = Jezus redder der mensen). Dit monogram werd vooral gebruikt door de welgestelde katholieke orde der Jezuïeten.
Rond het monogram zie je standbeelden van de 4 evangelisten: Johannes (met een arend), Mattheus (met een mens), Marcus (met een leeuw) en Lucas (met een stier).
Pittig detail: boven in de gevel zie je de buste van de Heilige Ignacius. Alleen is hij op het ogenblik van de bouw van de kerk nog niet heilig verklaard. Deze "trofee" hangt hem letterlijk boven het hoofd. Twee engeltjes houden het aureool dus verder boven zijn hoofd.
Nu was het tijd voor een pauze met ... een "bolleke" natuurlijk.
Het café Quinten Matsijs (Moriaanstraat 17) is de oudste herberg van de stad. Het pand gaat terug tot 1565 en is na meer dan 430 jaar nog altijd een café waar de kraan loopt en de tijd stilstaat (volgens Jos Vandeloo). De "Quinten" was ook het stamcafé
van o.a. Willem Elsschot van wie er enkele gedichten aan de muur hangen.
Hier konden we in alle rust pauzeren bij een "bolleke" natuurlijk en een stukje "gezoden worst". Het "bolleke" is een amberkleurig biertje dat zich laat smaken. De "gezoden worst" is een typisch Antwerpse worst. De naam is afgeleid van het werkwoord ‘zieden’, wat ‘koken’ betekent. De gekookte witte worst bestaat uit gemalen en gekruid varkensvlees, ondergedompeld in een heldere gelei. De worst kan zowel koud als warm gegeten worden en smaakt extra lekker met wat mosterd.
Daarna gingen we op zoek naar een pagaddertoren. Dit zou een uitkijktoren zijn die door de reders werd gebruikt om hun schepen te zien aankomen.
De naam “pagadder" is afgeleid van het Spaanse woord “pagadores". Dit waren de betaalmeesters van de soldij voor de Spanjaarden die in Antwerpen gelegerd waren en die te klein van stuk waren om deel te nemen aan de gevechten. Vandaar de latere bijnaam voor kleine kinderen die nu nog gebruikt wordt: “pagadders".
Er zouden slechts 4 pagaddertorens overgebleven zijn: in de Wisselstraat (de Mooren-toren, te vinden in een privétuin), in de
Oude Beurs (in de tuin van Hotel Rubens), in de Spanjepandsteeg (op het
binnenplein van het huis "Den Rijn") en in de Heilig Geeststraat (in de privétuin van Guido
Derckx, restaurateur van de kathedraal van Antwerpen).
Het Vleeshuis is het voormalig gildehuis van de slagers. In de middeleeuwen ontstonden er verkoopsgebouwen voor verkopers om hen de mogelijkheid te geven op een overdekte plaats handel te drijven. Dit Vleeshuis werd gebouwd tussen 1501 en 1504 en is opgetrokken in rode baksteen en witte zandsteen. Het bood ruimte aan 62 slagers, vergaderruimtes en opslagplaatsen. Nu is het een museum.
Als we langs de linkerkant van het gebouw verder lopen, vinden we een "Poesjenellenkelder". Hier werden toneelstukjes opgevoerd d.m.v. houten poppen.
Daar tegenover kan je nog een restant zien van de oude gracht. Deze werd dichtgemaakt en werd een straatje dat de naam Burchtgracht kreeg.
De gids wist ons nog de oorsprong van het woord "beurs" uit te leggen:
In het begin van de 13e eeuw woonde in Brugge een familie Van Der Beurse die in hun herberg een lokaal ter beschikking stelden aan handelaars om er in alle rust hun transacties te kunnen uitvoeren.
(dit "Huis Ter Beurze" gelegen in de Vlamingstraat op nr. 35 bestaat nog altijd)
Later gingen de handelaars naar "de beurs" (afkorting van "Van Der Beurse" of "Huize Ter Beurze").
Nog later werd een speciaal gebouw opgetrokken om handelstransacties uit te voeren en kreeg dit gebouw de naam "Beurs". Ook in andere werd het woord overgenomen: Frankrijk: la Bourse, Duitsland: Die Börse, Italië: Borsa
zaterdag 28 april 2012
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten